Regie: James Gray | Duur: 123 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

Maanpiraten die met scherp schieten en een bloeddorstige aap die een ruimtelab op stelten zet. Niet voor niets concludeert astronaut Roy McBride in Ad Astra dat de mens van het heelal net zo’n bende maakt als van “the big blue marble”. Jammerlijk bovendien is dat Ad Astra nogal zweeft. Uiteraard omdat het sf-drama het eindeloze niets als setting heeft, maar vooral omdat de goede bedoelingen van regisseur James Gray uitmonden in een potpourriplot.

Een flitsend begin heeft Ad Astra wel. Roy (Brad Pitt) is bezig met werkzaamheden aan een ‘ruimtespeld’, een kilometers hoge, met het aardoppervlak verbonden smalle toren. Wanneer deze getroffen wordt door The Surge (De Piek, een geheimzinnige elektrische puls), moet hij lossen en zijn meerdere erkennen in de zwaartekracht. De Piek blijkt van Neptunus te komen, de planeet waar ooit zijn voor dood aangenomen vader Clifford (Tommy Lee Jones) de leiding had over het zogenaamde Lima Project. Is het een SOS van zijn vader? Zou hij dan toch nog in leven zijn? Gerekruteerd door kolonel Pruitt (Donald Sutherland) begint Roy aan een missie naar de rand van ons zonnestelsel.

Het is de nabije toekomst, een era van “conflict and hope”, leren de openingstitels. Tja, welk tijdperk is dat niet? Van positivisme of hoop is echter geen sprake in Ad Astra; de film ademt een en al zwaarmoedigheid. Exemplarisch daarvoor is Roy, de ietwat autistische zoon van de pionier waar zijn verdwenen vader voor doorgaat. Roy is geen prater en de meeste van zijn overpeinzingen komen dan ook via de voice-over tot ons. Het instrument neemt Pitt eigenlijk het werk uit handen; een fonkelende ster is hij in deze film in ieder geval niet. Het helpt ook niet dat zijn personage flets is. En blijft. Monotoon stemgeluid, stoïcijnse expressie, statische motoriek.

Wat betreft het trio sidekicks van formaat in Ad Astra (Donald Sutherland, Tommy Lee Jones en Liv Tyler): ook zij brengen niet de broodnodige schwung. Sutherland wekt de indruk naar het bejaardentehuis te verlangen en Tylers duit in het zakje is zo minimaal dat, mocht je de zaal even verlaten omdat je naar de wc moet, je haar melkwitte snoetje zou kunnen mislopen. Tommy Lee Jones ten slotte speelt een enorme zuurpruim die amper ontdooit als hij, vele jaren later, ineens oog in oog staat met zijn zoon. Het slot van Ad Astra raakt kant noch wal. Melodrama.

Pover spel en doodlopende verhaallijnen. Waarom versteent kapitein Tanner als de daling naar Mars wordt ingezet? Geen idee. Wat behelst het Lima Project precies? Geen idee. Wie of wat veroorzaakt nou die stroomstoten? Geen idee. Strakke visuals en een paar acteerkanonnen dichten niet per se alle gaten, laat dat duidelijk zijn. Treur echter niet: Hoyte van Hoytema is de cameraman van dienst en de soundtrack is erg oké. Toch nog twee sterren aan een grijs firmament.

 Regie: Steven Knight | Duur: 85 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: AL

Camera

Een huilende baby, een filmcriticus met een brok in zijn keel. Riemen vast voor het meesterwerkje Locke. Een roadtrip, maar dan wel een heel bijzondere. Vette actie, spetterend avontuur? Nee. Shots van weidse landschappen die gestreeld worden door avondrood? Ook niet. Wat dan wel? Niet schrikken: je komt de hele rit de auto niet uit. En buiten is het donker.

Ivan Locke (Tom Hardy) is ploegbaas bij een bouwonderneming in Birmingham. Hij is getrouwd met Katrina en heeft twee tienerzoons, Sean en Eddie. Echter, tijdens een onenightstand heeft hij zijn assistente Bethan zwanger gemaakt. Aan de vooravond van een historisch grote betonstorting die hij in goede banen moet leiden, knijpt hij ertussenuit om naar het Londense ziekenhuis te gaan waar Bethan elk moment kan bevallen van zijn kind.

Eén acteur, één locatie en een telefoon: met minimale middelen slaagt Steven Knight erin om een spannend drama te maken. Dat is te danken aan Knights pen en het geweldige acteerwerk van onder meer Hardy. Ivan heeft geblunderd, maar neemt zijn verantwoordelijkheid. Aarzelend, maar toch. En dus slaat hij bij het stoplicht niet linksaf, maar rechtsaf. Een beslissing met verstrekkende gevolgen. Vanuit zijn BMW, twee uur lang een soort nor op wielen, belt hij zich helemaal suf om tekst en uitleg te geven.

Met grote precisie geconstrueerde dialogen is het hart van een verhaal waar de vaart goed in zit. Hij moet voortdurend pendelen en peddelen, de snipverkouden Ivan. Hij breekt harten, oogst woede en ongeloof. Ivans baas Gareth (‘bastard’) en zijn collega Donal kunnen hem wel schieten op den duur. Ook Katrina en zijn zoons stelt hij teleur, en niet alleen doordat hij de wedstrijd van het jaar moet missen. Een wip uit medelijden, en het leven van Ivan is compleet aan diggelen. Tom Hardy is grandioos als een gewone vent in een emotionele rollercoaster die zijn waardigheid echter niet verliest.

Ook de stemacteurs verdienen een groot compliment. Elk geeft zijn of haar personage een gezicht, alsof ze fysiek aanwezig zijn. Razendknap. Ze spreken niet gewoon maar de tekst in, ze acteren echt. Zes dagen verbleven ze in een hotelkamer van waaruit ze elke avond live inbelden met een gsm of via een vaste lijn. Erg goed zijn de bijdragen van Andrew Scott als Donal (heerlijk typetje), Ruth Wilson (Katrina) en Olivia Colman (Bethan). En Tom Holland! Als Eddie is hij medeverantwoordelijk voor die brok in mijn keel.

Twee intense uren uit het leven van Ivan. Het ontroerende Locke is cinema in zijn essentie. Script en spel promoveren iets grauws als bellen vanuit de auto (dagelijkse kost voor een beetje asfaltvreter) tot een narratieve voltreffer. Met als dubbele kers op de taart de prachtige muziek van Dickon Hinchliffe en de bekwame montage van Justine Wright. Bon voyage.

 

 Regie: Michael Mann | Duur: 157 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: AL

Camera

“In deze schimmige zakenwereld was nicotine niet verslavend en waren sigaretten niet ongezond. Zwart was wit, en mijn leven was een leugen.” Zegt Jeffrey Wigand. In de jaren 90 was de biochemicus als hoofd onderzoek en ontwikkeling werkzaam voor de tabaksfabrikant Brown & Williamson (B&W). Wigand is de centrale pion in het meeslepende The Insider, een op ware feiten gebaseerd drama van regisseur Michael Mann dat goed was voor zeven Oscarnominaties.

In The Insider is Lowell Bergman (Al Pacino) producer van het programma 60 Minutes van CBS. Hij ruikt een verhaal wanneer hij de hulp inroept van Wigand (Russell Crowe), die echter niet met hem wil praten. Wigands voormalig werkgever B&W vreest het ergste en zet hem hierop onder druk om een aanvullende geheimhoudingsovereenkomst te ondertekenen.

Het manipulatieve instrument dat B&W inzet is precies het zetje dat Wigand nodig heeft om alsnog uit de school te klappen. Maar daar kleven risico’s aan, waarschuwt Bergman Wigand. Spreken of zwijgen? Ik moet tijdens de film denken aan Phèdre van de Franse toneelschrijver Jean Racine (1639-1699), een meesterlijke tragedie over de onvermijdelijkheid van de mondelinge bekentenis. Het geschreven woord is krachtig, het gesproken woord overstemt dat echter.

Bergman (een daverende Pacino) bijt zich als een pitbull vast in de zaak. De journalist, man van z’n woord, doet er via Wigand alles aan om de smerige waarheid omtrent de tabaksindustrie te openbaren. Maar zoals elke nicotinejunk niets wil horen over de lichamelijke en geestelijke aftakeling waartoe hij zichzelf veroordeelt (verslaving muilkorft de waarheid, weet deze ex-roker), zo krampachtig tracht B&W hun bedrijfsgeheim te beschermen. Met middelen waarbij de ethiek ver te zoeken is: eerst door te intimideren, dan via een in alle haast uitgevaardigd spreekverbod, en als dat ook niet helpt door ordinair met modder te gooien.

Wigand, evenwichtig ogend maar van binnen een vulkaan, is het minst te benijden in het fascinerende steekspel The Insider. De liefhebbende vader en echtgenoot raakt verstrikt in een web met maar één escape: via de waarheid. Maar die waarheid betaalt hij wel met zijn privéleven. Crowe heeft de moeilijkste rol in The Insider. Hij kwijt zich prima van zijn taak en wordt indringend geportretteerd door Dante Spinotti (ook de cameraman in Heat, 1995). Regelmatig is Crowe op de voorgrond te zien; frontaal of juist zijdelings in beeld, alsof Spinotti hem met zijn lens op de hielen zit. Jeffrey Wigand is opgejaagd wild.

Albert Heijn roept zijn maaltijdsalade met tonijn terug, omdat deze sporen van de listeria-bacterie bevat. Wat denkt u, roept B&W als de sodemieter al hun sigaretten terug? Het antwoord op die vraag is eigenlijk te gek voor woorden. The Insider gaat over een duo dat zijn stekels opzet tegen de kapitaalkrachtige tabaksmaffia. Tegen haar vertragingstactieken, de rookgordijnen die ze opwerpt en de tentakels waarmee ze zelfs een bolwerk als CBS dreigde te ontwortelen. Dat laatste gebeurde net niet, dankzij W&B: Wigand & Bergman.

 Regie: Harry Wootliff | Duur: 119 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Probeer eens om je lach in te houden tijdens Only You. Of om niet een traantje weg te pinken. Een kansloze missie, zelfs voor de grootste cynicus. Critici hebben een punt als ze zeggen dat Only You bol staat van de clichés, maar blikvangers Laia Costa en Josh O’Connor poetsen dat vlekje moeiteloos weg.

Na een onenightstand op Oudjaarsavond zijn Elena (Costa) en Jake (O’Connor) smoorverliefd op elkaar. Ondanks hun leeftijdsverschil wonen ze binnen de kortste keren samen en besluiten ze bovendien om een kind op de wereld te zetten. Maar dat gaat bepaald niet van een leien dakje. Is hun enorme aantrekkingskracht voldoende om de obstakels te overwinnen?

Je prins op het witte paard ontmoeten, en dat terwijl je staat te kibbelen om een taxi. Het overkomt Elena in Only You, dat parallellen vertoont met de bioscoophit The Big Sick (2017). In beide films knalt de liefde uit de startblokken, om erna tegenwind te ondervinden. Zo is het verschil in leeftijd tussen de Spaanse Elena en de Schotse Jake al snel een issue. Vooral Elena piekert daarover. Want Jake is ‘pas’ 26. Geen broekie meer, maar nog wel student.

Is het ene cliché doorgeprikt, staat het andere alweer te trappelen. Bij momenten is naar Only You kijken alsof je door een glossy bladert. Elena moet hoognodig aan de man, vinden haar plagerige vriendinnen (eerste scène). En later in de film: Elena met het pasgeboren kind van één van hen in de armen – een eenvoudig bruggetje naar wat volgt. Regisseur Harry Wootliff windt er in haar regiedebuut geen doekjes om: peer pressure is niet te onderschatten.

Echt stevige tegenwind dient zich aan wanneer het hun maar niet lukt om zwanger te worden. Wootliff, ervaringsdeskundige op dat gebied: “Nadat ze uit die eerste bubbel van verliefdheid zijn gekomen en samen het leven aangaan, zal er altijd iets moeilijks zijn dat de kop opsteekt.” Aldus worden barstjes scheuren, en dreigt de (in dit geval) rauwe realiteit van in-vitrofertilisatie de droom van Elena en Jake te beëindigen. Ook dát is het leven, zegt Wootliff hiermee.

Jeetje, dat klinkt best zwaar. Toch gaan kijken? Absoluut. Want met de optredens van Costa en O’Connor heb ik het lekkerste voor het laatst bewaard. Subliem acteerwerk, verrukkelijke chemie. Speels, intiem, prachtig gedoseerd. En ook buitengewoon fijn in beeld gebracht. Zelden zul je een koppeltje zien waar je blijer van wordt. Is het kortom niet fantastisch dat die eerste taxi Elena in de kou liet staan? Happy New Year!

 Regie: Ari Aster | Duur: 147 minuten | Taal: Engels & Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Alsof je stoned door een pretpark slalomt. Zo voelt Midsommar aan, de nieuwe film van regisseur Ari Aster, die in zijn jeugdjaren van menig videotheek de horrorsectie ‘plunderde’, en wiens gezinsdrama Hereditary (2018) lovend werd ontvangen. Over Midsommar zijn de meningen nogal verdeeld: de een vindt hem weerzinwekkend, een ander briljant. Aster: “Ik hoop dat mijn film de mensen enigszins in verwarring achterlaat.”

Dani (Florence Pugh) en haar vriend Christian (Jack Reynor) bezoeken in het Noord-Zweedse Hälsingland een midzomerfestival. Al snel blijkt dat de organisatoren van de feestelijkheden er bizarre gebruiken en wonderlijk ceremonieel vertoon op nahouden. Hun verblijf aldaar heeft vooral impact op Dani, die kort voor de happening haar zus en ouders heeft verloren.

Wat je ook van Midsommar vindt, de meeste kijkers zullen onderschrijven dat Aster je behoorlijk bij de neus neemt. De film begint met de tragedie die hoofdrolspeelster Dani te slikken krijgt. Haar bipolaire zus pleegt zelfmoord en betrekt pap en mam in haar wanhoopsdaad. Een indringende opening tijdens welke Florence Pugh laat zien over uitzonderlijk veel talent te beschikken.

Na dat heftige begin volgt een relatief rustig gedeelte. Daarbij wel aantekenend dat je het voortdurend voelt borrelen in je maag. Zo’n ongemakkelijk, sudderend gevoel. Dat ongemakkelijke heeft te maken met het feit dat de relatie tussen Dani en Christian op sterven na dood is. Er gaat een enorme zwaarte van hen uit, individueel en als koppel. Hoe komen we in godsnaam van elkaar af?

Het openluchtfestijn lijkt de reddingsboei voor hun geërodeerde liefde, maar ook de zuivere lucht en het ongerepte groen baten niet. Sterker, eenmaal aangekomen opent zich een nieuw universum voor Dani en wordt de afstand tussen haar en Christian alleen maar groter. Het is ook vanaf dan dat Midsommar een bizarre wending neemt. Cinematograaf Pawel Pogorzelski kondigt die wending aan op het moment dat de vriendengroep het festivalterrein nadert: het beeld maakt als het ware een salto – klaar voor de trip van je leven? Het zwierige camerawerk (Pogorzelski strooit met perspectieven) is uitmuntend.

Wonderbaarlijk goed is tevens de nog jonge Pugh (1996) als de zachtaardige, kwetsbare Dani, die liever zelf lijdt dan haar omgeving te kwetsen. Ze ondergaat een transformatie in Midsommar die eindigt in een allesbevrijdende glimlach. Beeld en muziek (het schitterende Fire Temple) zetten je tijdens die slotscène in vuur en vlam. Let verder ook op haar handen. Heel knap hoe ze daarmee speelt, hoe die elkaar opzoeken in een poging de balans te bewaren. Een Oscarnominatie voor haar performance, dat kan toch niet anders?

Break-upfilm meets folkhorror. Ari Asters Midsommar is een duidelijke verwijzing naar The Wicker Man (1973) van Robin Hardy, het magnum opus van een subgenre dat eind jaren 60 en begin jaren 70 in de lift zat. Een film die de keerzijde van de hippiescene verbeeldt, waar de zoektocht naar het goddelijke ontaardt in satanische rites, sektarisch geweld en, uiteindelijk, complete hysterie.

Vil de Dwaas. De Voorouderlijke Boom. Rubi Radr. En niet te vergeten: Attestupan. Midsommar is een belevenis waarbij een ritje in een Efteling-attractie zoiets is als koekhappen op een kinderfeestje. Weerzinwekkende of juist briljante cinema? Beide, met de nadruk op dat laatste. Een meesterlijke mindfuck die verstilt en verstikt. Gaat dat zien, gaat dat zien.

 Regie: Alexandre Aja | Duur: 87 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Crawl speelt zich voor een groot deel af in een kruipruimte van een in Florida gelegen huis. Een bijzondere setting voor een film en een zeer ongewone setting voor Florida, omdat huizen met een kelder er zeldzaam zijn. De Amerikaanse staat ligt namelijk op zeeniveau en bovendien bestaat de ondergrond vooral uit zand.

Een orkaan van categorie 5 koerst pal op Florida af. Haley (Kaya Scodelario) negeert echter het evacuatiealarm en gaat op zoek naar haar vader Dave (Barry Pepper), die ze telefonisch niet te pakken krijgt. Uiteindelijk treft ze hem gewond en bewusteloos aan in de kelder van zijn huis. Al snel wordt duidelijk dat het wassende water niet hun grootste probleem is.

Gezellige boel, daar in Florida. Hitte, muggen, orkanen en – o jee, wat kruipt en kronkelt daar nou? – reptielen. Monsters met een waffel waar een bus in past en met schubben waar Godzilla jaloers op zou worden. Dus nee, geen beestjes voor in een kooitje op de vensterbank. De krokodillen in Crawl zijn uiterst angstaanjagend, maar hebben wel nadrukkelijk de computer als wieg; het is een veeg teken dat krokodil 1 er vriendjes op nahoudt die volmaakt identiek aan hem zijn.

Een ander dingetje is de vrolijke muziek onder de aftiteling. See You Later, Alligator is ongetwijfeld grappig bedoeld, maar volstrekt niet in lijn met wat je zojuist gezien hebt. Want Crawl is vooral bloedstollend. En steekt, op een paar schoonheidsfoutjes na, goed in elkaar. In positieve zin vallen twee dingen op: het zeer volwassen spel van Maze Runner-meid Kaya Scodelario (enorm gegroeid als actrice), en de montage; je schrikt je hier en daar het apelazarus!

Nadeel is dan weer dat regisseur Alexandre Aja een Amerikaanse rampenfilm-traditie voortzet. Op het moment dat mensen het water aan de lippen staat (in Crawl is dat ook letterlijk het geval), vervallen we in sentimenteel gedoe. Zo heeft Dave plots de behoefte om familieperikelen te bespreken die de kloof tussen hem en Haley even moeten dichten. Los van zijn beroerde timing wil ik vaderlief bij deze adviseren dat voortaan lekker bij een knapperend haardvuur te doen, en niet terwijl je in een ranzig hol achtervolgd wordt door happend gespuis.

Een paar minnetjes dus, maar de plussen wegen zwaarder. Crawl is geen kraker van jewelste, maar gewoon degelijk gemaakt, zeer vermakelijk kijkvoer waar je verder niet te veel achter moet zoeken. Zet je verstand op nul en beleef een ondergrondse plons die je niet snel zult vergeten.

 

 

 Regie: Mak el-Toukhy | Duur: 127 minuten | Taal: Deens & Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

“Soms is wat gebeurt en wat nooit mag gebeuren hetzelfde”, vat protagoniste Anne het gewaagde Queen of Hearts (originele titel: Dronningen) haarfijn samen. Ze begeeft zich in het Deense drama van regisseur May el-Toukhy op spiegelglad ijs. Halverwege de film dwaalt ineens American Beauty (1999) door mijn hoofd: zien we met Queen of Hearts de midlifecrisis door een vrouwelijke bril?

Het leven van de succesvolle advocate Anne (Trine Dyrholm) lijkt zonder zorgen: ze is getrouwd, heeft twee fijne dochters en ze woont in een prachtig huis. Maar op een dag trekt Gustav (Gustav Lindh) bij hen in, de 17-jarige zoon uit een eerder huwelijk van haar man Peter (Magnus Krepper). Anne zet vervolgens haar gezinsleven en carrière op het spel door een affaire met hem te beginnen.

“I have lost something. I’m not exactly sure what, but I know I didn’t always feel this … sedated.” Is Anne de Lester Burnham uit American Beauty? Enigszins. Belangrijkste parallel is dat de illusie wordt doorgeprikt. En dat in beide films een externe factor de aanleiding vormt: in American Beauty ‘ontwaakt’ Lester door een vriendinnetje van zijn dochter, in Queen of Hearts is een dwarse stiefzoon de lont in het kruitvat.

Weggestopte gevoelens, hoe zorgvuldig vergrendeld ook, komen vroeg of laat aan de oppervlakte. En als de geest dan eindelijk uit de fles is, zoek je beter dekking. Maar dat is lastig tijdens Queen of Hearts, waarin Trine Dyrholm ontzettend goed is als de stijlvolle Anne, een dame met meerdere gezichten. Liefhebbend, impulsief, manipulatief, bikkelhard. De actrice pakt je volledig in; het is te zien dat haar personage een lange weg van voorbereiding heeft afgelegd. Dyrholm, die ook nauw betrokken was bij de totstandkoming van het script: “Meestal kan ik me pas een maand voor ik begin met draaien op een rol voorbereiden, nu was ik al veel eerder bezig. Daardoor had ik een veel beter beeld van Anne.”

Ook Gustav Lindh (23 jaar oud toen de opnames begonnen) en Magnus Krepper (als goeiige echtgenoot) spelen prima in Queen of Hearts. Daarbij is de stijl van el-Toukhy sober; ze verwerkt weinig ‘poëzie’ in de film. Kille kleuren (grijs en zwart) domineren het strak ingerichte huis, waar de meeste actie zich afspeelt. Zakelijk decor, inwendig gillende vrouw. Je krijgt bijna medelijden met Anne, ondanks dat het toch echt zíj is die in relatie tot Gustav de macht in handen heeft. Maar gaat ze ook staan voor wat ze heeft gedaan? Voor wat ze Gustav heeft aangedaan?

Mens, waar ben je in vredesnaam mee bezig? Ja, ik begrijp je. Compassie enerzijds, afkeuring anderzijds. Die gevoelens betwisten elkaar tijdens Queen of Hearts, een psychologisch topdrama dat vragen oproept. Een volwassen man die verliefd wordt op een tienermeisje, dat kan natuurlijk niet. Maar wat als een oudere vrouw voor een jonge knul valt?

 

 Regie: John Chester | Duur: 91 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar 

Camera

Willen we de CO2-emissie drastisch verminderen, dan moet de land- en tuinbouw ook een bijdrage leveren. Het moet boeren mogelijk gemaakt worden om kleinschaliger te opereren, te verduurzamen. Het zijn kreten uit het Klimaatakkoord waarvan de inkt nog niet eens droog is. Ook de biodiversiteit wordt hierin genoemd. Hoe ontzettend belangrijk dat laatste is, benadrukt de documentaire The Biggest Little Farm. Maar biodiversiteit realiseren is een varkentje dat je niet zomaar even wast.

Het is 2010. Cameraman John Chester en zijn vrouw Molly wonen in een klein appartement in Los Angeles. Al jaren droomt chef-kok en foodblogger Molly ervan om een boerderij te beginnen waar ze op ecologische wijze producten kan verbouwen. Met een beetje hulp van hun hond Todd wagen ze de sprong: even buiten Los Angeles schaffen ze een flinke lap grond aan. Vervolgens toveren ze het dorre land stap voor stap om tot een waar paradijsje.

“John and Molly had a farm, E-I-E-I-O!” Een vreemde eend in de bijt is hun boerderij wel, als je het tenminste afzet tegen de onvoorstelbare droefenis die gepaard gaat met de grootschalige monocultuur in Californië; een landschappelijke verschraling die je direct naar de Prozac doet grijpen. Dus graag meer van dat soort vreemde eenden! Maar dan niet alléén eenden, ook kippen, varkens, schapen. John en Molly leren snel in dat opzicht. Wat wil je ook, met een fantastische mentor als Alan York aan je zijde?

Zeven jaar. Zo lang hebben John, Molly en een team van devote helpers nodig om de “delicate dans van co-existentie” op poten te zetten. Een droom die, juist door tal van tegenslagen, aan realiteit wint. Recorddroogte, storm, natuurbranden. En diverse plagen. Wat doe je als duizenden spreeuwen je prachtige perziken verwoesten? Hoe bestrijd je een slakkeninvasie? En moet een ongrijpbare coyote dan toch maar afgeschoten worden omdat hij het op de kippen heeft gemunt? John: “Observatie gevolgd door creativiteit is onze belangrijkste bondgenoot geworden.”

Die creativiteit blijkt Moeder Natuur in ruime mate voorhanden te hebben. Van het hoopvolle The Biggest Little Farm word je vooral erg blij. De mooi gefilmde (veel close-ups) en vlot gemonteerde documentaire toont aan dat elk levend wezen welkom is én gedijt binnen de ‘circle of life’; een cirkel waar de rek nooit uit gaat. Wij mensen hoeven niet eens zoveel te doen, behalve dan de natuur de tijd en ruimte te laten om een eventuele disbalans zelf te herstellen. Wist u bijvoorbeeld dat kwik, kwek en kwak wel raad weten met al die slakken?

 

 Regie: John Wells | Duur: 121 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Verhitte familietoestanden in August: Osage County, een komisch drama naar het gelijknamige toneelstuk van Tracy Letts, die er in 2008 de Pulitzerprijs voor kreeg. Zowel Meryl Streep (Oscarnominatie voor Beste Actrice) als Julia Roberts (Beste Vrouwelijke Bijrol) zijn verpletterend goed, maar grepen naast het begeerde beeldje. Goed, dat kan natuurlijk. Maar een schrale 5.8 als metascore op IMDb? Nou ja zeg! Even wat rechtzetten.

Verdrietige omstandigheden dwingen de familie Weston tot een samenkomst in het huis van Violet Weston (Streep), in het snikhete Osage County (Oklahoma). Elk familielid neemt daarbij zijn of haar eigen emotionele bagage mee, waardoor bij het minste of geringste de vlam in de pan slaat. Gebekvecht en pijnlijke onthullingen zijn hierdoor aan de orde van de dag.

August: Osage County begint poëtisch, met fraaie shots van de Amerikaanse prairie en de gevoelige begintonen van Hinnom, TX, van de Amerikaanse indiefolkband Bon Iver. “Het leven is heel lang”, haalt Violets man Beverly schrijver T.S. Eliot aan, ter introductie van zijn misère. Die misère valt te begrijpen wanneer even later Violet het landelijke sfeertje bruusk de nek omdraait.

Streep speelt weergaloos in August: Osage County. Ze staat aan het hoofd van een rariteitenkabinet waarbij uw familie in het niet valt. Met Violet zet ze een kreng neer dat manipuleert, daarbij gewiekst gebruik makend van haar slachtofferrol. Immers, haar mond staat in de fik door de kanker, ze is verslaafd aan de pillen en haar Beverly is met de noorderzon vertrokken. Haar hersenen zijn behoorlijk aangevreten door al die medicatie, maar de kanker heeft haar tong kennelijk gespaard: aan de lopende band deelt ze sneren uit.

Ook Barbara (Roberts) is een enorme bitch. Ze is de enige van Violets drie dochters die haar moeder stevig van repliek dient, durft te dienen. Ze is net zo verzuurd als Violet (de vrouwen lijken op elkaar en botsen dus keihard), onder meer doordat ze in scheiding ligt met Bill (Ewan McGregor). Herinnert u zich haar lieve meisjestrekken in de zwijmelfilm Notting Hill uit 1999? Dat was leuk en aardig, maar wat ze nu laat zien is van absolute wereldklasse.

De rest van de cast doet nauwelijks onder voor Streep en Roberts. Zo is Margo Martindale geweldig als ‘fat-ass’ Mattie Fae (Violets zus). Haar man Charlie (Chris Cooper) is auteur van een schots en scheef, ronduit hilarisch dankwoord tijdens een ‘gezellig’ familiediner; de beste scène in de film. En ten slotte moeten ook Benedict Cumberbatch (als ‘Little Charles’) en Julianne Nicholson (als Ivy) genoemd worden: de twee sneeuwklokjes in het oorlogslandschap.

Bezielend spel, is dat niet meer sexy genoeg tegenwoordig? Staren we ons niet te veel blind op eindeloos geknok, de ene na de andere ontploffing en op ik weet niet hoeveel visuals? August: Osage County is cinema van de oude stempel wellicht, maar biedt spetterend entertainment, twee uur lang. Kan ik van veel superheldenfilms helaas niet zeggen. 5.8? 8.5 komt meer in de buurt.

 

 

 Regie: Heinrich Dahms | Duur: 90 minuten | Taal: Japans | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Nee, Japan heeft niet het hoogste zelfmoordcijfer ter wereld. Ondanks dat de Japanse media dit regelmatig beweren en het buitenland dit klakkeloos overneemt. Ja, het cijfer ligt er wel hoog, waarbij dan weer opgemerkt moet worden dat Japan niet in de toptien staat. Het aantal zelfmoorden onder jongeren is er zelfs laag. My Soul Drifts Light Upon a Sea of Trees gaat over het gevecht van mensen met suïcidale neigingen.

Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd. Dat klinkt nogal cru in dit verband, maar de woorden van Ittetsu Nemoto raken wel degelijk aan die tegeltjeswijsheid. “We lachen niet omdat we gelukkig zijn, we zijn gelukkig omdat we lachen”, zegt de zenboeddhist in My Soul Drifts Light Upon a Sea of Trees. Maar de drie mensen (twee vrouwen en een man) die de documentaire portretteert is het lachen al lang en breed vergaan.

Nemoto verloor in zijn jeugd drie mensen door zelfmoord, waaronder zijn oom. Het sloeg een krater in zijn wezen en was de aanleiding om een onlinegroep te beginnen voor mensen met zelfmoordgedachten. Het bleek een succes; inmiddels begeleidt hij ‘Hen Die Willen Verdwijnen’ persoonlijk in zijn tempel. Onder hen een vader met een psychische stoornis die zijn kinderen niet meer mag zien. En van de twee vrouwen belandt de een door zware schulden in de seksindustrie, terwijl de ander richting haar dertigste steeds heftiger naar de dood verlangt, zonder echte verklaring.

De drie vertellen openhartig over de tragische gebeurtenissen, veelal een samenloop ervan, die hen deden afglijden. Deden, want Nemoto’s aanpak slaat aan. “Mensen die piekeren of afzien in het leven zijn het contact verloren met wie ze werkelijk zijn. Ze kunnen de weg niet terugvinden naar hun ware zelf, vanuit de sociale zelf die ze voor zichzelf hebben gecreëerd.” Het ego: een soort schijnpersoonlijkheid die in leven wordt geroepen (en helaas ook gehouden) door de kwebbelzieke mind. De crux wordt dus benoemd, maar graag had ik meer geleerd over termen als ‘ego’ en ‘ware zelf’.

Zang, dans en meditatie zijn onderdeel van de holistische werkwijze die Nemoto hanteert, en waarin saamhorigheid een grote rol speelt. Natuurlijk kan iedereen terecht in het ziekenhuis of bij een therapeut. Nemoto: “Maar in plaats daarvan kun je ook verbinding maken als gelijken, op hetzelfde niveau.” Dat kan tijdens een Zen-retraite. My Soul Drifts Light Upon a Sea of Trees verbeeldt niet alleen de menselijke veerkracht, maar is tevens een respectvol betoog om suïcidaal gedrag op meer alternatieve wijze te behandelen.