Regie: John Wells | Duur: 121 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Verhitte familietoestanden in August: Osage County, een komisch drama naar het gelijknamige toneelstuk van Tracy Letts, die er in 2008 de Pulitzerprijs voor kreeg. Zowel Meryl Streep (Oscarnominatie voor Beste Actrice) als Julia Roberts (Beste Vrouwelijke Bijrol) zijn verpletterend goed, maar grepen naast het begeerde beeldje. Goed, dat kan natuurlijk. Maar een schrale 5.8 als metascore op IMDb? Nou ja zeg! Even wat rechtzetten.

Verdrietige omstandigheden dwingen de familie Weston tot een samenkomst in het huis van Violet Weston (Streep), in het snikhete Osage County (Oklahoma). Elk familielid neemt daarbij zijn of haar eigen emotionele bagage mee, waardoor bij het minste of geringste de vlam in de pan slaat. Gebekvecht en pijnlijke onthullingen zijn hierdoor aan de orde van de dag.

August: Osage County begint poëtisch, met fraaie shots van de Amerikaanse prairie en de gevoelige begintonen van Hinnom, TX, van de Amerikaanse indiefolkband Bon Iver. “Het leven is heel lang”, haalt Violets man Beverly schrijver T.S. Eliot aan, ter introductie van zijn misère. Die misère valt te begrijpen wanneer even later Violet het landelijke sfeertje bruusk de nek omdraait.

Streep speelt weergaloos in August: Osage County. Ze staat aan het hoofd van een rariteitenkabinet waarbij uw familie in het niet valt. Met Violet zet ze een kreng neer dat manipuleert, daarbij gewiekst gebruik makend van haar slachtofferrol. Immers, haar mond staat in de fik door de kanker, ze is verslaafd aan de pillen en haar Beverly is met de noorderzon vertrokken. Haar hersenen zijn behoorlijk aangevreten door al die medicatie, maar de kanker heeft haar tong kennelijk gespaard: aan de lopende band deelt ze sneren uit.

Ook Barbara (Roberts) is een enorme bitch. Ze is de enige van Violets drie dochters die haar moeder stevig van repliek dient, durft te dienen. Ze is net zo verzuurd als Violet (de vrouwen lijken op elkaar en botsen dus keihard), onder meer doordat ze in scheiding ligt met Bill (Ewan McGregor). Herinnert u zich haar lieve meisjestrekken in de zwijmelfilm Notting Hill uit 1999? Dat was leuk en aardig, maar wat ze nu laat zien is van absolute wereldklasse.

De rest van de cast doet nauwelijks onder voor Streep en Roberts. Zo is Margo Martindale geweldig als ‘fat-ass’ Mattie Fae (Violets zus). Haar man Charlie (Chris Cooper) is auteur van een schots en scheef, ronduit hilarisch dankwoord tijdens een ‘gezellig’ familiediner; de beste scène in de film. En ten slotte moeten ook Benedict Cumberbatch (als ‘Little Charles’) en Julianne Nicholson (als Ivy) genoemd worden: de twee sneeuwklokjes in het oorlogslandschap.

Bezielend spel, is dat niet meer sexy genoeg tegenwoordig? Staren we ons niet te veel blind op eindeloos geknok, de ene na de andere ontploffing en op ik weet niet hoeveel visuals? August: Osage County is cinema van de oude stempel wellicht, maar biedt spetterend entertainment, twee uur lang. Kan ik van veel superheldenfilms helaas niet zeggen. 5.8? 8.5 komt meer in de buurt.

 

 

 Regie: Heinrich Dahms | Duur: 90 minuten | Taal: Japans | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Nee, Japan heeft niet het hoogste zelfmoordcijfer ter wereld. Ondanks dat de Japanse media dit regelmatig beweren en het buitenland dit klakkeloos overneemt. Ja, het cijfer ligt er wel hoog, waarbij dan weer opgemerkt moet worden dat Japan niet in de toptien staat. Het aantal zelfmoorden onder jongeren is er zelfs laag. My Soul Drifts Light Upon a Sea of Trees gaat over het gevecht van mensen met suïcidale neigingen.

Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd. Dat klinkt nogal cru in dit verband, maar de woorden van Ittetsu Nemoto raken wel degelijk aan die tegeltjeswijsheid. “We lachen niet omdat we gelukkig zijn, we zijn gelukkig omdat we lachen”, zegt de zenboeddhist in My Soul Drifts Light Upon a Sea of Trees. Maar de drie mensen (twee vrouwen en een man) die de documentaire portretteert is het lachen al lang en breed vergaan.

Nemoto verloor in zijn jeugd drie mensen door zelfmoord, waaronder zijn oom. Het sloeg een krater in zijn wezen en was de aanleiding om een onlinegroep te beginnen voor mensen met zelfmoordgedachten. Het bleek een succes; inmiddels begeleidt hij ‘Hen Die Willen Verdwijnen’ persoonlijk in zijn tempel. Onder hen een vader met een psychische stoornis die zijn kinderen niet meer mag zien. En van de twee vrouwen belandt de een door zware schulden in de seksindustrie, terwijl de ander richting haar dertigste steeds heftiger naar de dood verlangt, zonder echte verklaring.

De drie vertellen openhartig over de tragische gebeurtenissen, veelal een samenloop ervan, die hen deden afglijden. Deden, want Nemoto’s aanpak slaat aan. “Mensen die piekeren of afzien in het leven zijn het contact verloren met wie ze werkelijk zijn. Ze kunnen de weg niet terugvinden naar hun ware zelf, vanuit de sociale zelf die ze voor zichzelf hebben gecreëerd.” Het ego: een soort schijnpersoonlijkheid die in leven wordt geroepen (en helaas ook gehouden) door de kwebbelzieke mind. De crux wordt dus benoemd, maar graag had ik meer geleerd over termen als ‘ego’ en ‘ware zelf’.

Zang, dans en meditatie zijn onderdeel van de holistische werkwijze die Nemoto hanteert, en waarin saamhorigheid een grote rol speelt. Natuurlijk kan iedereen terecht in het ziekenhuis of bij een therapeut. Nemoto: “Maar in plaats daarvan kun je ook verbinding maken als gelijken, op hetzelfde niveau.” Dat kan tijdens een Zen-retraite. My Soul Drifts Light Upon a Sea of Trees verbeeldt niet alleen de menselijke veerkracht, maar is tevens een respectvol betoog om suïcidaal gedrag op meer alternatieve wijze te behandelen.

 Regie: Tomas Alfredson | Duur: 114 minuten | Taal: Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

“Krijs als een varken. Toe dan.” Je hoort Oskar, maar het duurt een paar tellen eer je hem ook ziet. Dat wil zeggen, je ziet zijn spiegelbeeld. Cut. De actie verplaatst zich naar twee mensen in een taxi. Links in beeld een man. Pokdalig gezicht. Hij doet zijn bril af en glimlacht zacht richting het silhouet naast hem. Weer een cut en muziek die je een ongemakkelijk gevoel bezorgt. Welkom in de wondere wereld van Let the Right One In.

Wat niet te zien is, niet direct althans, prikkelt de zinnen. Let the Right One In leunt nadrukkelijk op dat gegeven. De film is een bizar sterke mix van drama, horror en puberliefde. Qua sfeer is hij dermate uniek dat je je afvraagt waarom men zich aan een remake heeft gewaagd. Let Me In (2010) mag dan van een behoorlijk niveau zijn, maar het Hollywoodproduct voegt niets toe aan het origineel.

Een buitenwijk van Stockholm, hartje winter. De 12-jarige Oskar (Kåre Hedebrant) raakt bevriend met Eli (Lina Leandersson), zijn kersverse buurmeisje dat een tikkeltje vreemd voor de dag komt. Vanaf dat moment neemt het aantal gruwelijke moorden in de nabije omgeving toe. Politie en bewoners hebben geen idee wie erachter zit, en ook Oskar vermoedt aanvankelijk niets.

Een vampierdrama zoals je nog nooit hebt gezien. Geen steracteurs, een allesbehalve bruisende setting (die overigens zeer functioneel is, daarover later meer) en nogal milde horrortoestanden. Er vloeit bloed, zeker, maar dat is bijzaak. Het verhaal draait voornamelijk om de context waarbinnen de twee buitenbeentjes Eli en Oskar elkaar ontmoeten.

Regisseur Tomas Alfredson kleurt deze context op magistrale wijze, bijgestaan door Hoyte van Hoytema, sprookjesverteller met de lens. Van niets maakt Van Hoytema alles. Zijn kadrering is uitgekiend, zijn cameravoering beheerst. Bijna sierlijk zelfs. Waardoor onder andere het decor, waar kraak noch smaak aan zit, tot een krachtig verhaalmotief wordt. Als voorbeeld het belegen buurtcafé waar men de sleur probeert te ontvluchten. Drinkend, paffend. Je proeft de tragiek.

Het tragische zit ‘m vooral in het feit dat iedereen zich eenzaam voelt, niet gezien. De schrandere Oskar, die bij zijn moeder woont, zijn vader weinig ziet en op school het mikpunt van pesterijen is. Zijn moeder, die teleurgesteld vaststelt dat haar zoon liever naar buiten gaat dan samen met haar tv kijkt. Zijn vader, die zijn hoofd laat hangen zodra er alcohol in het spel is. Eli, die moet doden om te overleven, en daar zichtbaar onder lijdt. Ook Conny, de baas onder de pestkoppen, is heel even alleen op de wereld wanneer z’n grote broer hem te grazen neemt. Zie de mens, in al zijn facetten; de film is een treffend college sociologie.

Wonderlijk schoon, wonderschoon: Let the Right One In scoort op elk onderdeel dubbele cijfers. De film komt enorm binnen door het betoverende camerawerk, het intelligente script, het authentieke acteerwerk en, niet te vergeten, door de meesterlijke soundtrack van Johan Söderqvist. Het geheel vormt een cinematografische hoogmis die enig in zijn soort is.

 Regie: Stella Van Voorst van Beest | Duur: 82 minuten | Taal: Nederlands | Kijkwijzer: AL 

Camera

Facebook, Instagram, Twitter. In het beste geval zijn de sociale media opstapjes naar verbinding, maar laten we eerlijk zijn: veel gebruikers maken er vooral praalwagens van. Kijk mij nou eens! Ware verbinding? Daar heb je die speeltjes helemaal niet voor nodig, een goed hart volstaat. Het ontroerende bewijs levert Stella Van Voorst van Beest in haar documentaire Goede Buren.

Rotterdam, 2013. De stad is in shock. Tien jaar na haar overlijden vinden agenten Bep de Bruin in haar woning, nadat bouwvakkers alarm hebben geslagen. Tien jaar lang dood, maar niemand die de Rotterdamse had gemist. Rillingen.

Het overkwam Bep, maar het had ook Jan (81) of Til (85) kunnen overkomen. Jan is in zeven jaar tijd nauwelijks de deur uit geweest. De wasmachine legen of de traplift nemen; dagelijkse dingen zijn voor hem een hele opgave. Til is nog wel redelijk ter been, heeft een sterke wil, maar accepteert geen hulp. En met haar twee kinderen heeft ze geen contact meer. Als haar hondje Sandy (“mijn kind”) in godsnaam maar niet doodgaat, betrap ik mezelf op doemdenken. Hetzelfde geldt voor Jans hond Skip die, nadat zijn baasje in het ziekenhuis is beland, als een kind zo blij is om hem weer te zien.

In de strijd tegen eenzaamheid onder ouderen formuleert de gemeente Rotterdam een schitterend, en naar blijkt ook doeltreffend, antwoord: Ada (59) en Wilma (70) leggen vrijwillig huisbezoeken af. In Goede Buren gaat de kijker op stap met de twee buurvrouwen, die zonder blikken of blozen de camera trotseren. Nuchtere tantes met een praktische inslag. En met een zalig gevoel voor humor. Wilma, in gesprek met Til: “Mijn schoonmoeder is ook een pokkewijf”. Vette grijns.

Maar zitten Til en Jan wel te wachten op hulp? En waar ligt de grens tussen zorgen voor en bemoeien met? Beide oudjes ontkennen hun eenzaamheid. Lees: zijn liever alleen dan dat ze zich kwetsbaar opstellen. Jan krijgt dagelijks iemand van Thuiszorg over de vloer, hunkert naar wat meer reuring, maar voelt zich niet senang tijdens een zeldzaam bezoekje aan de soos. Het is vooral dan, nota bene in gezelschap, dat zijn eenzaamheid zich het meest openbaart.

“Met Facebook ben je verbonden en deel je alles met iedereen in je leven.” Sociale media, de smeerolie van onze beschaving? Ammehoela. Ze stompen eerder af, doen je vergeten waar het echt om draait. Echter, de weg terug bewandelen is eenvoudig: niet lullen maar poetsen. Er gewoon voor de ander willen zijn. In het juweeltje Goede Buren gaan Ada en Wilma ons voor op die weg, die veel meer verbinding oplevert dan 24 uur per dag online te zijn.

 Regie: Phillip Noyce | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

De film The Deep (1970) kwam er uiteindelijk niet. De financiering verliep moeizaam, er waren technische problemen en toen tijdens de productie hoofdrolspeler Laurence Harvey overleed, hield regisseur Orson Welles het definitief voor gezien. Toch zou Charles Williams’ roman Dead Calm (1963) alsnog verfilmd worden, maar nu met Phillip Noyce aan het roer. De gelijknamige film betekende de doorbraak van actrice Nicole Kidman.

Kapitein John Ingram (Sam Neill) en zijn vrouw Rae (Kidman) maken een zeiltocht op de Stille Oceaan om de dood van hun zoontje te verwerken. Op zekere dag stuiten ze op een beschadigde schoener met slechts één overlevende: Hughie Warriner (Billy Zane). Het echtpaar neemt de zwaar overstuur zijnde drenkeling aan boord, waarna John poolshoogte gaat nemen op het zeilschip.

Beesten, baby’s en boten: die drie b’s kun je het best mijden, waarschuwt men op de filmacademie. Filmen op open water is de goden verzoeken, maar levert in het geval van Dead Calm een geweldige prent op. Geen genreklassieker, wel een huzarenstukje. Met name op technisch vlak, want de cameravoering van Dean Semler (Dances with Wolves, 1990) is ontzettend knap en werd door het Australian Film Institute als zodanig herkend (Best Achievement in Cinematography). Verder valt de fijne editing van Richard Francis-Bruce op en is de muziek van Graeme Revell, spooky en ritmisch met behoorlijk wat ‘deining’ erin, een schot in de roos.

Het verhaal zelf dan. Bij dageraad kondigt ‘zeehond’ Ben de malheur reeds aan: hij staat te blaffen op het dek. Tweeëndertig dagen lang, zo tekent Johns logboek op, is de zee ‘dead calm’. Maar na de onverwachte entree van Hughie (hij dringt zichzelf min of meer op) is het afgelopen met de sereniteit. Zane speelt een psychopaat. Een charmeur met een zachte kant, maar de adonis blijkt ook zeer licht ontvlambaar. En bovendien een complete dwaas, die onbezorgd staat te dansen op een ontspannen muziekje terwijl de bewusteloze Rae bijna van het schip kukelt. Een kolderieke scène waarin, ook nu weer, het weergaloze camerawerk opvalt.

Zane is erg goed, maar wat de pas 19-jarige (!) Nicole Kidman laat zien, is fabuleus. Terwijl John op de schoener de ene na de andere schokkende ontdekking doet, zit het roodharige spillebeentje opgescheept met een manipulatieve mafketel. Verdrietig, wanhopig, vol ongeloof. Maar ook gedreven door furie en berekenend: aan haar voortreffelijke invulling van een complexe rol in Dead Calm dankte Kidman haar casting voor de film Days of Thunder (1990).

Alle hens aan dek in Dead Calm, een zeer vakkundig gemaakte psychologische thriller die zich afspeelt in een tegenstrijdige setting: alle ruimte van de wereld, maar toch geen kant op kunnen. Kidman excelleert in een film die je op het puntje van de stoel houdt, en die deels diende als uitgangspunt voor het eveneens indrukwekkende All Is Lost (2013) van scenarist-regisseur J.C. Chandor.

 Regie: Jimmy Chin & Elizabeth Chai Vasarhelyi | Duur: 100 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: AL 

Camera

Yoga, maar dan net even anders. Dus niet in een veilige omgeving als bijvoorbeeld uw woon- of slaapkamer. Zonder smeulend stokje wierook ter ontspanning, en zeker niet op een matje om de spieren en gewrichten te ontzien. Nee, Free Solo is yoga op een granieten vloer, en ook nog eens honderden meters boven de grond. Alternatief voor kijkers met hoogtevrees of een broos hart: vast interessant is ook het boek Alone on the Wall.

Spock moet een beetje gek zijn. Wie? Alex Honnold, die door zijn klimvrienden liefkozend vergeleken wordt met het Star Trek-personage Spock. Een béétje gek? Geen enkel weldenkend mens flirt voor z’n lol met de man met de zeis. Honnold gaat veel verder dan flirten: in Free Solo beklimt hij de zeer steile rotswand El Capitan (El Cap) in het Californische Yosemite National Park. Dat doet hij helemaal alleen en, echt waar, zonder gezekerd te zijn.

Bijna fascinerender dan zijn krachttoer – stelt u zich in op hallucinante beelden! – is te weten wie zoiets in vredesnaam doet. Free Solo gaat op zoek naar de mens achter de prestatie, maar de persoon Alex laat zich niet zo makkelijk kennen. Een gewone gast, op het eerste gezicht. Gespierd, slungelig, vlotte babbel. Een klimgeit met bruine ogen zo groot als kastanjes die werk heeft gemaakt van zijn hobby, die van zijn hobby zijn werk heeft gemaakt. Grenzeloos gedreven, zelfverzekerd en gewaardeerd; er lijkt geen vuiltje aan de lucht.

En toch. Wie is Alex Honnold nou echt? En vooral: hoe kan een mens zo onbevreesd zijn? Soloklimmers sneuvelen immers bij bosjes. Het is bijna eng hoe flegmatiek hij overkomt, in de wetenschap dat het kleinste foutje onherroepelijk de dood betekent. Angst lijkt hem totaal vreemd; heeft de man überhaupt wel emoties? Een scan van Honnolds hersenen verklaart waarom hij het extreme opzoekt. Opmerkelijk maar niet verrassend is dat zijn vader, die stierf toen Alex pas negentien jaar was, aan het syndroom van Asperger leed.

Het is bizar te constateren dat zijn entourage emotioneel meer afziet dan meneer zelf. We zien zijn lieve vriendin Sanni (pittige meid) in tranen. We zien professioneel klimmer Tommy Caldwell en Meru-regisseur Jimmy Chin peentjes zweten als Alex tergend langzaam de top van El Cap nadert. De fotograaf op de grond moet af en toe gewoon wegkijken. Het hele team staat logischerwijs doodsangsten uit; wat doet hij zijn dierbaren eigenlijk aan?

Alone on the Wall, eerste alinea: “I was too shy to go up to strangers (…) and ask if they’d like to rope up with me”, verduidelijkt Alex waarom hij is gaan soloklimmen. Die verlegenheid is nog altijd latent aanwezig, maar het klimmen heeft Alex wel dichter bij Alex gebracht. Het duizelingwekkende Free Solo is dan ook vooral een metafoor voor de weg richting zelfkennis, met de zwaartekracht als scherprechter.

 Regie: Paul Dano | Duur: 105 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar 

Camera

Buiten beeld krijgt Jerry zijn ontslag. Op de achtergrond zijn twee mannenstemmen te horen, maar de camera is en blijft gericht op zijn zoon Joe (Ed Oxenbould), wiens expressie verraadt hoe laat het is. Vanaf dat moment weet je dat het verhaal vanuit zijn perspectief wordt verteld. Wildlife bewijst eens te meer dat weinig kan tippen aan goed drama.

De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Richard Ford uit 1990 en speelt zich af in Great Falls (Montana) in de jaren zestig. De aan Canada grenzende staat wordt geteisterd door bosbranden en de werkloze Jerry (Jake Gyllenhaal) voelt zich geroepen om bij de vrijwillige brandweer te gaan. Aangezien dat slecht betaalt, neemt zijn echtgenote Jeanette (Carey Mulligan) een job als zwemlerares. Tijdens Jerry’s afwezigheid begint ze een verhouding met een oudere man.

Sinds Prisoners (2013) ben ik gecharmeerd van de acteur Paul Dano, met Wildlife laat hij zien tevens een geboren filmmaker te zijn. Een man die gevoel legt in zijn werk. Dano: “It’s a film that is deeply depending on its cast.” Van de drie acteurs baart Oxenbould, die nog achttien moet worden, het meeste opzien. Een Australisch natuurtalent met (uiterlijk) trekjes van Dano. Door Joe’s ogen zien we hoe een modelgezin uiteenvalt. Eerst knijpt pap ertussenuit, waarna hij met groeiend ongeloof zijn mam aanschouwt. De gemiddelde puber zou zijn kont tegen de krib gooien. Echter, de 14-jarige knaap tracht juist het cement tussen de stenen te zijn. Dus neemt hij de taak van de man in huis op zich. Hij is het luisterend oor voor zijn aan escapisme ten prooi vallende ouders.

Een zo’n eerlijk mogelijke film maken, dat wilde Dano. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de camera. Netjes ‘binnen de lijntjes kleuren’ vereist een fluwelen touch. Dus “to not move the camera unless it meant something”, licht hij zijn keuze toe om, inderdaad, weinig met de camera te bewegen. Wat een zegen, wat een rust. Behalve frisse nieuwkomer Oxenbould is de Britse Carey Mulligan ontzettend goed als een huisvrouw die plotseling in een andere rol wordt gedwongen. Nogal schaamteloos geeft de dertiger zich over aan de welgestelde, krakkemikkige autodealer Warren, maar wroeging en onvrede fluiten haar terug. Dan staat Jerry op een dag weer voor de deur. Kort hierop, wanneer Joe zegt naar bed te gaan omdat hij de volgende dag gewoon naar school moet, volgt het meest veelzeggende shot van de film.

Wildlife. De titel verwijst naar documentaires waarin dierengedrag geobserveerd wordt. Via zuivere ziel Joe Brinson, die oordeelloos observeert, niets forceert en hoogstens probeert bij te sturen, leren we dat zijn ouders ook maar mensen van vlees en bloed zijn. Fraai spel en ongecompliceerd camerawerk staan aan de basis van een prachtig ingetogen, psychologisch gelaagd filmdrama. Paul Dano kan terugkijken op een uitstekend regiedebuut.

 Regie: David Lowery | Duur: 93 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Het maakt niet zoveel uit of hij de goeierik of slechterik speelt. Dat zal ongetwijfeld door zijn charme komen; die prikt immers door elke laag heen. Ik heb het over Robert Redford, met wie ik kennismaakte in Out of Africa (1985), de film die mijn destijds nog grasgroene innerlijk in lichterlaaie zette. Met The Old Man & the Gun sluit de 82-jarige acteur zijn indrukwekkende acteercarrière af. Een gedenkwaardig afscheid is het echter niet.

In The Old Man & the Gun vertolkt Redford Forrest Tucker, een bankovervaller die de pensioengerechtigde leeftijd al lang en breed is gepasseerd, maar de kneepjes van het vak nog niet is verleerd. Als hij in Jewel (Sissy Spacek) de vrouw van zijn dromen ontmoet, lijkt zijn leven compleet. Maar dat is buiten de jonge detective John Hunt (Casey Affleck) gerekend, die een klopjacht begint op Forrest en zijn handlangers.

Het snorrentijdperk, begin jaren 80 van de vorige eeuw. Forrest leidt een driekoppige roversbende. Alhoewel: van roversbende kun je amper spreken. Het kopstuk krijgt assistentie van leeftijdsgenoten Waller (Tom Waits) en Teddy (Danny Glover), maar om nu te zeggen dat de bejaardenbrigade echt tot de verbeelding spreekt, nou nee. Het verhaal is daarbij erg gericht op Forrest. Hij berooft solo (Waller en Teddy zijn feitelijk twee overbodige personages) en doet dat steevast met een vriendelijke glimlach op het gezicht. Het pistool dat hij steeds vluchtig tevoorschijn tovert, heeft vooral een symbolische betekenis.

Heel even dreigt de film leuk te worden, wanneer Redford en Affleck voor het eerst oog in oog staan met elkaar. Er volgt een aardige dialoog tussen de mannen (een van de weinige in de film), maar daar blijft het vervolgens bij. Want Hunt, op wie het leven zwaar drukt, gaat al snel door de knieën voor Forrest – hoe voorspelbaar. En ook Spacek geeft Redford nauwelijks tegengas. Beiden verdrinken van meet af aan in elkaars ogen. Twee oudjes die er lekker op los flirten; dat is nog het leukste aan The Old Man & the Gun.

Dat de kijker het nimmer moge vergeten: Robert Redford is een gentleman in optima forma. Maar The Old Man & the Gun, een misdaadkomedie die overigens op ware feiten is gebaseerd, kun je met de beste wil van de wereld geen eerbetoon aan de acteerlegende noemen. Suf plot, loom acteerwerk, loungemuziekje als soundtrack: de film heeft de amusementswaarde van een potje zomeravondvoetbal.

 

 Regie: Damien Chazelle | Duur: 141 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

De reis duurde slechts vier dagen, de voorbereiding kostte jaren. First Man vertelt wat voorafging aan wat velen zien als de meest historische gebeurtenis van de vorige eeuw. Op zondag 20 juli 1969, even na 20.17 uur UTC, ziet de wereld hoe astronaut Neil Armstrong als eerste mens op de maan landt. Zes uur en veertig minuten later zet hij voet op het maanoppervlak: “That’s one small step for (a) man, one giant leap for mankind.”

First Man, gebaseerd op het boek van James R. Hansen, gaat over dat chapiter in het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, en is toegespitst op Armstrong in de periode van 1961 tot 1969. Een welkome trendbreuk is dat de film geen lofzang is. Niet op Amerika, noch op NASA en haar dappere mannen die, Hollywoodiaanse producties piepen en kraken dikwijls onder dat euvel, ter meerdere glorie van de Stars en Stripes daar gaan “where no one has gone before”. Wat verder opvalt is dat de gespannen internationale verhoudingen op dat moment (de Koude Oorlog) een minimale rol spelen. Wel stipt de film de binnenlandse verontwaardiging aan: wat kost het eigenlijk om “witman” naar de maan te schieten? Kunnen die miljarden niet beter aan het collectief besteed worden?

Regisseur Damien Chazelle kiest dus voor relatief weinig ‘achtergrondruis’ in First Man. En hij werkte, in navolging van zijn met liefst zes Oscars bekroonde La La Land (2016), opnieuw samen met tweevoudig Oscargenomineerde Ryan Gosling. Het resultaat is een intiem portret. Ja, de verrichtingen van Armstrong en zijn kompanen zijn groots, maar het is alsof Chazelle die in een etalage plaatst. Van achter glas mogen we die verrichtingen zien, waarbij de focus op de mens en zijn emoties ligt, niet zozeer op zijn daden.

Van achter glas, maar wel door een vergrootglas. Hebt u Dunkirk (2017) gezien? Dan zal First Man u in zekere zin als een déjà-vu voorkomen. Het camerawerk is namelijk vergelijkbaar: onwaarschijnlijk goed. Meermaals bekruipt je de sensatie zélf in een ruimtecapsule te zitten, waar het trouwens niet prettig toeven was. Als sardientjes in een blik. En dan die technologie! Het blik werd nog net niet met plakband bij elkaar gehouden, maar veel scheelt het niet. Wat er in 50 jaar allemaal niet veranderd is. Onvoorstelbaar.

Behalve het camerawerk moet ook de cast genoemd worden. Een topcast met Ryan Gosling als de stoïcijnse Neil Armstrong aan het hoofd. “Hij is in de loop der tijd gekarakteriseerd als een teruggetrokken persoon. Maar dat was hij niet”, zegt Armstrongs oudste zoon Rick over zijn vader. Verre van stoïcijns is Neils vrouw Janet, uitstekend vertolkt door Claire Foy, bekend van haar rol als Queen Elizabeth II in de dramaserie The Crown. Terwijl Neil ‘gewoon’ met z’n werk bezig is, moet Janet haar zenuwen in bedwang zien te houden. Mark Armstrong: “Mijn moeder had alle zorgen, maar geen enkele controle.”

Aangedaan en met sterretjes in de ogen verlaat ik de bioscoopzaal: First Man is een fantastische biopic. Intens, oprecht. De film toont de zware, van de dood doortrokken aanloop naar het succes van de Apollo 11-missie. Nul sentiment, geen geromantiseer. Oké, op dat ene moment na dan. Het moment waardoor je kunt stellen dat Neil die slordige 385 duizend kilometer wellicht ook heeft moeten afleggen om het verlies van zijn dochtertje Karen een plek te kunnen geven.

 Regie: Bradley Cooper | Duur: 136 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

December 2011. Een markante dame schuift aan in de talkshow van Ellen DeGeneres. “Je moet gaan acteren”, zegt DeGeneres tegen haar. Met haar potsierlijke haardos en met glitters behangen wenkbrauwen lijkt ze niet van deze wereld te zijn. Is ze na een stuurfoutje per ongeluk met haar schip op onze aardbol beland? Nee hoor. We hebben hier te maken met Stefani Joanne Angelina Germanotta, kortweg Lady Gaga. Gewoon geboren in New York, in 1986. Zangeres, songwriter, pianiste. De ster in het muzikale romantische drama A Star Is Born, de derde remake van de gelijknamige film uit 1937.

A Star Is Born vertelt het verhaal van Jack (Bradley Cooper), een countryzanger in de herfst van zijn carrière. Na een optreden maakt hij in een kroeg kennis met zangeres-songwriter Ally (Lady Gaga), die haar hoop om het in de muziekbusiness te maken bijna heeft opgegeven. De twee worden verliefd op elkaar, maar terwijl Ally’s ster rijzende is, grijpt Jack steeds vaker naar de fles.

Gevestigde naam zet onzeker meisje in de spotlights. Je zou verwachten dat alle ogen dan op Ally zijn gericht, maar de meeste aandacht in herhalingsrecept nummer drie van deze showbizzsoap is opmerkelijk genoeg voor Jack. Nu maakt Bradley Cooper zijn regiedebuut en beschikt hij over een zeer behoorlijke zangstem, maar qua spel legt hij het af tegen Lady Gaga. Niet dat hij slecht acteert, maar Jack roept vooral in het tweede deel van de film irritatie op. Hij zuipt zich klem, laat zijn hoofd hangen en mompelt op den duur meer dan hij praat. Erg jammer dat zijn drankprobleem prominent aanwezig is. Een ware farce is de Grammy-scène waarbij meneer het in z’n broek doet. Nee, niet van het lachen.

Natuurlijk had Lady Gaga het brandpunt van de film moeten zijn. Gevoelig snuitje, mooie ogen, hijskraan van een neus: de androgyne megaster uit de muziekindustrie gaan we hopelijk vaker terugzien op het witte doek. Ze speelt haar eerste hoofdrol alsof Hollywood al jarenlang haar huiskamer is. Vloeiend, naturel. Dat A Star Is Born het aanzien meer dan waard is, komt door Lady Gaga. Overigens: niet alleen het aanzien waard, ook het aanhoren waard. Wat dacht u van het schitterende nummer ‘Shallow’ dat ze samen met Cooper zingt. Slik.

Gemengde gevoelens overheersen als de credits (met te stevige muziek eronder) over het scherm rollen. Aardige film, maar geen hoogvlieger. Daarvoor is het verhaal te uitgekauwd, zelfs wat overtrokken hier en daar. Meeleven met Ally of compassie opbrengen voor Jack? Tussen die twee bivakkeer je gevoelsmatig een groot gedeelte van de ruim twee uur. Moeilijk. Uitgebalanceerd is de film dus niet, waardoor Blik Op Film niet geheel meegaat in de vele loftuitingen voor A Star Is Born, en met drie sterren een toontje lager zingt.