Regie: Mark Pellington | Duur: 119 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

“We are not allowed to know”. Met die constatering slaat Alexander Leek de spijker op zijn kop in het boeiende The Mothman Prophecies. De film is losjes gebaseerd op de bizarre gebeurtenissen waar de Amerikaanse journalist John A. Keel over berichtte in zijn gelijknamige roman uit 1975. Bent u klaar voor een ritje op de vleugels van het occulte?

De vrouw van journalist John Klein (Richard Gere) komt op mysterieuze wijze om het leven. Haar woorden (“You didn’t see it, did you?”) laten hem in het vervolg maar niet los. Twee jaar later is hij voor een interview op weg naar Richmond (Virginia), maar belandt hij in het plaatsje Point Pleasant (West Virginia). Daar wordt hem beetje bij beetje duidelijk wat zijn vrouw gezien moet hebben.

Heerlijk, dit soort spooky stuff. De Amerikaanse filmpers is echter verdeeld, wat blijkt uit de ‘metascore’ van 5.2 op IMDb. Onbegrijpelijk. Maar kijk je vervolgens naar het gemiddelde van de bijna 75 duizend ‘user ratings’, dan staat er een 6.4. Eens te meer is het geluid van Jan met de pet een stuk positiever dan dat van de kritische geesten, die er verstand van zouden moeten hebben. Ahum. Ik sluit me in dit geval aan bij alle Jannen.

Want The Mothman Prophecies scoort over de hele linie een ruime voldoende. En dat ondanks Richard Gere, waar ik geen fan van ben. Hij is mij te glad en eigenlijk alleen geschikt als hij een man van aanzien mag neerzetten. Zoals advocaat Martin Veil in het ondergewaardeerde rechtbankdrama Primal Fear uit 1996. Of de topverslaggever van The Washington Post die hij in The Mothman Prophecies vertolkt. Typisch trouwens dat die krant toen erg te spreken was over deze film.

Het vuurwerk komt dus niet direct van Gere. Drie andere acteurs vallen wel op: Laura Linney als de sceptische politieagente Connie, Alan Bates als voormalig ‘ghostbuster’ Alexander Leek (fijn rolletje) en vooral Will Patton als Gordon, de man via wie het merkwaardige wezen uit de film op den duur een gezicht, een naam en zelfs een stem krijgt. Met dat gezicht kan ik leven, de rest had wat mij betreft niet gehoeven. Laat het mysterie lekker een mysterie blijven.

The Mothman Prophecies gaat over zaken die zich onttrekken aan de menselijke waarneming. Wat Mark Pellington (Arlington Road, 1999) goed heeft begrepen, is dat een thriller pas die naam mag dragen indien hij ook technisch slim in elkaar steekt. Pellington speelt behendig met licht en kleur; let bijvoorbeeld op de dominantie van de kleur rood. En mocht je hier en daar moeten wegkijken omdat je anders geen nagels meer overhoudt, spits dan je oren: de tintelende soundtrack en geraffineerde geluidseffecten zijn namelijk niet te missen.

Regie: Matt Palmer | Duur: 101 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Marcus en Vaughn zijn aangeschoten wild in Calibre. En ze eindigen als ratten in de val. Een ijskoude-rillingen-scène is de ontknoping van deze spannende Netflix-thriller waarin met name Jack Lowden (Vaughn), winnaar van de BAFTA Scotland Award voor Beste Acteur, uitstekend voor de dag komt.

Ooit zaten Marcus (Martin McCann) en Vaughn op dezelfde kostschool. Om hun banden aan te halen nodigt Marcus Vaughn uit om een paar dagen te gaan jagen in de Schotse hooglanden. Het tripje loopt uit op een tragedie wanneer Vaughn, die geen enkele jachtervaring heeft, een hert ziet en als eerste de trekker overhaalt. Raak, maar géén schot in de roos.

Eden Lake, uit 2008. Toevallig ooit gezien? Tijdens die film over een stelletje dat een kampeeruitje in een nachtmerrie ziet eindigen, overkwam me iets zeer ongewoons: ik moest bij momenten de ogen echt dichtknijpen omdat de beelden me te indringend werden. Calibre is de lightversie van Eden Lake en speelt zich ook af in een landelijke omgeving. Belangrijker is nog dat de lokale bevolking de stadse ‘indringers’ van meet af aan vijandig tegemoet treedt, net als in Eden Lake.

Want warm verwelkomd worden Marcus en Vaughn niet door de ‘locals’, die wonen in de door de economische misère uitgeholde dorpjes waar, op die ene kroeg na dan, verder geen ruk te beleven valt. De eerste avond van hun verblijf gaan de twee schoolvrienden indrinken in zo’n rokerig drankhok en binnen de kortste keren hebben ze mot. De zaken worden dan nog gesust door ‘Grote Smurf’ Logan (Tony Curran, altijd fijn om naar te kijken), maar de toon is gezet.

Nog niet bekomen van de overvloedige alcohol gaan de heren de volgende dag op pad. Na het fatale voorval – what are the odds? – gaat zo ongeveer alles fout wat fout kan gaan. Marcus pakt namelijk direct de regie, maar begaat ook blunders. Marcus leidt, waar Vaughn voornamelijk lijdt. Lowden is zeer goed als een lieve, hevig in de war zijnde knul die zich laat meeslepen door de arrogante Marcus. Uitgerekend Vaughn is het die als eerste wordt ingerekend en alles opbiecht. Die sterke scène wordt gevolgd door een evenzo indringend slotakkoord. “Right is a long way gone”, praat Logan in op Vaughn die zich voor een afschuwelijk dilemma ziet gesteld.

Scenario en acteerwerk vormen het geraamte van een film. In Calibre zijn die twee uitstekend verzorgd. Kijk je daarnaast kritisch naar zaken als camerawerk, belichting en montage, dan past maar één conclusie: het ensemble maakt Calibre tot een voltreffer. Alle lof voor regisseur en scenarist Matt Palmer die je in zijn eerste speelfilm (!) meeneemt in een emotionele achtbaan.

 

 Regie: Todd Haynes | Duur: 126 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar

Camera

The Lawyer Who Became DuPonts Worst Nightmare‘. Onder die titel verscheen begin januari 2016 een artikel van Nathaniel Rich in The New York Times. Het is het uitgangspunt voor Dark Waters, een historisch drama dat de schellen van je ogen doet vallen. De film is een degelijk staaltje vakmanschap van regisseur Todd Haynes (Carol, 2015) waarin de hoofdrolspeler, drievoudig Oscargenomineerde Mark Ruffalo, echter meer had moeten brengen.

In Dark Waters speelt Ruffalo Robert Bilott, een door de wol geverfde bedrijfsjurist die net (het is 1998) partner is geworden bij het prestigieuze advocatenkantoor Taft, Stettinius & Hollister. Op een dag staat er een boer uit Parkersburg (West Virginia) voor zijn neus die beweert dat zijn vee massaal sterft omdat er in de buurt van zijn boerderij giftig afval wordt geloosd. Aarzelend gaat Bilott op onderzoek uit, wat uiteindelijk resulteert in een aanklacht tegen de voor de vervuiling verantwoordelijke chemiereus DuPont.

Geschrokken druip ik af na Dark Waters. Dus het is aannemelijk dat die troep ook in míjn lichaam rondzwerft? Want ik heb ook zo’n ding in mijn keukenla staan. Heb er nooit bij stilgestaan dat de letter T op de bodem ervan verband houdt met het goedje dat zoveel dood en verderf zaait in Dark Waters. Ik heb het over de chemische verbinding PFOA (ook wel C8 genoemd): perfluoroctaanzuur. DuPont gebruikte het decennialang bij de productie van teflon. Het zuur heeft de nare eigenschap dat het vrijwel niet wordt afgebroken door het lichaam.

Ook brave familieman Bilott beseft dat op zeker moment. Waarop hij midden in de nacht driftig alle keukenkastjes binnenstebuiten keert. Hoeveel ‘blije pannen’ telt ons huishouden eigenlijk? Ruffalo voelt zich kiplekker in de rol van bezeten speurneus. In Spotlight (2015) speelde hij een geobsedeerde onderzoeksjournalist, en ook in Dark Waters gaat hij tot het gaatje om de smerige praktijken van DuPont te openbaren. Ruffalo speelt oké, maar over het geheel genomen is zijn optreden toch enigszins teleurstellend. Ik mis net iets te vaak het heilige acteervuur; het is alsof dat bij hem schuilgaat onder een (soort van) antiaanbaklaag.

Meer pit zie ik bij Tim Robbins, die als Bilotts baas Tom Terp vurig pleit om Dupont keihard aan te pakken (prima scène). En bij Anne Hathaway die Roberts vrouw Sarah speelt. Het is vooral Hathaway die het pakkende maar tegelijkertijd ook wat stugge drama – ik proef aldoor Spotlight in Dark Waters – van iets meer lenigheid voorziet. Sarah steunt haar man door dik en dun, maar dat hun gezinsleven hevig lijdt onder Roberts missie om DuPont te knakken, knaagt aan haar. Wanneer ze hem daar op een dag mee confronteert, volgt een zouteloze repliek. Een gemiste kans.

Meest interessante invalshoek van Dark Waters is dat DuPont de grootste werkgever van Parkersburg is, een stadje met zo’n 30 duizend inwoners. Vrijwel onmogelijk om zo’n gigant, schatrijk en dus invloedrijk, de nek om te draaien. Hoe overweldigend het bewijs ook is. Het drinkwater is vergiftigd en de stad zelf is verstrengeld met de op het pluche zittende bron van vergiftiging. In dubbel opzicht een zeer ongezonde situatie.

 Regie: Halina Reijn | Duur: 108 minuten | Taal: Nederlands | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

“Lukt het jou om echt contact met hem te maken?” Dat vraagt Alex aan zijn collega Nicoline in Instinct, het regiedebuut van schrijfster Halina Reijn. Direct veer ik op: zou het dan nu gaan gebeuren? Gaat met zijn vraag het stoplicht op groen voor wat meer finesse, wat meer esprit? Treurig genoeg niet: Instinct blijft hopeloos aan de oppervlakte steken, ondanks lichtpunt Carice van Houten.

Nicoline (Van Houten) begint aan een nieuwe job in een tbs-kliniek. Daar krijgt ze de supervisie over Idris (Marwan Kenzari), die een aantal ernstige zedenmisdrijven heeft begaan. Toch staat Idris op het punt om voor het eerst in jaren op onbegeleid verlof te gaan; zijn behandelteam is immers zeer te spreken over de vooruitgang die hij heeft geboekt. Maar Nicoline vertrouwt hem niet.

De eerste keer dat Nicoline Idris spreekt, neemt laatstgenoemde de woorden “eerste afspraakje” in de mond. Pardon? Het is in Idris’ ogen niet zo chic om bij zo’n eerste date uit te wijden over de afschuwelijk zaken die hij – ik verwoord het even ‘op z’n Instincts’ – op zijn cv heeft staan. Direct is duidelijk dat hij een player is, iemand die de spelregels bepaalt. Nicoline, een zogenaamd ervaren psychologe, gaat dan al bijna knock-out. Waarom voert Reijn de spanning niet stapje voor stapje op? De scheve machtsverhoudingen, sowieso al een vreemde gewaarwording, krijg je als een kwak modder in het gezicht gesmeten. De thriller die Instinct poogt te zijn is daarmee al dood en begraven.

Na dat eerste gesprek zijn de kaarten dus al geschud. Het tweede gesprek eindigt met een klap van Idris op de tafel, gevolgd door een scherpe cut. Pas op hoor, anders doe ik je wat aan! Mijn god. Subtiliteit schittert door afwezigheid in Instinct. Nul komma nul spanningsopbouw, platte karakters en een emotionele armoede van heb ik jou daar. De moeder van Nicoline bijvoorbeeld. Ze is een uithuilhonk voor haar dochter, maar verder blijft mama een vaag figuur. Of Nicoline’s stagiaire Marieke, die bij wijze van leermoment de plek van haar mentor overneemt en, lacherig, het gesprek met Idris aangaat. Bizar. Idris was toch een zware crimineel? Marieke (Marie-Mae van Zuilen) benadert hem alsof we hier met de knuffelbeervariant van Badr Hari te maken hebben. Telkens als je denkt dat het niet gekker kan, verlegt Instinct de grenzen.

Carice van Houten is een goed excuus om Instinct toch te gaan zien. De actrice legt, behalve de soms onnatuurlijk lange stiltes die ze laat vallen, met name richting het einde behoorlijk wat elan in haar spel, waardoor het plompe, voorspelbare verhaal een fractie aan kleur wint. Ook háár personage had aanmerkelijk volwassener en interessanter kunnen (moeten) zijn, maar zij is wel het enige spoortje van echtheid in een draak van een film.

 Regie: James Gray | Duur: 123 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

Maanpiraten die met scherp schieten en een bloeddorstige aap die een ruimtelab op stelten zet. Niet voor niets concludeert astronaut Roy McBride in Ad Astra dat de mens van het heelal net zo’n bende maakt als van “the big blue marble”. Jammerlijk bovendien is dat Ad Astra nogal zweeft. Uiteraard omdat het sf-drama het eindeloze niets als setting heeft, maar vooral omdat de goede bedoelingen van regisseur James Gray uitmonden in een potpourriplot.

Een flitsend begin heeft Ad Astra wel. Roy (Brad Pitt) is bezig met werkzaamheden aan een ‘ruimtespeld’, een kilometers hoge, met het aardoppervlak verbonden smalle toren. Wanneer deze getroffen wordt door The Surge (De Piek, een geheimzinnige elektrische puls), moet hij lossen en zijn meerdere erkennen in de zwaartekracht. De Piek blijkt van Neptunus te komen, de planeet waar ooit zijn voor dood aangenomen vader Clifford (Tommy Lee Jones) de leiding had over het zogenaamde Lima Project. Is het een SOS van zijn vader? Zou hij dan toch nog in leven zijn? Gerekruteerd door kolonel Pruitt (Donald Sutherland) begint Roy aan een missie naar de rand van ons zonnestelsel.

Het is de nabije toekomst, een era van “conflict and hope”, leren de openingstitels. Tja, welk tijdperk is dat niet? Van positivisme of hoop is echter geen sprake in Ad Astra; de film ademt een en al zwaarmoedigheid. Exemplarisch daarvoor is Roy, de ietwat autistische zoon van de pionier waar zijn verdwenen vader voor doorgaat. Roy is geen prater en de meeste van zijn overpeinzingen komen dan ook via de voice-over tot ons. Het instrument neemt Pitt eigenlijk het werk uit handen; een fonkelende ster is hij in deze film in ieder geval niet. Het helpt ook niet dat zijn personage flets is. En blijft. Monotoon stemgeluid, stoïcijnse expressie, statische motoriek.

Wat betreft het trio sidekicks van formaat in Ad Astra (Donald Sutherland, Tommy Lee Jones en Liv Tyler): ook zij brengen niet de broodnodige schwung. Sutherland wekt de indruk naar het bejaardentehuis te verlangen en Tylers duit in het zakje is zo minimaal dat, mocht je de zaal even verlaten omdat je naar de wc moet, je haar melkwitte snoetje zou kunnen mislopen. Tommy Lee Jones ten slotte speelt een enorme zuurpruim die amper ontdooit als hij, vele jaren later, ineens oog in oog staat met zijn zoon. Het slot van Ad Astra raakt kant noch wal. Melodrama.

Pover spel en doodlopende verhaallijnen. Waarom versteent kapitein Tanner als de daling naar Mars wordt ingezet? Geen idee. Wat behelst het Lima Project precies? Geen idee. Wie of wat veroorzaakt nou die stroomstoten? Geen idee. Strakke visuals en een paar acteerkanonnen dichten niet per se alle gaten, laat dat duidelijk zijn. Treur echter niet: Hoyte van Hoytema is de cameraman van dienst en de soundtrack is erg oké. Toch nog twee sterren aan een grijs firmament.

 Regie: Michael Mann | Duur: 157 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: AL

Camera

“In deze schimmige zakenwereld was nicotine niet verslavend en waren sigaretten niet ongezond. Zwart was wit, en mijn leven was een leugen.” Zegt Jeffrey Wigand. In de jaren 90 was de biochemicus als hoofd onderzoek en ontwikkeling werkzaam voor de tabaksfabrikant Brown & Williamson (B&W). Wigand is de centrale pion in het meeslepende The Insider, een op ware feiten gebaseerd drama van regisseur Michael Mann dat goed was voor zeven Oscarnominaties.

In The Insider is Lowell Bergman (Al Pacino) producer van het programma 60 Minutes van CBS. Hij ruikt een verhaal wanneer hij de hulp inroept van Wigand (Russell Crowe), die echter niet met hem wil praten. Wigands voormalig werkgever B&W vreest het ergste en zet hem hierop onder druk om een aanvullende geheimhoudingsovereenkomst te ondertekenen.

Het manipulatieve instrument dat B&W inzet is precies het zetje dat Wigand nodig heeft om alsnog uit de school te klappen. Maar daar kleven risico’s aan, waarschuwt Bergman Wigand. Spreken of zwijgen? Ik moet tijdens de film denken aan Phèdre van de Franse toneelschrijver Jean Racine (1639-1699), een meesterlijke tragedie over de onvermijdelijkheid van de mondelinge bekentenis. Het geschreven woord is krachtig, het gesproken woord overstemt dat echter.

Bergman (een daverende Pacino) bijt zich als een pitbull vast in de zaak. De journalist, man van z’n woord, doet er via Wigand alles aan om de smerige waarheid omtrent de tabaksindustrie te openbaren. Maar zoals elke nicotinejunk niets wil horen over de lichamelijke en geestelijke aftakeling waartoe hij zichzelf veroordeelt (verslaving muilkorft de waarheid, weet deze ex-roker), zo krampachtig tracht B&W hun bedrijfsgeheim te beschermen. Met middelen waarbij de ethiek ver te zoeken is: eerst door te intimideren, dan via een in alle haast uitgevaardigd spreekverbod, en als dat ook niet helpt door ordinair met modder te gooien.

Wigand, evenwichtig ogend maar van binnen een vulkaan, is het minst te benijden in het fascinerende steekspel The Insider. De liefhebbende vader en echtgenoot raakt verstrikt in een web met maar één escape: via de waarheid. Maar die waarheid betaalt hij wel met zijn privéleven. Crowe heeft de moeilijkste rol in The Insider. Hij kwijt zich prima van zijn taak en wordt indringend geportretteerd door Dante Spinotti (ook de cameraman in Heat, 1995). Regelmatig is Crowe op de voorgrond te zien; frontaal of juist zijdelings in beeld, alsof Spinotti hem met zijn lens op de hielen zit. Jeffrey Wigand is opgejaagd wild.

Albert Heijn roept zijn maaltijdsalade met tonijn terug, omdat deze sporen van de listeria-bacterie bevat. Wat denkt u, roept B&W als de sodemieter al hun sigaretten terug? Het antwoord op die vraag is eigenlijk te gek voor woorden. The Insider gaat over een duo dat zijn stekels opzet tegen de kapitaalkrachtige tabaksmaffia. Tegen haar vertragingstactieken, de rookgordijnen die ze opwerpt en de tentakels waarmee ze zelfs een bolwerk als CBS dreigde te ontwortelen. Dat laatste gebeurde net niet, dankzij W&B: Wigand & Bergman.

 Regie: Ari Aster | Duur: 147 minuten | Taal: Engels & Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Alsof je stoned door een pretpark slalomt. Zo voelt Midsommar aan, de nieuwe film van regisseur Ari Aster, die in zijn jeugdjaren van menig videotheek de horrorsectie ‘plunderde’, en wiens gezinsdrama Hereditary (2018) lovend werd ontvangen. Over Midsommar zijn de meningen nogal verdeeld: de een vindt hem weerzinwekkend, een ander briljant. Aster: “Ik hoop dat mijn film de mensen enigszins in verwarring achterlaat.”

Dani (Florence Pugh) en haar vriend Christian (Jack Reynor) bezoeken in het Noord-Zweedse Hälsingland een midzomerfestival. Al snel blijkt dat de organisatoren van de feestelijkheden er bizarre gebruiken en wonderlijk ceremonieel vertoon op nahouden. Hun verblijf aldaar heeft vooral impact op Dani, die kort voor de happening haar zus en ouders heeft verloren.

Wat je ook van Midsommar vindt, de meeste kijkers zullen onderschrijven dat Aster je behoorlijk bij de neus neemt. De film begint met de tragedie die hoofdrolspeelster Dani te slikken krijgt. Haar bipolaire zus pleegt zelfmoord en betrekt pap en mam in haar wanhoopsdaad. Een indringende opening tijdens welke Florence Pugh laat zien over uitzonderlijk veel talent te beschikken.

Na dat heftige begin volgt een relatief rustig gedeelte. Daarbij wel aantekenend dat je het voortdurend voelt borrelen in je maag. Zo’n ongemakkelijk, sudderend gevoel. Dat ongemakkelijke heeft te maken met het feit dat de relatie tussen Dani en Christian op sterven na dood is. Er gaat een enorme zwaarte van hen uit, individueel en als koppel. Hoe komen we in godsnaam van elkaar af?

Het openluchtfestijn lijkt de reddingsboei voor hun geërodeerde liefde, maar ook de zuivere lucht en het ongerepte groen baten niet. Sterker, eenmaal aangekomen opent zich een nieuw universum voor Dani en wordt de afstand tussen haar en Christian alleen maar groter. Het is ook vanaf dan dat Midsommar een bizarre wending neemt. Cinematograaf Pawel Pogorzelski kondigt die wending aan op het moment dat de vriendengroep het festivalterrein nadert: het beeld maakt als het ware een salto – klaar voor de trip van je leven? Het zwierige camerawerk (Pogorzelski strooit met perspectieven) is uitmuntend.

Wonderbaarlijk goed is tevens de nog jonge Pugh (1996) als de zachtaardige, kwetsbare Dani, die liever zelf lijdt dan haar omgeving te kwetsen. Ze ondergaat een transformatie in Midsommar die eindigt in een allesbevrijdende glimlach. Beeld en muziek (het schitterende Fire Temple) zetten je tijdens die slotscène in vuur en vlam. Let verder ook op haar handen. Heel knap hoe ze daarmee speelt, hoe die elkaar opzoeken in een poging de balans te bewaren. Een Oscarnominatie voor haar performance, dat kan toch niet anders?

Break-upfilm meets folkhorror. Ari Asters Midsommar is een duidelijke verwijzing naar The Wicker Man (1973) van Robin Hardy, het magnum opus van een subgenre dat eind jaren 60 en begin jaren 70 in de lift zat. Een film die de keerzijde van de hippiescene verbeeldt, waar de zoektocht naar het goddelijke ontaardt in satanische rites, sektarisch geweld en, uiteindelijk, complete hysterie.

Vil de Dwaas. De Voorouderlijke Boom. Rubi Radr. En niet te vergeten: Attestupan. Midsommar is een belevenis waarbij een ritje in een Efteling-attractie zoiets is als koekhappen op een kinderfeestje. Weerzinwekkende of juist briljante cinema? Beide, met de nadruk op dat laatste. Een meesterlijke mindfuck die verstilt en verstikt. Gaat dat zien, gaat dat zien.

 Regie: Alexandre Aja | Duur: 87 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Crawl speelt zich voor een groot deel af in een kruipruimte van een in Florida gelegen huis. Een bijzondere setting voor een film en een zeer ongewone setting voor Florida, omdat huizen met een kelder er zeldzaam zijn. De Amerikaanse staat ligt namelijk op zeeniveau en bovendien bestaat de ondergrond vooral uit zand.

Een orkaan van categorie 5 koerst pal op Florida af. Haley (Kaya Scodelario) negeert echter het evacuatiealarm en gaat op zoek naar haar vader Dave (Barry Pepper), die ze telefonisch niet te pakken krijgt. Uiteindelijk treft ze hem gewond en bewusteloos aan in de kelder van zijn huis. Al snel wordt duidelijk dat het wassende water niet hun grootste probleem is.

Gezellige boel, daar in Florida. Hitte, muggen, orkanen en – o jee, wat kruipt en kronkelt daar nou? – reptielen. Monsters met een waffel waar een bus in past en met schubben waar Godzilla jaloers op zou worden. Dus nee, geen beestjes voor in een kooitje op de vensterbank. De krokodillen in Crawl zijn uiterst angstaanjagend, maar hebben wel nadrukkelijk de computer als wieg; het is een veeg teken dat krokodil 1 er vriendjes op nahoudt die volmaakt identiek aan hem zijn.

Een ander dingetje is de vrolijke muziek onder de aftiteling. See You Later, Alligator is ongetwijfeld grappig bedoeld, maar volstrekt niet in lijn met wat je zojuist gezien hebt. Want Crawl is vooral bloedstollend. En steekt, op een paar schoonheidsfoutjes na, goed in elkaar. In positieve zin vallen twee dingen op: het zeer volwassen spel van Maze Runner-meid Kaya Scodelario (enorm gegroeid als actrice), en de montage; je schrikt je hier en daar het apelazarus!

Nadeel is dan weer dat regisseur Alexandre Aja een Amerikaanse rampenfilm-traditie voortzet. Op het moment dat mensen het water aan de lippen staat (in Crawl is dat ook letterlijk het geval), vervallen we in sentimenteel gedoe. Zo heeft Dave plots de behoefte om familieperikelen te bespreken die de kloof tussen hem en Haley even moeten dichten. Los van zijn beroerde timing wil ik vaderlief bij deze adviseren dat voortaan lekker bij een knapperend haardvuur te doen, en niet terwijl je in een ranzig hol achtervolgd wordt door happend gespuis.

Een paar minnetjes dus, maar de plussen wegen zwaarder. Crawl is geen kraker van jewelste, maar gewoon degelijk gemaakt, zeer vermakelijk kijkvoer waar je verder niet te veel achter moet zoeken. Zet je verstand op nul en beleef een ondergrondse plons die je niet snel zult vergeten.

 

 

 Regie: Phillip Noyce | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

De film The Deep (1970) kwam er uiteindelijk niet. De financiering verliep moeizaam, er waren technische problemen en toen tijdens de productie hoofdrolspeler Laurence Harvey overleed, hield regisseur Orson Welles het definitief voor gezien. Toch zou Charles Williams’ roman Dead Calm (1963) alsnog verfilmd worden, maar nu met Phillip Noyce aan het roer. De gelijknamige film betekende de doorbraak van actrice Nicole Kidman.

Kapitein John Ingram (Sam Neill) en zijn vrouw Rae (Kidman) maken een zeiltocht op de Stille Oceaan om de dood van hun zoontje te verwerken. Op zekere dag stuiten ze op een beschadigde schoener met slechts één overlevende: Hughie Warriner (Billy Zane). Het echtpaar neemt de zwaar overstuur zijnde drenkeling aan boord, waarna John poolshoogte gaat nemen op het zeilschip.

Beesten, baby’s en boten: die drie b’s kun je het best mijden, waarschuwt men op de filmacademie. Filmen op open water is de goden verzoeken, maar levert in het geval van Dead Calm een geweldige prent op. Geen genreklassieker, wel een huzarenstukje. Met name op technisch vlak, want de cameravoering van Dean Semler (Dances with Wolves, 1990) is ontzettend knap en werd door het Australian Film Institute als zodanig herkend (Best Achievement in Cinematography). Verder valt de fijne editing van Richard Francis-Bruce op en is de muziek van Graeme Revell, spooky en ritmisch met behoorlijk wat ‘deining’ erin, een schot in de roos.

Het verhaal zelf dan. Bij dageraad kondigt ‘zeehond’ Ben de malheur reeds aan: hij staat te blaffen op het dek. Tweeëndertig dagen lang, zo tekent Johns logboek op, is de zee ‘dead calm’. Maar na de onverwachte entree van Hughie (hij dringt zichzelf min of meer op) is het afgelopen met de sereniteit. Zane speelt een psychopaat. Een charmeur met een zachte kant, maar de adonis blijkt ook zeer licht ontvlambaar. En bovendien een complete dwaas, die onbezorgd staat te dansen op een ontspannen muziekje terwijl de bewusteloze Rae bijna van het schip kukelt. Een kolderieke scène waarin, ook nu weer, het weergaloze camerawerk opvalt.

Zane is erg goed, maar wat de pas 19-jarige (!) Nicole Kidman laat zien, is fabuleus. Terwijl John op de schoener de ene na de andere schokkende ontdekking doet, zit het roodharige spillebeentje opgescheept met een manipulatieve mafketel. Verdrietig, wanhopig, vol ongeloof. Maar ook gedreven door furie en berekenend: aan haar voortreffelijke invulling van een complexe rol in Dead Calm dankte Kidman haar casting voor de film Days of Thunder (1990).

Alle hens aan dek in Dead Calm, een zeer vakkundig gemaakte psychologische thriller die zich afspeelt in een tegenstrijdige setting: alle ruimte van de wereld, maar toch geen kant op kunnen. Kidman excelleert in een film die je op het puntje van de stoel houdt, en die deels diende als uitgangspunt voor het eveneens indrukwekkende All Is Lost (2013) van scenarist-regisseur J.C. Chandor.

 Regie: Corin Hardy | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Met The Nun heeft ze haar spin-off te pakken: de duivelse non uit The Conjuring 2 (2016) van horrorspecialist James Wan. De Australiër brak in 2004 door met Saw, een lowbudgetfilm die uitgroeide tot een lucratieve horrorfranchise. Met Dead Silence (2007) en Death Sentence (2007) gaf hij dat succes echter geen passend vervolg; beide films flopten. Maar Wan revancheerde zich met het alleraardigste The Conjuring (2013). En ook aan The Nun droeg hij zijn steentje bij, als schrijver en coproducer. Tevergeefs; de film is nauwelijks om aan te gluren.

Het is 1952. In de abdij van Sint-Carta (Roemenië) pleegt een jonge non onder mysterieuze omstandigheden zelfmoord. Het Vaticaan ontbiedt hierop eerwaarde Burke (Demián Bichir), die overigens geen smetteloos blazoen heeft. Met novice Irene (Taissa Farmiga) reist hij af naar de plek des onheils om de onderste steen boven te krijgen.

Aardedonkere vertrekken, prevelende nonnen, flikkerend kaarslicht, een verwaarloosd kerkhof, joekels van kraaien: The Nun leent zich niet echt voor knusse vakantiekiekjes. Tegelijkertijd is de spookachtige setting wel het enige goede element van de film. De rest? Oh My God. Bagger. Al na drie minuten weet je dat dit weer zo’n van-dik-hout-zaagt-men-planken-productie is. Waarom? Omdat het eerste lijk dan al een feit is. Lekker subtiel.

In het vervolg wordt het er niet beter op – understatement. Het plot heeft kop noch staart en het acteerwerk is ontzettend doorsnee. Alleen het optreden van Taissa Farmiga (de jongere zus van Vera Farmiga die Lorraine Warren speelt in de Conjuring-films) is nog enigszins het aanzien waard. Bichir daarentegen bakt weinig van zijn rol als geestelijke. Een spaghettiwestern, daar past-ie veel beter in. De dialogen missen iedere vorm van vernuft, fantasie. Clichés komen er voor in de plaats. “Wees voorzichtig, zuster.” Briljant advies. En nadat Burke door zuster Irene ternauwernood is bevrijd uit een doodskist, volgt de verpletterende conclusie dat er een “krachtig kwaad” actief is. Bibber.

“Finit hic, Deo.” Vrij vertaald: God eindigt hier. Die tekst staat in een houten deur gebrand. Je moet er toch niet aan dénken dat die deur ooit opengaat?! U begrijpt: hoe langer ik over The Nun nadenk, hoe meliger ik word. De Conjuring-franchise neemt plots een lachwekkende wending. Kan niet de bedoeling zijn als je juist de stuipen op het lijf gejaagd wil worden.