Regie: Ari Aster | Duur: 147 minuten | Taal: Engels & Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Alsof je stoned door een pretpark slalomt. Zo voelt Midsommar aan, de nieuwe film van regisseur Ari Aster, die in zijn jeugdjaren van menig videotheek de horrorsectie ‘plunderde’, en wiens gezinsdrama Hereditary (2018) lovend werd ontvangen. Over Midsommar zijn de meningen nogal verdeeld: de een vindt hem weerzinwekkend, een ander briljant. Aster: “Ik hoop dat mijn film de mensen enigszins in verwarring achterlaat.”

Dani (Florence Pugh) en haar vriend Christian (Jack Reynor) bezoeken in het Noord-Zweedse Hälsingland een midzomerfestival. Al snel blijkt dat de organisatoren van de feestelijkheden er bizarre gebruiken en wonderlijk ceremonieel vertoon op nahouden. Hun verblijf aldaar heeft vooral impact op Dani, die kort voor de happening haar zus en ouders heeft verloren.

Wat je ook van Midsommar vindt, de meeste kijkers zullen onderschrijven dat Aster je behoorlijk bij de neus neemt. De film begint met de tragedie die hoofdrolspeelster Dani te slikken krijgt. Haar bipolaire zus pleegt zelfmoord en betrekt pap en mam in haar wanhoopsdaad. Een indringende opening tijdens welke Florence Pugh laat zien over uitzonderlijk veel talent te beschikken.

Na dat heftige begin volgt een relatief rustig gedeelte. Daarbij wel aantekenend dat je het voortdurend voelt borrelen in je maag. Zo’n ongemakkelijk, sudderend gevoel. Dat ongemakkelijke heeft te maken met het feit dat de relatie tussen Dani en Christian op sterven na dood is. Er gaat een enorme zwaarte van hen uit, individueel en als koppel. Hoe komen we in godsnaam van elkaar af?

Het openluchtfestijn lijkt de reddingsboei voor hun geërodeerde liefde, maar ook de zuivere lucht en het ongerepte groen baten niet. Sterker, eenmaal aangekomen opent zich een nieuw universum voor Dani en wordt de afstand tussen haar en Christian alleen maar groter. Het is ook vanaf dan dat Midsommar een bizarre wending neemt. Cinematograaf Pawel Pogorzelski kondigt die wending aan op het moment dat de vriendengroep het festivalterrein nadert: het beeld maakt als het ware een salto – klaar voor de trip van je leven? Het zwierige camerawerk (Pogorzelski strooit met perspectieven) is uitmuntend.

Wonderbaarlijk goed is tevens de nog jonge Pugh (1996) als de zachtaardige, kwetsbare Dani, die liever zelf lijdt dan haar omgeving te kwetsen. Ze ondergaat een transformatie in Midsommar die eindigt in een allesbevrijdende glimlach. Beeld en muziek (het schitterende Fire Temple) zetten je tijdens die slotscène in vuur en vlam. Let verder ook op haar handen. Heel knap hoe ze daarmee speelt, hoe die elkaar opzoeken in een poging de balans te bewaren. Een Oscarnominatie voor haar performance, dat kan toch niet anders?

Break-upfilm meets folkhorror. Ari Asters Midsommar is een duidelijke verwijzing naar The Wicker Man (1973) van Robin Hardy, het magnum opus van een subgenre dat eind jaren 60 en begin jaren 70 in de lift zat. Een film die de keerzijde van de hippiescene verbeeldt, waar de zoektocht naar het goddelijke ontaardt in satanische rites, sektarisch geweld en, uiteindelijk, complete hysterie.

Vil de Dwaas. De Voorouderlijke Boom. Rubi Radr. En niet te vergeten: Attestupan. Midsommar is een belevenis waarbij een ritje in een Efteling-attractie zoiets is als koekhappen op een kinderfeestje. Weerzinwekkende of juist briljante cinema? Beide, met de nadruk op dat laatste. Een meesterlijke mindfuck die verstilt en verstikt. Gaat dat zien, gaat dat zien.

 Regie: Alexandre Aja | Duur: 87 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Crawl speelt zich voor een groot deel af in een kruipruimte van een in Florida gelegen huis. Een bijzondere setting voor een film en een zeer ongewone setting voor Florida, omdat huizen met een kelder er zeldzaam zijn. De Amerikaanse staat ligt namelijk op zeeniveau en bovendien bestaat de ondergrond vooral uit zand.

Een orkaan van categorie 5 koerst pal op Florida af. Haley (Kaya Scodelario) negeert echter het evacuatiealarm en gaat op zoek naar haar vader Dave (Barry Pepper), die ze telefonisch niet te pakken krijgt. Uiteindelijk treft ze hem gewond en bewusteloos aan in de kelder van zijn huis. Al snel wordt duidelijk dat het wassende water niet hun grootste probleem is.

Gezellige boel, daar in Florida. Hitte, muggen, orkanen en – o jee, wat kruipt en kronkelt daar nou? – reptielen. Monsters met een waffel waar een bus in past en met schubben waar Godzilla jaloers op zou worden. Dus nee, geen beestjes voor in een kooitje op de vensterbank. De krokodillen in Crawl zijn uiterst angstaanjagend, maar hebben wel nadrukkelijk de computer als wieg; het is een veeg teken dat krokodil 1 er vriendjes op nahoudt die volmaakt identiek aan hem zijn.

Een ander dingetje is de vrolijke muziek onder de aftiteling. See You Later, Alligator is ongetwijfeld grappig bedoeld, maar volstrekt niet in lijn met wat je zojuist gezien hebt. Want Crawl is vooral bloedstollend. En steekt, op een paar schoonheidsfoutjes na, goed in elkaar. In positieve zin vallen twee dingen op: het zeer volwassen spel van Maze Runner-meid Kaya Scodelario (enorm gegroeid als actrice), en de montage; je schrikt je hier en daar het apelazarus!

Nadeel is dan weer dat regisseur Alexandre Aja een Amerikaanse rampenfilm-traditie voortzet. Op het moment dat mensen het water aan de lippen staat (in Crawl is dat ook letterlijk het geval), vervallen we in sentimenteel gedoe. Zo heeft Dave plots de behoefte om familieperikelen te bespreken die de kloof tussen hem en Haley even moeten dichten. Los van zijn beroerde timing wil ik vaderlief bij deze adviseren dat voortaan lekker bij een knapperend haardvuur te doen, en niet terwijl je in een ranzig hol achtervolgd wordt door happend gespuis.

Een paar minnetjes dus, maar de plussen wegen zwaarder. Crawl is geen kraker van jewelste, maar gewoon degelijk gemaakt, zeer vermakelijk kijkvoer waar je verder niet te veel achter moet zoeken. Zet je verstand op nul en beleef een ondergrondse plons die je niet snel zult vergeten.

 

 

 Regie: Mak el-Toukhy | Duur: 127 minuten | Taal: Deens & Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

“Soms is wat gebeurt en wat nooit mag gebeuren hetzelfde”, vat protagoniste Anne het gewaagde Queen of Hearts (originele titel: Dronningen) haarfijn samen. Ze begeeft zich in het Deense drama van regisseur May el-Toukhy op spiegelglad ijs. Halverwege de film dwaalt ineens American Beauty (1999) door mijn hoofd: zien we met Queen of Hearts de midlifecrisis door een vrouwelijke bril?

Het leven van de succesvolle advocate Anne (Trine Dyrholm) lijkt zonder zorgen: ze is getrouwd, heeft twee fijne dochters en ze woont in een prachtig huis. Maar op een dag trekt Gustav (Gustav Lindh) bij hen in, de 17-jarige zoon uit een eerder huwelijk van haar man Peter (Magnus Krepper). Anne zet vervolgens haar gezinsleven en carrière op het spel door een affaire met hem te beginnen.

“I have lost something. I’m not exactly sure what, but I know I didn’t always feel this … sedated.” Is Anne de Lester Burnham uit American Beauty? Enigszins. Belangrijkste parallel is dat de illusie wordt doorgeprikt. En dat in beide films een externe factor de aanleiding vormt: in American Beauty ‘ontwaakt’ Lester door een vriendinnetje van zijn dochter, in Queen of Hearts is een dwarse stiefzoon de lont in het kruitvat.

Weggestopte gevoelens, hoe zorgvuldig vergrendeld ook, komen vroeg of laat aan de oppervlakte. En als de geest dan eindelijk uit de fles is, zoek je beter dekking. Maar dat is lastig tijdens Queen of Hearts, waarin Trine Dyrholm ontzettend goed is als de stijlvolle Anne, een dame met meerdere gezichten. Liefhebbend, impulsief, manipulatief, bikkelhard. De actrice pakt je volledig in; het is te zien dat haar personage een lange weg van voorbereiding heeft afgelegd. Dyrholm, die ook nauw betrokken was bij de totstandkoming van het script: “Meestal kan ik me pas een maand voor ik begin met draaien op een rol voorbereiden, nu was ik al veel eerder bezig. Daardoor had ik een veel beter beeld van Anne.”

Ook Gustav Lindh (23 jaar oud toen de opnames begonnen) en Magnus Krepper (als goeiige echtgenoot) spelen prima in Queen of Hearts. Daarbij is de stijl van el-Toukhy sober; ze verwerkt weinig ‘poëzie’ in de film. Kille kleuren (grijs en zwart) domineren het strak ingerichte huis, waar de meeste actie zich afspeelt. Zakelijk decor, inwendig gillende vrouw. Je krijgt bijna medelijden met Anne, ondanks dat het toch echt zíj is die in relatie tot Gustav de macht in handen heeft. Maar gaat ze ook staan voor wat ze heeft gedaan? Voor wat ze Gustav heeft aangedaan?

Mens, waar ben je in vredesnaam mee bezig? Ja, ik begrijp je. Compassie enerzijds, afkeuring anderzijds. Die gevoelens betwisten elkaar tijdens Queen of Hearts, een psychologisch topdrama dat vragen oproept. Een volwassen man die verliefd wordt op een tienermeisje, dat kan natuurlijk niet. Maar wat als een oudere vrouw voor een jonge knul valt?

 

 Regie: John Chester | Duur: 91 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar 

Camera

Willen we de CO2-emissie drastisch verminderen, dan moet de land- en tuinbouw ook een bijdrage leveren. Het moet boeren mogelijk gemaakt worden om kleinschaliger te opereren, te verduurzamen. Het zijn kreten uit het Klimaatakkoord waarvan de inkt nog niet eens droog is. Ook de biodiversiteit wordt hierin genoemd. Hoe ontzettend belangrijk dat laatste is, benadrukt de documentaire The Biggest Little Farm. Maar biodiversiteit realiseren is een varkentje dat je niet zomaar even wast.

Het is 2010. Cameraman John Chester en zijn vrouw Molly wonen in een klein appartement in Los Angeles. Al jaren droomt chef-kok en foodblogger Molly ervan om een boerderij te beginnen waar ze op ecologische wijze producten kan verbouwen. Met een beetje hulp van hun hond Todd wagen ze de sprong: even buiten Los Angeles schaffen ze een flinke lap grond aan. Vervolgens toveren ze het dorre land stap voor stap om tot een waar paradijsje.

“John and Molly had a farm, E-I-E-I-O!” Een vreemde eend in de bijt is hun boerderij wel, als je het tenminste afzet tegen de onvoorstelbare droefenis die gepaard gaat met de grootschalige monocultuur in Californië; een landschappelijke verschraling die je direct naar de Prozac doet grijpen. Dus graag meer van dat soort vreemde eenden! Maar dan niet alléén eenden, ook kippen, varkens, schapen. John en Molly leren snel in dat opzicht. Wat wil je ook, met een fantastische mentor als Alan York aan je zijde?

Zeven jaar. Zo lang hebben John, Molly en een team van devote helpers nodig om de “delicate dans van co-existentie” op poten te zetten. Een droom die, juist door tal van tegenslagen, aan realiteit wint. Recorddroogte, storm, natuurbranden. En diverse plagen. Wat doe je als duizenden spreeuwen je prachtige perziken verwoesten? Hoe bestrijd je een slakkeninvasie? En moet een ongrijpbare coyote dan toch maar afgeschoten worden omdat hij het op de kippen heeft gemunt? John: “Observatie gevolgd door creativiteit is onze belangrijkste bondgenoot geworden.”

Die creativiteit blijkt Moeder Natuur in ruime mate voorhanden te hebben. Van het hoopvolle The Biggest Little Farm word je vooral erg blij. De mooi gefilmde (veel close-ups) en vlot gemonteerde documentaire toont aan dat elk levend wezen welkom is én gedijt binnen de ‘circle of life’; een cirkel waar de rek nooit uit gaat. Wij mensen hoeven niet eens zoveel te doen, behalve dan de natuur de tijd en ruimte te laten om een eventuele disbalans zelf te herstellen. Wist u bijvoorbeeld dat kwik, kwek en kwak wel raad weten met al die slakken?

 

 Regie: John Wells | Duur: 121 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Verhitte familietoestanden in August: Osage County, een komisch drama naar het gelijknamige toneelstuk van Tracy Letts, die er in 2008 de Pulitzerprijs voor kreeg. Zowel Meryl Streep (Oscarnominatie voor Beste Actrice) als Julia Roberts (Beste Vrouwelijke Bijrol) zijn verpletterend goed, maar grepen naast het begeerde beeldje. Goed, dat kan natuurlijk. Maar een schrale 5.8 als metascore op IMDb? Nou ja zeg! Even wat rechtzetten.

Verdrietige omstandigheden dwingen de familie Weston tot een samenkomst in het huis van Violet Weston (Streep), in het snikhete Osage County (Oklahoma). Elk familielid neemt daarbij zijn of haar eigen emotionele bagage mee, waardoor bij het minste of geringste de vlam in de pan slaat. Gebekvecht en pijnlijke onthullingen zijn hierdoor aan de orde van de dag.

August: Osage County begint poëtisch, met fraaie shots van de Amerikaanse prairie en de gevoelige begintonen van Hinnom, TX, van de Amerikaanse indiefolkband Bon Iver. “Het leven is heel lang”, haalt Violets man Beverly schrijver T.S. Eliot aan, ter introductie van zijn misère. Die misère valt te begrijpen wanneer even later Violet het landelijke sfeertje bruusk de nek omdraait.

Streep speelt weergaloos in August: Osage County. Ze staat aan het hoofd van een rariteitenkabinet waarbij uw familie in het niet valt. Met Violet zet ze een kreng neer dat manipuleert, daarbij gewiekst gebruik makend van haar slachtofferrol. Immers, haar mond staat in de fik door de kanker, ze is verslaafd aan de pillen en haar Beverly is met de noorderzon vertrokken. Haar hersenen zijn behoorlijk aangevreten door al die medicatie, maar de kanker heeft haar tong kennelijk gespaard: aan de lopende band deelt ze sneren uit.

Ook Barbara (Roberts) is een enorme bitch. Ze is de enige van Violets drie dochters die haar moeder stevig van repliek dient, durft te dienen. Ze is net zo verzuurd als Violet (de vrouwen lijken op elkaar en botsen dus keihard), onder meer doordat ze in scheiding ligt met Bill (Ewan McGregor). Herinnert u zich haar lieve meisjestrekken in de zwijmelfilm Notting Hill uit 1999? Dat was leuk en aardig, maar wat ze nu laat zien is van absolute wereldklasse.

De rest van de cast doet nauwelijks onder voor Streep en Roberts. Zo is Margo Martindale geweldig als ‘fat-ass’ Mattie Fae (Violets zus). Haar man Charlie (Chris Cooper) is auteur van een schots en scheef, ronduit hilarisch dankwoord tijdens een ‘gezellig’ familiediner; de beste scène in de film. En ten slotte moeten ook Benedict Cumberbatch (als ‘Little Charles’) en Julianne Nicholson (als Ivy) genoemd worden: de twee sneeuwklokjes in het oorlogslandschap.

Bezielend spel, is dat niet meer sexy genoeg tegenwoordig? Staren we ons niet te veel blind op eindeloos geknok, de ene na de andere ontploffing en op ik weet niet hoeveel visuals? August: Osage County is cinema van de oude stempel wellicht, maar biedt spetterend entertainment, twee uur lang. Kan ik van veel superheldenfilms helaas niet zeggen. 5.8? 8.5 komt meer in de buurt.

 

 

 Regie: Heinrich Dahms | Duur: 90 minuten | Taal: Japans | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Nee, Japan heeft niet het hoogste zelfmoordcijfer ter wereld. Ondanks dat de Japanse media dit regelmatig beweren en het buitenland dit klakkeloos overneemt. Ja, het cijfer ligt er wel hoog, waarbij dan weer opgemerkt moet worden dat Japan niet in de toptien staat. Het aantal zelfmoorden onder jongeren is er zelfs laag. My Soul Drifts Light Upon a Sea of Trees gaat over het gevecht van mensen met suïcidale neigingen.

Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd. Dat klinkt nogal cru in dit verband, maar de woorden van Ittetsu Nemoto raken wel degelijk aan die tegeltjeswijsheid. “We lachen niet omdat we gelukkig zijn, we zijn gelukkig omdat we lachen”, zegt de zenboeddhist in My Soul Drifts Light Upon a Sea of Trees. Maar de drie mensen (twee vrouwen en een man) die de documentaire portretteert is het lachen al lang en breed vergaan.

Nemoto verloor in zijn jeugd drie mensen door zelfmoord, waaronder zijn oom. Het sloeg een krater in zijn wezen en was de aanleiding om een onlinegroep te beginnen voor mensen met zelfmoordgedachten. Het bleek een succes; inmiddels begeleidt hij ‘Hen Die Willen Verdwijnen’ persoonlijk in zijn tempel. Onder hen een vader met een psychische stoornis die zijn kinderen niet meer mag zien. En van de twee vrouwen belandt de een door zware schulden in de seksindustrie, terwijl de ander richting haar dertigste steeds heftiger naar de dood verlangt, zonder echte verklaring.

De drie vertellen openhartig over de tragische gebeurtenissen, veelal een samenloop ervan, die hen deden afglijden. Deden, want Nemoto’s aanpak slaat aan. “Mensen die piekeren of afzien in het leven zijn het contact verloren met wie ze werkelijk zijn. Ze kunnen de weg niet terugvinden naar hun ware zelf, vanuit de sociale zelf die ze voor zichzelf hebben gecreëerd.” Het ego: een soort schijnpersoonlijkheid die in leven wordt geroepen (en helaas ook gehouden) door de kwebbelzieke mind. De crux wordt dus benoemd, maar graag had ik meer geleerd over termen als ‘ego’ en ‘ware zelf’.

Zang, dans en meditatie zijn onderdeel van de holistische werkwijze die Nemoto hanteert, en waarin saamhorigheid een grote rol speelt. Natuurlijk kan iedereen terecht in het ziekenhuis of bij een therapeut. Nemoto: “Maar in plaats daarvan kun je ook verbinding maken als gelijken, op hetzelfde niveau.” Dat kan tijdens een Zen-retraite. My Soul Drifts Light Upon a Sea of Trees verbeeldt niet alleen de menselijke veerkracht, maar is tevens een respectvol betoog om suïcidaal gedrag op meer alternatieve wijze te behandelen.

 Regie: Tomas Alfredson | Duur: 114 minuten | Taal: Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

“Krijs als een varken. Toe dan.” Je hoort Oskar, maar het duurt een paar tellen eer je hem ook ziet. Dat wil zeggen, je ziet zijn spiegelbeeld. Cut. De actie verplaatst zich naar twee mensen in een taxi. Links in beeld een man. Pokdalig gezicht. Hij doet zijn bril af en glimlacht zacht richting het silhouet naast hem. Weer een cut en muziek die je een ongemakkelijk gevoel bezorgt. Welkom in de wondere wereld van Let the Right One In.

Wat niet te zien is, niet direct althans, prikkelt de zinnen. Let the Right One In leunt nadrukkelijk op dat gegeven. De film is een bizar sterke mix van drama, horror en puberliefde. Qua sfeer is hij dermate uniek dat je je afvraagt waarom men zich aan een remake heeft gewaagd. Let Me In (2010) mag dan van een behoorlijk niveau zijn, maar het Hollywoodproduct voegt niets toe aan het origineel.

Een buitenwijk van Stockholm, hartje winter. De 12-jarige Oskar (Kåre Hedebrant) raakt bevriend met Eli (Lina Leandersson), zijn kersverse buurmeisje dat een tikkeltje vreemd voor de dag komt. Vanaf dat moment neemt het aantal gruwelijke moorden in de nabije omgeving toe. Politie en bewoners hebben geen idee wie erachter zit, en ook Oskar vermoedt aanvankelijk niets.

Een vampierdrama zoals je nog nooit hebt gezien. Geen steracteurs, een allesbehalve bruisende setting (die overigens zeer functioneel is, daarover later meer) en nogal milde horrortoestanden. Er vloeit bloed, zeker, maar dat is bijzaak. Het verhaal draait voornamelijk om de context waarbinnen de twee buitenbeentjes Eli en Oskar elkaar ontmoeten.

Regisseur Tomas Alfredson kleurt deze context op magistrale wijze, bijgestaan door Hoyte van Hoytema, sprookjesverteller met de lens. Van niets maakt Van Hoytema alles. Zijn kadrering is uitgekiend, zijn cameravoering beheerst. Bijna sierlijk zelfs. Waardoor onder andere het decor, waar kraak noch smaak aan zit, tot een krachtig verhaalmotief wordt. Als voorbeeld het belegen buurtcafé waar men de sleur probeert te ontvluchten. Drinkend, paffend. Je proeft de tragiek.

Het tragische zit ‘m vooral in het feit dat iedereen zich eenzaam voelt, niet gezien. De schrandere Oskar, die bij zijn moeder woont, zijn vader weinig ziet en op school het mikpunt van pesterijen is. Zijn moeder, die teleurgesteld vaststelt dat haar zoon liever naar buiten gaat dan samen met haar tv kijkt. Zijn vader, die zijn hoofd laat hangen zodra er alcohol in het spel is. Eli, die moet doden om te overleven, en daar zichtbaar onder lijdt. Ook Conny, de baas onder de pestkoppen, is heel even alleen op de wereld wanneer z’n grote broer hem te grazen neemt. Zie de mens, in al zijn facetten; de film is een treffend college sociologie.

Wonderlijk schoon, wonderschoon: Let the Right One In scoort op elk onderdeel dubbele cijfers. De film komt enorm binnen door het betoverende camerawerk, het intelligente script, het authentieke acteerwerk en, niet te vergeten, door de meesterlijke soundtrack van Johan Söderqvist. Het geheel vormt een cinematografische hoogmis die enig in zijn soort is.

 Regie: Stella Van Voorst van Beest | Duur: 82 minuten | Taal: Nederlands | Kijkwijzer: AL 

Camera

Facebook, Instagram, Twitter. In het beste geval zijn de sociale media opstapjes naar verbinding, maar laten we eerlijk zijn: veel gebruikers maken er vooral praalwagens van. Kijk mij nou eens! Ware verbinding? Daar heb je die speeltjes helemaal niet voor nodig, een goed hart volstaat. Het ontroerende bewijs levert Stella Van Voorst van Beest in haar documentaire Goede Buren.

Rotterdam, 2013. De stad is in shock. Tien jaar na haar overlijden vinden agenten Bep de Bruin in haar woning, nadat bouwvakkers alarm hebben geslagen. Tien jaar lang dood, maar niemand die de Rotterdamse had gemist. Rillingen.

Het overkwam Bep, maar het had ook Jan (81) of Til (85) kunnen overkomen. Jan is in zeven jaar tijd nauwelijks de deur uit geweest. De wasmachine legen of de traplift nemen; dagelijkse dingen zijn voor hem een hele opgave. Til is nog wel redelijk ter been, heeft een sterke wil, maar accepteert geen hulp. En met haar twee kinderen heeft ze geen contact meer. Als haar hondje Sandy (“mijn kind”) in godsnaam maar niet doodgaat, betrap ik mezelf op doemdenken. Hetzelfde geldt voor Jans hond Skip die, nadat zijn baasje in het ziekenhuis is beland, als een kind zo blij is om hem weer te zien.

In de strijd tegen eenzaamheid onder ouderen formuleert de gemeente Rotterdam een schitterend, en naar blijkt ook doeltreffend, antwoord: Ada (59) en Wilma (70) leggen vrijwillig huisbezoeken af. In Goede Buren gaat de kijker op stap met de twee buurvrouwen, die zonder blikken of blozen de camera trotseren. Nuchtere tantes met een praktische inslag. En met een zalig gevoel voor humor. Wilma, in gesprek met Til: “Mijn schoonmoeder is ook een pokkewijf”. Vette grijns.

Maar zitten Til en Jan wel te wachten op hulp? En waar ligt de grens tussen zorgen voor en bemoeien met? Beide oudjes ontkennen hun eenzaamheid. Lees: zijn liever alleen dan dat ze zich kwetsbaar opstellen. Jan krijgt dagelijks iemand van Thuiszorg over de vloer, hunkert naar wat meer reuring, maar voelt zich niet senang tijdens een zeldzaam bezoekje aan de soos. Het is vooral dan, nota bene in gezelschap, dat zijn eenzaamheid zich het meest openbaart.

“Met Facebook ben je verbonden en deel je alles met iedereen in je leven.” Sociale media, de smeerolie van onze beschaving? Ammehoela. Ze stompen eerder af, doen je vergeten waar het echt om draait. Echter, de weg terug bewandelen is eenvoudig: niet lullen maar poetsen. Er gewoon voor de ander willen zijn. In het juweeltje Goede Buren gaan Ada en Wilma ons voor op die weg, die veel meer verbinding oplevert dan 24 uur per dag online te zijn.

 Regie: Phillip Noyce | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

De film The Deep (1970) kwam er uiteindelijk niet. De financiering verliep moeizaam, er waren technische problemen en toen tijdens de productie hoofdrolspeler Laurence Harvey overleed, hield regisseur Orson Welles het definitief voor gezien. Toch zou Charles Williams’ roman Dead Calm (1963) alsnog verfilmd worden, maar nu met Phillip Noyce aan het roer. De gelijknamige film betekende de doorbraak van actrice Nicole Kidman.

Kapitein John Ingram (Sam Neill) en zijn vrouw Rae (Kidman) maken een zeiltocht op de Stille Oceaan om de dood van hun zoontje te verwerken. Op zekere dag stuiten ze op een beschadigde schoener met slechts één overlevende: Hughie Warriner (Billy Zane). Het echtpaar neemt de zwaar overstuur zijnde drenkeling aan boord, waarna John poolshoogte gaat nemen op het zeilschip.

Beesten, baby’s en boten: die drie b’s kun je het best mijden, waarschuwt men op de filmacademie. Filmen op open water is de goden verzoeken, maar levert in het geval van Dead Calm een geweldige prent op. Geen genreklassieker, wel een huzarenstukje. Met name op technisch vlak, want de cameravoering van Dean Semler (Dances with Wolves, 1990) is ontzettend knap en werd door het Australian Film Institute als zodanig herkend (Best Achievement in Cinematography). Verder valt de fijne editing van Richard Francis-Bruce op en is de muziek van Graeme Revell, spooky en ritmisch met behoorlijk wat ‘deining’ erin, een schot in de roos.

Het verhaal zelf dan. Bij dageraad kondigt ‘zeehond’ Ben de malheur reeds aan: hij staat te blaffen op het dek. Tweeëndertig dagen lang, zo tekent Johns logboek op, is de zee ‘dead calm’. Maar na de onverwachte entree van Hughie (hij dringt zichzelf min of meer op) is het afgelopen met de sereniteit. Zane speelt een psychopaat. Een charmeur met een zachte kant, maar de adonis blijkt ook zeer licht ontvlambaar. En bovendien een complete dwaas, die onbezorgd staat te dansen op een ontspannen muziekje terwijl de bewusteloze Rae bijna van het schip kukelt. Een kolderieke scène waarin, ook nu weer, het weergaloze camerawerk opvalt.

Zane is erg goed, maar wat de pas 19-jarige (!) Nicole Kidman laat zien, is fabuleus. Terwijl John op de schoener de ene na de andere schokkende ontdekking doet, zit het roodharige spillebeentje opgescheept met een manipulatieve mafketel. Verdrietig, wanhopig, vol ongeloof. Maar ook gedreven door furie en berekenend: aan haar voortreffelijke invulling van een complexe rol in Dead Calm dankte Kidman haar casting voor de film Days of Thunder (1990).

Alle hens aan dek in Dead Calm, een zeer vakkundig gemaakte psychologische thriller die zich afspeelt in een tegenstrijdige setting: alle ruimte van de wereld, maar toch geen kant op kunnen. Kidman excelleert in een film die je op het puntje van de stoel houdt, en die deels diende als uitgangspunt voor het eveneens indrukwekkende All Is Lost (2013) van scenarist-regisseur J.C. Chandor.

 Regie: Jimmy Chin & Elizabeth Chai Vasarhelyi | Duur: 100 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: AL 

Camera

Yoga, maar dan net even anders. Dus niet in een veilige omgeving als bijvoorbeeld uw woon- of slaapkamer. Zonder smeulend stokje wierook ter ontspanning, en zeker niet op een matje om de spieren en gewrichten te ontzien. Nee, Free Solo is yoga op een granieten vloer, en ook nog eens honderden meters boven de grond. Alternatief voor kijkers met hoogtevrees of een broos hart: vast interessant is ook het boek Alone on the Wall.

Spock moet een beetje gek zijn. Wie? Alex Honnold, die door zijn klimvrienden liefkozend vergeleken wordt met het Star Trek-personage Spock. Een béétje gek? Geen enkel weldenkend mens flirt voor z’n lol met de man met de zeis. Honnold gaat veel verder dan flirten: in Free Solo beklimt hij de zeer steile rotswand El Capitan (El Cap) in het Californische Yosemite National Park. Dat doet hij helemaal alleen en, echt waar, zonder gezekerd te zijn.

Bijna fascinerender dan zijn krachttoer – stelt u zich in op hallucinante beelden! – is te weten wie zoiets in vredesnaam doet. Free Solo gaat op zoek naar de mens achter de prestatie, maar de persoon Alex laat zich niet zo makkelijk kennen. Een gewone gast, op het eerste gezicht. Gespierd, slungelig, vlotte babbel. Een klimgeit met bruine ogen zo groot als kastanjes die werk heeft gemaakt van zijn hobby, die van zijn hobby zijn werk heeft gemaakt. Grenzeloos gedreven, zelfverzekerd en gewaardeerd; er lijkt geen vuiltje aan de lucht.

En toch. Wie is Alex Honnold nou echt? En vooral: hoe kan een mens zo onbevreesd zijn? Soloklimmers sneuvelen immers bij bosjes. Het is bijna eng hoe flegmatiek hij overkomt, in de wetenschap dat het kleinste foutje onherroepelijk de dood betekent. Angst lijkt hem totaal vreemd; heeft de man überhaupt wel emoties? Een scan van Honnolds hersenen verklaart waarom hij het extreme opzoekt. Opmerkelijk maar niet verrassend is dat zijn vader, die stierf toen Alex pas negentien jaar was, aan het syndroom van Asperger leed.

Het is bizar te constateren dat zijn entourage emotioneel meer afziet dan meneer zelf. We zien zijn lieve vriendin Sanni (pittige meid) in tranen. We zien professioneel klimmer Tommy Caldwell en Meru-regisseur Jimmy Chin peentjes zweten als Alex tergend langzaam de top van El Cap nadert. De fotograaf op de grond moet af en toe gewoon wegkijken. Het hele team staat logischerwijs doodsangsten uit; wat doet hij zijn dierbaren eigenlijk aan?

Alone on the Wall, eerste alinea: “I was too shy to go up to strangers (…) and ask if they’d like to rope up with me”, verduidelijkt Alex waarom hij is gaan soloklimmen. Die verlegenheid is nog altijd latent aanwezig, maar het klimmen heeft Alex wel dichter bij Alex gebracht. Het duizelingwekkende Free Solo is dan ook vooral een metafoor voor de weg richting zelfkennis, met de zwaartekracht als scherprechter.