Regie: Phillip Noyce | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

De film The Deep (1970) kwam er uiteindelijk niet. De financiering verliep moeizaam, er waren technische problemen en toen tijdens de productie hoofdrolspeler Laurence Harvey overleed, hield regisseur Orson Welles het definitief voor gezien. Toch zou Charles Williams’ roman Dead Calm (1963) alsnog verfilmd worden, maar nu met Phillip Noyce aan het roer. De gelijknamige film betekende de doorbraak van actrice Nicole Kidman.

Kapitein John Ingram (Sam Neill) en zijn vrouw Rae (Kidman) maken een zeiltocht op de Stille Oceaan om de dood van hun zoontje te verwerken. Op zekere dag stuiten ze op een beschadigde schoener met slechts één overlevende: Hughie Warriner (Billy Zane). Het echtpaar neemt de zwaar overstuur zijnde drenkeling aan boord, waarna John poolshoogte gaat nemen op het zeilschip.

Beesten, baby’s en boten: die drie b’s kun je het best mijden, waarschuwt men op de filmacademie. Filmen op open water is de goden verzoeken, maar levert in het geval van Dead Calm een geweldige prent op. Geen genreklassieker, wel een huzarenstukje. Met name op technisch vlak, want de cameravoering van Dean Semler (Dances with Wolves, 1990) is ontzettend knap en werd door het Australian Film Institute als zodanig herkend (Best Achievement in Cinematography). Verder valt de fijne editing van Richard Francis-Bruce op en is de muziek van Graeme Revell, spooky en ritmisch met behoorlijk wat ‘deining’ erin, een schot in de roos.

Het verhaal zelf dan. Bij dageraad kondigt ‘zeehond’ Ben de malheur reeds aan: hij staat te blaffen op het dek. Tweeëndertig dagen lang, zo tekent Johns logboek op, is de zee ‘dead calm’. Maar na de onverwachte entree van Hughie (hij dringt zichzelf min of meer op) is het afgelopen met de sereniteit. Zane speelt een psychopaat. Een charmeur met een zachte kant, maar de adonis blijkt ook zeer licht ontvlambaar. En bovendien een complete dwaas, die onbezorgd staat te dansen op een ontspannen muziekje terwijl de bewusteloze Rae bijna van het schip kukelt. Een kolderieke scène waarin, ook nu weer, het weergaloze camerawerk opvalt.

Zane is erg goed, maar wat de pas 19-jarige (!) Nicole Kidman laat zien, is fabuleus. Terwijl John op de schoener de ene na de andere schokkende ontdekking doet, zit het roodharige spillebeentje opgescheept met een manipulatieve mafketel. Verdrietig, wanhopig, vol ongeloof. Maar ook gedreven door furie en berekenend: aan haar voortreffelijke invulling van een complexe rol in Dead Calm dankte Kidman haar casting voor de film Days of Thunder (1990).

Alle hens aan dek in Dead Calm, een zeer vakkundig gemaakte psychologische thriller die zich afspeelt in een tegenstrijdige setting: alle ruimte van de wereld, maar toch geen kant op kunnen. Kidman excelleert in een film die je op het puntje van de stoel houdt, en die deels diende als uitgangspunt voor het eveneens indrukwekkende All Is Lost (2013) van scenarist-regisseur J.C. Chandor.

 Regie: Jimmy Chin & Elizabeth Chai Vasarhelyi | Duur: 100 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: AL 

Camera

Yoga, maar dan net even anders. Dus niet in een veilige omgeving als bijvoorbeeld uw woon- of slaapkamer. Zonder smeulend stokje wierook ter ontspanning, en zeker niet op een matje om de spieren en gewrichten te ontzien. Nee, Free Solo is yoga op een granieten vloer, en ook nog eens honderden meters boven de grond. Alternatief voor kijkers met hoogtevrees of een broos hart: vast interessant is ook het boek Alone on the Wall.

Spock moet een beetje gek zijn. Wie? Alex Honnold, die door zijn klimvrienden liefkozend vergeleken wordt met het Star Trek-personage Spock. Een béétje gek? Geen enkel weldenkend mens flirt voor z’n lol met de man met de zeis. Honnold gaat veel verder dan flirten: in Free Solo beklimt hij de zeer steile rotswand El Capitan (El Cap) in het Californische Yosemite National Park. Dat doet hij helemaal alleen en, echt waar, zonder gezekerd te zijn.

Bijna fascinerender dan zijn krachttoer – stelt u zich in op hallucinante beelden! – is te weten wie zoiets in vredesnaam doet. Free Solo gaat op zoek naar de mens achter de prestatie, maar de persoon Alex laat zich niet zo makkelijk kennen. Een gewone gast, op het eerste gezicht. Gespierd, slungelig, vlotte babbel. Een klimgeit met bruine ogen zo groot als kastanjes die werk heeft gemaakt van zijn hobby, die van zijn hobby zijn werk heeft gemaakt. Grenzeloos gedreven, zelfverzekerd en gewaardeerd; er lijkt geen vuiltje aan de lucht.

En toch. Wie is Alex Honnold nou echt? En vooral: hoe kan een mens zo onbevreesd zijn? Soloklimmers sneuvelen immers bij bosjes. Het is bijna eng hoe flegmatiek hij overkomt, in de wetenschap dat het kleinste foutje onherroepelijk de dood betekent. Angst lijkt hem totaal vreemd; heeft de man überhaupt wel emoties? Een scan van Honnolds hersenen verklaart waarom hij het extreme opzoekt. Opmerkelijk maar niet verrassend is dat zijn vader, die stierf toen Alex pas negentien jaar was, aan het syndroom van Asperger leed.

Het is bizar te constateren dat zijn entourage emotioneel meer afziet dan meneer zelf. We zien zijn lieve vriendin Sanni (pittige meid) in tranen. We zien professioneel klimmer Tommy Caldwell en Meru-regisseur Jimmy Chin peentjes zweten als Alex tergend langzaam de top van El Cap nadert. De fotograaf op de grond moet af en toe gewoon wegkijken. Het hele team staat logischerwijs doodsangsten uit; wat doet hij zijn dierbaren eigenlijk aan?

Alone on the Wall, eerste alinea: “I was too shy to go up to strangers (…) and ask if they’d like to rope up with me”, verduidelijkt Alex waarom hij is gaan soloklimmen. Die verlegenheid is nog altijd latent aanwezig, maar het klimmen heeft Alex wel dichter bij Alex gebracht. Het duizelingwekkende Free Solo is dan ook vooral een metafoor voor de weg richting zelfkennis, met de zwaartekracht als scherprechter.

 Regie: Paul Dano | Duur: 105 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar 

Camera

Buiten beeld krijgt Jerry zijn ontslag. Op de achtergrond zijn twee mannenstemmen te horen, maar de camera is en blijft gericht op zijn zoon Joe (Ed Oxenbould), wiens expressie verraadt hoe laat het is. Vanaf dat moment weet je dat het verhaal vanuit zijn perspectief wordt verteld. Wildlife bewijst eens te meer dat weinig kan tippen aan goed drama.

De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Richard Ford uit 1990 en speelt zich af in Great Falls (Montana) in de jaren zestig. De aan Canada grenzende staat wordt geteisterd door bosbranden en de werkloze Jerry (Jake Gyllenhaal) voelt zich geroepen om bij de vrijwillige brandweer te gaan. Aangezien dat slecht betaalt, neemt zijn echtgenote Jeanette (Carey Mulligan) een job als zwemlerares. Tijdens Jerry’s afwezigheid begint ze een verhouding met een oudere man.

Sinds Prisoners (2013) ben ik gecharmeerd van de acteur Paul Dano, met Wildlife laat hij zien tevens een geboren filmmaker te zijn. Een man die gevoel legt in zijn werk. Dano: “It’s a film that is deeply depending on its cast.” Van de drie acteurs baart Oxenbould, die nog achttien moet worden, het meeste opzien. Een Australisch natuurtalent met (uiterlijk) trekjes van Dano. Door Joe’s ogen zien we hoe een modelgezin uiteenvalt. Eerst knijpt pap ertussenuit, waarna hij met groeiend ongeloof zijn mam aanschouwt. De gemiddelde puber zou zijn kont tegen de krib gooien. Echter, de 14-jarige knaap tracht juist het cement tussen de stenen te zijn. Dus neemt hij de taak van de man in huis op zich. Hij is het luisterend oor voor zijn aan escapisme ten prooi vallende ouders.

Een zo’n eerlijk mogelijke film maken, dat wilde Dano. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de camera. Netjes ‘binnen de lijntjes kleuren’ vereist een fluwelen touch. Dus “to not move the camera unless it meant something”, licht hij zijn keuze toe om, inderdaad, weinig met de camera te bewegen. Wat een zegen, wat een rust. Behalve frisse nieuwkomer Oxenbould is de Britse Carey Mulligan ontzettend goed als een huisvrouw die plotseling in een andere rol wordt gedwongen. Nogal schaamteloos geeft de dertiger zich over aan de welgestelde, krakkemikkige autodealer Warren, maar wroeging en onvrede fluiten haar terug. Dan staat Jerry op een dag weer voor de deur. Kort hierop, wanneer Joe zegt naar bed te gaan omdat hij de volgende dag gewoon naar school moet, volgt het meest veelzeggende shot van de film.

Wildlife. De titel verwijst naar documentaires waarin dierengedrag geobserveerd wordt. Via zuivere ziel Joe Brinson, die oordeelloos observeert, niets forceert en hoogstens probeert bij te sturen, leren we dat zijn ouders ook maar mensen van vlees en bloed zijn. Fraai spel en ongecompliceerd camerawerk staan aan de basis van een prachtig ingetogen, psychologisch gelaagd filmdrama. Paul Dano kan terugkijken op een uitstekend regiedebuut.

 Regie: David Lowery | Duur: 93 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Het maakt niet zoveel uit of hij de goeierik of slechterik speelt. Dat zal ongetwijfeld door zijn charme komen; die prikt immers door elke laag heen. Ik heb het over Robert Redford, met wie ik kennismaakte in Out of Africa (1985), de film die mijn destijds nog grasgroene innerlijk in lichterlaaie zette. Met The Old Man & the Gun sluit de 82-jarige acteur zijn indrukwekkende acteercarrière af. Een gedenkwaardig afscheid is het echter niet.

In The Old Man & the Gun vertolkt Redford Forrest Tucker, een bankovervaller die de pensioengerechtigde leeftijd al lang en breed is gepasseerd, maar de kneepjes van het vak nog niet is verleerd. Als hij in Jewel (Sissy Spacek) de vrouw van zijn dromen ontmoet, lijkt zijn leven compleet. Maar dat is buiten de jonge detective John Hunt (Casey Affleck) gerekend, die een klopjacht begint op Forrest en zijn handlangers.

Het snorrentijdperk, begin jaren 80 van de vorige eeuw. Forrest leidt een driekoppige roversbende. Alhoewel: van roversbende kun je amper spreken. Het kopstuk krijgt assistentie van leeftijdsgenoten Waller (Tom Waits) en Teddy (Danny Glover), maar om nu te zeggen dat de bejaardenbrigade echt tot de verbeelding spreekt, nou nee. Het verhaal is daarbij erg gericht op Forrest. Hij berooft solo (Waller en Teddy zijn feitelijk twee overbodige personages) en doet dat steevast met een vriendelijke glimlach op het gezicht. Het pistool dat hij steeds vluchtig tevoorschijn tovert, heeft vooral een symbolische betekenis.

Heel even dreigt de film leuk te worden, wanneer Redford en Affleck voor het eerst oog in oog staan met elkaar. Er volgt een aardige dialoog tussen de mannen (een van de weinige in de film), maar daar blijft het vervolgens bij. Want Hunt, op wie het leven zwaar drukt, gaat al snel door de knieën voor Forrest – hoe voorspelbaar. En ook Spacek geeft Redford nauwelijks tegengas. Beiden verdrinken van meet af aan in elkaars ogen. Twee oudjes die er lekker op los flirten; dat is nog het leukste aan The Old Man & the Gun.

Dat de kijker het nimmer moge vergeten: Robert Redford is een gentleman in optima forma. Maar The Old Man & the Gun, een misdaadkomedie die overigens op ware feiten is gebaseerd, kun je met de beste wil van de wereld geen eerbetoon aan de acteerlegende noemen. Suf plot, loom acteerwerk, loungemuziekje als soundtrack: de film heeft de amusementswaarde van een potje zomeravondvoetbal.

 

 Regie: Damien Chazelle | Duur: 141 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

De reis duurde slechts vier dagen, de voorbereiding kostte jaren. First Man vertelt wat voorafging aan wat velen zien als de meest historische gebeurtenis van de vorige eeuw. Op zondag 20 juli 1969, even na 20.17 uur UTC, ziet de wereld hoe astronaut Neil Armstrong als eerste mens op de maan landt. Zes uur en veertig minuten later zet hij voet op het maanoppervlak: “That’s one small step for (a) man, one giant leap for mankind.”

First Man, gebaseerd op het boek van James R. Hansen, gaat over dat chapiter in het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, en is toegespitst op Armstrong in de periode van 1961 tot 1969. Een welkome trendbreuk is dat de film geen lofzang is. Niet op Amerika, noch op NASA en haar dappere mannen die, Hollywoodiaanse producties piepen en kraken dikwijls onder dat euvel, ter meerdere glorie van de Stars en Stripes daar gaan “where no one has gone before”. Wat verder opvalt is dat de gespannen internationale verhoudingen op dat moment (de Koude Oorlog) een minimale rol spelen. Wel stipt de film de binnenlandse verontwaardiging aan: wat kost het eigenlijk om “witman” naar de maan te schieten? Kunnen die miljarden niet beter aan het collectief besteed worden?

Regisseur Damien Chazelle kiest dus voor relatief weinig ‘achtergrondruis’ in First Man. En hij werkte, in navolging van zijn met liefst zes Oscars bekroonde La La Land (2016), opnieuw samen met tweevoudig Oscargenomineerde Ryan Gosling. Het resultaat is een intiem portret. Ja, de verrichtingen van Armstrong en zijn kompanen zijn groots, maar het is alsof Chazelle die in een etalage plaatst. Van achter glas mogen we die verrichtingen zien, waarbij de focus op de mens en zijn emoties ligt, niet zozeer op zijn daden.

Van achter glas, maar wel door een vergrootglas. Hebt u Dunkirk (2017) gezien? Dan zal First Man u in zekere zin als een déjà-vu voorkomen. Het camerawerk is namelijk vergelijkbaar: onwaarschijnlijk goed. Meermaals bekruipt je de sensatie zélf in een ruimtecapsule te zitten, waar het trouwens niet prettig toeven was. Als sardientjes in een blik. En dan die technologie! Het blik werd nog net niet met plakband bij elkaar gehouden, maar veel scheelt het niet. Wat er in 50 jaar allemaal niet veranderd is. Onvoorstelbaar.

Behalve het camerawerk moet ook de cast genoemd worden. Een topcast met Ryan Gosling als de stoïcijnse Neil Armstrong aan het hoofd. “Hij is in de loop der tijd gekarakteriseerd als een teruggetrokken persoon. Maar dat was hij niet”, zegt Armstrongs oudste zoon Rick over zijn vader. Verre van stoïcijns is Neils vrouw Janet, uitstekend vertolkt door Claire Foy, bekend van haar rol als Queen Elizabeth II in de dramaserie The Crown. Terwijl Neil ‘gewoon’ met z’n werk bezig is, moet Janet haar zenuwen in bedwang zien te houden. Mark Armstrong: “Mijn moeder had alle zorgen, maar geen enkele controle.”

Aangedaan en met sterretjes in de ogen verlaat ik de bioscoopzaal: First Man is een fantastische biopic. Intens, oprecht. De film toont de zware, van de dood doortrokken aanloop naar het succes van de Apollo 11-missie. Nul sentiment, geen geromantiseer. Oké, op dat ene moment na dan. Het moment waardoor je kunt stellen dat Neil die slordige 385 duizend kilometer wellicht ook heeft moeten afleggen om het verlies van zijn dochtertje Karen een plek te kunnen geven.

 Regie: Bradley Cooper | Duur: 136 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

December 2011. Een markante dame schuift aan in de talkshow van Ellen DeGeneres. “Je moet gaan acteren”, zegt DeGeneres tegen haar. Met haar potsierlijke haardos en met glitters behangen wenkbrauwen lijkt ze niet van deze wereld te zijn. Is ze na een stuurfoutje per ongeluk met haar schip op onze aardbol beland? Nee hoor. We hebben hier te maken met Stefani Joanne Angelina Germanotta, kortweg Lady Gaga. Gewoon geboren in New York, in 1986. Zangeres, songwriter, pianiste. De ster in het muzikale romantische drama A Star Is Born, de derde remake van de gelijknamige film uit 1937.

A Star Is Born vertelt het verhaal van Jack (Bradley Cooper), een countryzanger in de herfst van zijn carrière. Na een optreden maakt hij in een kroeg kennis met zangeres-songwriter Ally (Lady Gaga), die haar hoop om het in de muziekbusiness te maken bijna heeft opgegeven. De twee worden verliefd op elkaar, maar terwijl Ally’s ster rijzende is, grijpt Jack steeds vaker naar de fles.

Gevestigde naam zet onzeker meisje in de spotlights. Je zou verwachten dat alle ogen dan op Ally zijn gericht, maar de meeste aandacht in herhalingsrecept nummer drie van deze showbizzsoap is opmerkelijk genoeg voor Jack. Nu maakt Bradley Cooper zijn regiedebuut en beschikt hij over een zeer behoorlijke zangstem, maar qua spel legt hij het af tegen Lady Gaga. Niet dat hij slecht acteert, maar Jack roept vooral in het tweede deel van de film irritatie op. Hij zuipt zich klem, laat zijn hoofd hangen en mompelt op den duur meer dan hij praat. Erg jammer dat zijn drankprobleem prominent aanwezig is. Een ware farce is de Grammy-scène waarbij meneer het in z’n broek doet. Nee, niet van het lachen.

Natuurlijk had Lady Gaga het brandpunt van de film moeten zijn. Gevoelig snuitje, mooie ogen, hijskraan van een neus: de androgyne megaster uit de muziekindustrie gaan we hopelijk vaker terugzien op het witte doek. Ze speelt haar eerste hoofdrol alsof Hollywood al jarenlang haar huiskamer is. Vloeiend, naturel. Dat A Star Is Born het aanzien meer dan waard is, komt door Lady Gaga. Overigens: niet alleen het aanzien waard, ook het aanhoren waard. Wat dacht u van het schitterende nummer ‘Shallow’ dat ze samen met Cooper zingt. Slik.

Gemengde gevoelens overheersen als de credits (met te stevige muziek eronder) over het scherm rollen. Aardige film, maar geen hoogvlieger. Daarvoor is het verhaal te uitgekauwd, zelfs wat overtrokken hier en daar. Meeleven met Ally of compassie opbrengen voor Jack? Tussen die twee bivakkeer je gevoelsmatig een groot gedeelte van de ruim twee uur. Moeilijk. Uitgebalanceerd is de film dus niet, waardoor Blik Op Film niet geheel meegaat in de vele loftuitingen voor A Star Is Born, en met drie sterren een toontje lager zingt.

 Regie: David Kerr | Duur: 88 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

Ooit had ‘rubber face’ Rowan Atkinson (1955) de lachers nadrukkelijk op zijn hand, in de rol van antiheld Mr. Bean. Had hij zich maar tot dat succes beperkt. Het is jammer dat de Britse acteur zich heeft laten strikken voor de bleke parodies Johnny English (2003), Johnny English Reborn (2011) en Johnny English Strikes Again. Voor alle drie geldt dat protagonist Johnny English de mislukte afgeleide is van Mr. Bean, waardoor er niet veel te lachen valt.

In Groot-Brittannië breekt de pleuris uit wanneer na een cyberaanval de personalia van alle geheim agenten op straat komen te liggen. Ex-spion Johnny English wordt hierop ingeschakeld om het brein achter deze snode daad te ontmaskeren.

Waarom zit er acht jaar tussen Johnny English en Johnny English Reborn? En duurt het zeven jaar eer we met Johnny English Strikes Again de beroepskluns opnieuw aan het werk zien? Niet omdat de tijd ertussen aan grondig denkwerk is besteed. Een parapluutje aan de neus getuigt daar in ieder geval niet van. En werkt mij bovendien niet op de lachspieren. Niet meer. Evenmin grappig: een English die op de dansvloer uit zijn dak gaat. Nog flauwer is de actie waarmee hij een peloton Franse wielrenners een halt toeroept. Qua humor richt de film zich duidelijk op kleuters; volwassenen zullen zich al snel vervelen.

Uiteraard weerspiegelt ook Johnny English Strikes Again de wereld anno nu en botsen moderne snufjes met het tijdperk-Desmond Llewelyn (‘Q’ in de James Bond-films). Twee werelden die co-existeren; het is eigenlijk het enige geslaagde plotlijntje in de film. Zo moet English enerzijds geloven aan virtual reality, maar verkiest hij anderzijds een vuurrode Aston Martin boven een hybride auto. Aardig is verder dat hij de met een iPad uitgeruste babyface-schurk zelfs in een middeleeuws harnas te slim af is. Die gekke Britten toch. Traditie voor alles.

Daarmee is de koek wel op. Johnny English Strikes Again is een magere komedie die ook niet leuker wordt door de aanwezigheid van de gelouterde Emma Thompson en de oogverblindende Olga Kurylenko. In Thompson zien we de hysterische variant van ‘Prime Minister’ Theresa May, Kurylenko speelt de femme fatale. Overtuigend is het allemaal niet. Hopelijk zet men een dikke punt achter deze franchise. Zo niet, think again.

 Regie: Corin Hardy | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Met The Nun heeft ze haar spin-off te pakken: de duivelse non uit The Conjuring 2 (2016) van horrorspecialist James Wan. De Australiër brak in 2004 door met Saw, een lowbudgetfilm die uitgroeide tot een lucratieve horrorfranchise. Met Dead Silence (2007) en Death Sentence (2007) gaf hij dat succes echter geen passend vervolg; beide films flopten. Maar Wan revancheerde zich met het alleraardigste The Conjuring (2013). En ook aan The Nun droeg hij zijn steentje bij, als schrijver en coproducer. Tevergeefs; de film is nauwelijks om aan te gluren.

Het is 1952. In de abdij van Sint-Carta (Roemenië) pleegt een jonge non onder mysterieuze omstandigheden zelfmoord. Het Vaticaan ontbiedt hierop eerwaarde Burke (Demián Bichir), die overigens geen smetteloos blazoen heeft. Met novice Irene (Taissa Farmiga) reist hij af naar de plek des onheils om de onderste steen boven te krijgen.

Aardedonkere vertrekken, prevelende nonnen, flikkerend kaarslicht, een verwaarloosd kerkhof, joekels van kraaien: The Nun leent zich niet echt voor knusse vakantiekiekjes. Tegelijkertijd is de spookachtige setting wel het enige goede element van de film. De rest? Oh My God. Bagger. Al na drie minuten weet je dat dit weer zo’n ‘van dik hout zaagt men planken-productie’ is. Waarom? Omdat het eerste lijk dan al een feit is. Lekker subtiel.

In het vervolg wordt het er niet beter op – understatement. Het plot heeft kop noch staart en het acteerwerk is ontzettend doorsnee. Alleen het optreden van Taissa Farmiga (de jongere zus van Vera Farmiga die Lorraine Warren speelt in de Conjuring-films) is nog enigszins het aanzien waard. Bichir daarentegen bakt weinig van zijn rol als geestelijke. Een spaghettiwestern, daar past-ie veel beter in. De dialogen missen iedere vorm van vernuft, fantasie. Clichés komen er voor in de plaats. “Wees voorzichtig, zuster.” Briljant advies. En nadat Burke door zuster Irene ternauwernood is bevrijd uit een doodskist, volgt de verpletterende conclusie dat er een “krachtig kwaad” actief is. Bibber.

“Finit hic, Deo.” Vrij vertaald: God eindigt hier. Die tekst staat in een houten deur gebrand. Je moet er toch niet aan dénken dat die deur ooit opengaat?! U begrijpt: hoe langer ik over The Nun nadenk, hoe meliger ik word. De Conjuring-franchise neemt plots een lachwekkende wending. Kan niet de bedoeling zijn als je juist de stuipen op het lijf gejaagd wil worden.

 

 Regie: Sebastián Lelio | Duur: 114 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

De mens is het enige schepsel met een vrije keus. Een betrekkelijk gegeven, blijkt uit Disobedience waarin Oscarwinnares Rachel Weisz (Londen, 1970) oog in oog staat met de Canadese Rachel McAdams (The Notebook, 2004). Rachel versus Rachel. De actrices halen het beste in elkaar naar boven in Sebastián Lelio’s eerste Engelstalige film naar de gelijknamige roman van Naomi Alderman.

Ronit Krushka (Weisz) is een fotografe die woont en werkt in New York. Wanneer ze verneemt dat haar vader, een geliefd rabbijn, plots is overleden, keert ze terug naar de orthodox-joodse gemeenschap in Noord-Londen waaruit ze verbannen was. Het weerzien met haar jeugdvriendin Esti (McAdams) doet echter stof opwaaien binnen de besloten geloofsgemeenschap.

Eén keer eerder troffen Weisz en McAdams elkaar op de filmset, tijdens de opnames voor het niet erg geslaagde To the Wonder (2012). Disobedience is aanmerkelijk beter. De dynamiek tussen de dames is fantastisch, perfect authentiek. Vooral Weisz is een lust voor het oog. Het is alsof ze een pact met de klok is aangegaan; ze wordt alleen maar mooier. Naar haar kijken is heerlijk dwalen door een sprookjesbos. In Disobedience speelt ze Esti’s ‘bevrijder’, de katalysator binnen haar bewustwording. Maar weet Ronit ook zichzélf te bevrijden? Weisz, in gesprek met filmrecensent Peter Travers van Rolling Stone: “Are you really free if you’re running from where you’re from?”

Weinig frivoliteit in Esti’s leven. Arm kind. Geboren en getogen in een gemeenschap waar men elkaar continu in de gaten houdt, aan de bel trekt bij vermeend onraad. Disobedience is ook een film over stille revolte, aangezwengeld door verboden liefde. In vuur en vlam gezet door Ronit verandert muurbloempje Esti namelijk in een vrouw die haar vrijheid claimt. Gunt haar devote echtgenoot Dovid (Allessandro Nivola) haar die ook? De beoogd opvolger van rabbijn Krushka beantwoordt die vraag op meesterlijke wijze tijdens zijn installatierede. Lelio zet zo een kroon op een humaan drama waarin ook Nivola mooi, ingetogen spel laat zien.

Joden wensen elkaar toe dat ze 120 jaar oud mogen worden, verwijzend naar de leeftijd waarop Mozes stierf. Heel nobel, maar wat is een lang leven waard wanneer het je niet wordt toegestaan om je hart te volgen? Disobedience is krachtig, elegant, respectvol. Een drama om te zoenen over de essentie van vrijheid.

 

 Regie: John Hughes | Duur: 97 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

Ten tijde van The Breakfast Club zat de jeugd nog niet append op de fiets. Werd men nog niet volledig in beslag genomen door allerlei gadgets. The Breakfast Club is een komisch drama uit de jaren 80, toen de videorecorder de huiskamers veroverde en de Schotse popgroep Simple Minds haar hoogtijdagen vierde. Een ‘prehistorische’ film, maar met een thematiek van alle tijden.

Shermer High School, 24 maart 1984. Vijf leerlingen die elkaar niet kennen moeten voor straf een zaterdag doorbrengen in de bibliotheek van hun school. Van rector Richard Vernon (Paul Gleason) krijgen ze de opdracht zich schriftelijk en in doodse stilte te buigen over de kwestie ‘wie ben ik’. Een taak die het bonte gezelschap op geheel eigen wijze invult.

U voelt ‘m vast aankomen: van dat opstel komt weinig terecht. Toch schrijft het vijftal geschiedenis. Van enige groepscohesie is aanvankelijk geen sprake, maar onder leiding van de rebelse John (Judd Nelson) komen de vijf compleet verschillende persoonlijkheden langzaam tot elkaar. Waarbij ze onbedoeld geholpen worden door de gefrustreerde Vernon, in wie het kind morsdood is en die als gemeenschappelijke vijand voor de pubers fungeert.

Voortreffelijk acteerwerk maakt The Breakfast Club tot een zeer geslaagde tienerfilm. Ik noemde hem al: Judd Nelson als John Bender. Gangster, stoere bink, anarchist. Maar ook gevoelig. En schrander, wat blijkt uit de volzinnen die hij formuleert. Geniaal hoe hij zijn lotgenoten bespeelt, hen uit de tent lokt of tegen elkaar opzet. Ook zoekt hij voortdurend de confrontatie met Vernon. Daarmee oogst hij de stille bewondering van het keurige rijkeluismeisje Claire, erg goed gespeeld door Molly Ringwald. De interactie tussen de twee uitersten is om te zoenen.

Ook de drie andere antihelden kunnen er wat van: Emilio Estevez als het worsteltalent Andrew (‘Sporto’), Anthony Michael Hall als brave borst Brian en Ally Sheedy als de uit een gothicstrip weggelopen Allison. Wat een figuur, die Allison. Lange tijd zondert ze zich volledig af van de rest, maakt ze alleen maar piepgeluidjes of trekt ze rare bekken. Praten doet ze niet. Bijzonder grappig is de manier waarop mevrouw haar lunch prepareert.

Een saaie strafopdracht die uitloopt op een onvergetelijke ervaring: vijf jeugdige dissidenten onderwijzen zichzelf én elkaar in het met een vleugje romantiek overgoten The Breakfast Club, een pareltje waarvoor regisseur John Hughes in slechts twee dagen het script schreef, en dat met een formidabel kringgesprek eindigt. Vrienden voor het leven, zou ik zeggen. En ga jij lekker wieberen, Vernon!