Regie: Ari Aster | Duur: 147 minuten | Taal: Engels & Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Alsof je stoned door een pretpark slalomt. Zo voelt Midsommar aan, de nieuwe film van regisseur Ari Aster, die in zijn jeugdjaren van menig videotheek de horrorsectie ‘plunderde’, en wiens gezinsdrama Hereditary (2018) lovend werd ontvangen. Over Midsommar zijn de meningen nogal verdeeld: de een vindt hem weerzinwekkend, een ander briljant. Aster: “Ik hoop dat mijn film de mensen enigszins in verwarring achterlaat.”

Dani (Florence Pugh) en haar vriend Christian (Jack Reynor) bezoeken in het Noord-Zweedse Hälsingland een midzomerfestival. Al snel blijkt dat de organisatoren van de feestelijkheden er bizarre gebruiken en wonderlijk ceremonieel vertoon op nahouden. Hun verblijf aldaar heeft vooral impact op Dani, die kort voor de happening haar zus en ouders heeft verloren.

Wat je ook van Midsommar vindt, de meeste kijkers zullen onderschrijven dat Aster je behoorlijk bij de neus neemt. De film begint met de tragedie die hoofdrolspeelster Dani te slikken krijgt. Haar bipolaire zus pleegt zelfmoord en betrekt pap en mam in haar wanhoopsdaad. Een indringende opening tijdens welke Florence Pugh laat zien over uitzonderlijk veel talent te beschikken.

Na dat heftige begin volgt een relatief rustig gedeelte. Daarbij wel aantekenend dat je het voortdurend voelt borrelen in je maag. Zo’n ongemakkelijk, sudderend gevoel. Dat ongemakkelijke heeft te maken met het feit dat de relatie tussen Dani en Christian op sterven na dood is. Er gaat een enorme zwaarte van hen uit, individueel en als koppel. Hoe komen we in godsnaam van elkaar af?

Het openluchtfestijn lijkt de reddingsboei voor hun geërodeerde liefde, maar ook de zuivere lucht en het ongerepte groen baten niet. Sterker, eenmaal aangekomen opent zich een nieuw universum voor Dani en wordt de afstand tussen haar en Christian alleen maar groter. Het is ook vanaf dan dat Midsommar een bizarre wending neemt. Cinematograaf Pawel Pogorzelski kondigt die wending aan op het moment dat de vriendengroep het festivalterrein nadert: het beeld maakt als het ware een salto – klaar voor de trip van je leven? Het zwierige camerawerk (Pogorzelski strooit met perspectieven) is uitmuntend.

Wonderbaarlijk goed is tevens de nog jonge Pugh (1996) als de zachtaardige, kwetsbare Dani, die liever zelf lijdt dan haar omgeving te kwetsen. Ze ondergaat een transformatie in Midsommar die eindigt in een allesbevrijdende glimlach. Beeld en muziek (het schitterende Fire Temple) zetten je tijdens die slotscène in vuur en vlam. Let verder ook op haar handen. Heel knap hoe ze daarmee speelt, hoe die elkaar opzoeken in een poging de balans te bewaren. Een Oscarnominatie voor haar performance, dat kan toch niet anders?

Break-upfilm meets folkhorror. Ari Asters Midsommar is een duidelijke verwijzing naar The Wicker Man (1973) van Robin Hardy, het magnum opus van een subgenre dat eind jaren 60 en begin jaren 70 in de lift zat. Een film die de keerzijde van de hippiescene verbeeldt, waar de zoektocht naar het goddelijke ontaardt in satanische rites, sektarisch geweld en, uiteindelijk, complete hysterie.

Vil de Dwaas. De Voorouderlijke Boom. Rubi Radr. En niet te vergeten: Attestupan. Midsommar is een belevenis waarbij een ritje in een Efteling-attractie zoiets is als koekhappen op een kinderfeestje. Weerzinwekkende of juist briljante cinema? Beide, met de nadruk op dat laatste. Een meesterlijke mindfuck die verstilt en verstikt. Gaat dat zien, gaat dat zien.

 Regie: Alexandre Aja | Duur: 87 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Crawl speelt zich voor een groot deel af in een kruipruimte van een in Florida gelegen huis. Een bijzondere setting voor een film en een zeer ongewone setting voor Florida, omdat huizen met een kelder er zeldzaam zijn. De Amerikaanse staat ligt namelijk op zeeniveau en bovendien bestaat de ondergrond vooral uit zand.

Een orkaan van categorie 5 koerst pal op Florida af. Haley (Kaya Scodelario) negeert echter het evacuatiealarm en gaat op zoek naar haar vader Dave (Barry Pepper), die ze telefonisch niet te pakken krijgt. Uiteindelijk treft ze hem gewond en bewusteloos aan in de kelder van zijn huis. Al snel wordt duidelijk dat het wassende water niet hun grootste probleem is.

Gezellige boel, daar in Florida. Hitte, muggen, orkanen en – o jee, wat kruipt en kronkelt daar nou? – reptielen. Monsters met een waffel waar een bus in past en met schubben waar Godzilla jaloers op zou worden. Dus nee, geen beestjes voor in een kooitje op de vensterbank. De krokodillen in Crawl zijn uiterst angstaanjagend, maar hebben wel nadrukkelijk de computer als wieg; het is een veeg teken dat krokodil 1 er vriendjes op nahoudt die volmaakt identiek aan hem zijn.

Een ander dingetje is de vrolijke muziek onder de aftiteling. See You Later, Alligator is ongetwijfeld grappig bedoeld, maar volstrekt niet in lijn met wat je zojuist gezien hebt. Want Crawl is vooral bloedstollend. En steekt, op een paar schoonheidsfoutjes na, goed in elkaar. In positieve zin vallen twee dingen op: het zeer volwassen spel van Maze Runner-meid Kaya Scodelario (enorm gegroeid als actrice), en de montage; je schrikt je hier en daar het apelazarus!

Nadeel is dan weer dat regisseur Alexandre Aja een Amerikaanse rampenfilm-traditie voortzet. Op het moment dat mensen het water aan de lippen staat (in Crawl is dat ook letterlijk het geval), vervallen we in sentimenteel gedoe. Zo heeft Dave plots de behoefte om familieperikelen te bespreken die de kloof tussen hem en Haley even moeten dichten. Los van zijn beroerde timing wil ik vaderlief bij deze adviseren dat voortaan lekker bij een knapperend haardvuur te doen, en niet terwijl je in een ranzig hol achtervolgd wordt door happend gespuis.

Een paar minnetjes dus, maar de plussen wegen zwaarder. Crawl is geen kraker van jewelste, maar gewoon degelijk gemaakt, zeer vermakelijk kijkvoer waar je verder niet te veel achter moet zoeken. Zet je verstand op nul en beleef een ondergrondse plons die je niet snel zult vergeten.

 

 

 Regie: Mak el-Toukhy | Duur: 127 minuten | Taal: Deens & Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

“Soms is wat gebeurt en wat nooit mag gebeuren hetzelfde”, vat protagoniste Anne het gewaagde Queen of Hearts (originele titel: Dronningen) haarfijn samen. Ze begeeft zich in het Deense drama van regisseur May el-Toukhy op spiegelglad ijs. Halverwege de film dwaalt ineens American Beauty (1999) door mijn hoofd: zien we met Queen of Hearts de midlifecrisis door een vrouwelijke bril?

Het leven van de succesvolle advocate Anne (Trine Dyrholm) lijkt zonder zorgen: ze is getrouwd, heeft twee fijne dochters en ze woont in een prachtig huis. Maar op een dag trekt Gustav (Gustav Lindh) bij hen in, de 17-jarige zoon uit een eerder huwelijk van haar man Peter (Magnus Krepper). Anne zet vervolgens haar gezinsleven en carrière op het spel door een affaire met hem te beginnen.

“I have lost something. I’m not exactly sure what, but I know I didn’t always feel this … sedated.” Is Anne de Lester Burnham uit American Beauty? Enigszins. Belangrijkste parallel is dat de illusie wordt doorgeprikt. En dat in beide films een externe factor de aanleiding vormt: in American Beauty ‘ontwaakt’ Lester door een vriendinnetje van zijn dochter, in Queen of Hearts is een dwarse stiefzoon de lont in het kruitvat.

Weggestopte gevoelens, hoe zorgvuldig vergrendeld ook, komen vroeg of laat aan de oppervlakte. En als de geest dan eindelijk uit de fles is, zoek je beter dekking. Maar dat is lastig tijdens Queen of Hearts, waarin Trine Dyrholm ontzettend goed is als de stijlvolle Anne, een dame met meerdere gezichten. Liefhebbend, impulsief, manipulatief, bikkelhard. De actrice pakt je volledig in; het is te zien dat haar personage een lange weg van voorbereiding heeft afgelegd. Dyrholm, die ook nauw betrokken was bij de totstandkoming van het script: “Meestal kan ik me pas een maand voor ik begin met draaien op een rol voorbereiden, nu was ik al veel eerder bezig. Daardoor had ik een veel beter beeld van Anne.”

Ook Gustav Lindh (23 jaar oud toen de opnames begonnen) en Magnus Krepper (als goeiige echtgenoot) spelen prima in Queen of Hearts. Daarbij is de stijl van el-Toukhy sober; ze verwerkt weinig ‘poëzie’ in de film. Kille kleuren (grijs en zwart) domineren het strak ingerichte huis, waar de meeste actie zich afspeelt. Zakelijk decor, inwendig gillende vrouw. Je krijgt bijna medelijden met Anne, ondanks dat het toch echt zíj is die in relatie tot Gustav de macht in handen heeft. Maar gaat ze ook staan voor wat ze heeft gedaan? Voor wat ze Gustav heeft aangedaan?

Mens, waar ben je in vredesnaam mee bezig? Ja, ik begrijp je. Compassie enerzijds, afkeuring anderzijds. Die gevoelens betwisten elkaar tijdens Queen of Hearts, een psychologisch topdrama dat vragen oproept. Een volwassen man die verliefd wordt op een tienermeisje, dat kan natuurlijk niet. Maar wat als een oudere vrouw voor een jonge knul valt?

 

 Regie: John Wells | Duur: 121 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Verhitte familietoestanden in August: Osage County, een komisch drama naar het gelijknamige toneelstuk van Tracy Letts, die er in 2008 de Pulitzerprijs voor kreeg. Zowel Meryl Streep (Oscarnominatie voor Beste Actrice) als Julia Roberts (Beste Vrouwelijke Bijrol) zijn verpletterend goed, maar grepen naast het begeerde beeldje. Goed, dat kan natuurlijk. Maar een schrale 5.8 als metascore op IMDb? Nou ja zeg! Even wat rechtzetten.

Verdrietige omstandigheden dwingen de familie Weston tot een samenkomst in het huis van Violet Weston (Streep), in het snikhete Osage County (Oklahoma). Elk familielid neemt daarbij zijn of haar eigen emotionele bagage mee, waardoor bij het minste of geringste de vlam in de pan slaat. Gebekvecht en pijnlijke onthullingen zijn hierdoor aan de orde van de dag.

August: Osage County begint poëtisch, met fraaie shots van de Amerikaanse prairie en de gevoelige begintonen van Hinnom, TX, van de Amerikaanse indiefolkband Bon Iver. “Het leven is heel lang”, haalt Violets man Beverly schrijver T.S. Eliot aan, ter introductie van zijn misère. Die misère valt te begrijpen wanneer even later Violet het landelijke sfeertje bruusk de nek omdraait.

Streep speelt weergaloos in August: Osage County. Ze staat aan het hoofd van een rariteitenkabinet waarbij uw familie in het niet valt. Met Violet zet ze een kreng neer dat manipuleert, daarbij gewiekst gebruik makend van haar slachtofferrol. Immers, haar mond staat in de fik door de kanker, ze is verslaafd aan de pillen en haar Beverly is met de noorderzon vertrokken. Haar hersenen zijn behoorlijk aangevreten door al die medicatie, maar de kanker heeft haar tong kennelijk gespaard: aan de lopende band deelt ze sneren uit.

Ook Barbara (Roberts) is een enorme bitch. Ze is de enige van Violets drie dochters die haar moeder stevig van repliek dient, durft te dienen. Ze is net zo verzuurd als Violet (de vrouwen lijken op elkaar en botsen dus keihard), onder meer doordat ze in scheiding ligt met Bill (Ewan McGregor). Herinnert u zich haar lieve meisjestrekken in de zwijmelfilm Notting Hill uit 1999? Dat was leuk en aardig, maar wat ze nu laat zien is van absolute wereldklasse.

De rest van de cast doet nauwelijks onder voor Streep en Roberts. Zo is Margo Martindale geweldig als ‘fat-ass’ Mattie Fae (Violets zus). Haar man Charlie (Chris Cooper) is auteur van een schots en scheef, ronduit hilarisch dankwoord tijdens een ‘gezellig’ familiediner; de beste scène in de film. En ten slotte moeten ook Benedict Cumberbatch (als ‘Little Charles’) en Julianne Nicholson (als Ivy) genoemd worden: de twee sneeuwklokjes in het oorlogslandschap.

Bezielend spel, is dat niet meer sexy genoeg tegenwoordig? Staren we ons niet te veel blind op eindeloos geknok, de ene na de andere ontploffing en op ik weet niet hoeveel visuals? August: Osage County is cinema van de oude stempel wellicht, maar biedt spetterend entertainment, twee uur lang. Kan ik van veel superheldenfilms helaas niet zeggen. 5.8? 8.5 komt meer in de buurt.

 

 

 Regie: Tomas Alfredson | Duur: 114 minuten | Taal: Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

“Krijs als een varken. Toe dan.” Je hoort Oskar, maar het duurt een paar tellen eer je hem ook ziet. Dat wil zeggen, je ziet zijn spiegelbeeld. Cut. De actie verplaatst zich naar twee mensen in een taxi. Links in beeld een man. Pokdalig gezicht. Hij doet zijn bril af en glimlacht zacht richting het silhouet naast hem. Weer een cut en muziek die je een ongemakkelijk gevoel bezorgt. Welkom in de wondere wereld van Let the Right One In.

Wat niet te zien is, niet direct althans, prikkelt de zinnen. Let the Right One In leunt nadrukkelijk op dat gegeven. De film is een bizar sterke mix van drama, horror en puberliefde. Qua sfeer is hij dermate uniek dat je je afvraagt waarom men zich aan een remake heeft gewaagd. Let Me In (2010) mag dan van een behoorlijk niveau zijn, maar het Hollywoodproduct voegt niets toe aan het origineel.

Een buitenwijk van Stockholm, hartje winter. De 12-jarige Oskar (Kåre Hedebrant) raakt bevriend met Eli (Lina Leandersson), zijn kersverse buurmeisje dat een tikkeltje vreemd voor de dag komt. Vanaf dat moment neemt het aantal gruwelijke moorden in de nabije omgeving toe. Politie en bewoners hebben geen idee wie erachter zit, en ook Oskar vermoedt aanvankelijk niets.

Een vampierdrama zoals je nog nooit hebt gezien. Geen steracteurs, een allesbehalve bruisende setting (die overigens zeer functioneel is, daarover later meer) en nogal milde horrortoestanden. Er vloeit bloed, zeker, maar dat is bijzaak. Het verhaal draait voornamelijk om de context waarbinnen de twee buitenbeentjes Eli en Oskar elkaar ontmoeten.

Regisseur Tomas Alfredson kleurt deze context op magistrale wijze, bijgestaan door Hoyte van Hoytema, sprookjesverteller met de lens. Van niets maakt Van Hoytema alles. Zijn kadrering is uitgekiend, zijn cameravoering beheerst. Bijna sierlijk zelfs. Waardoor onder andere het decor, waar kraak noch smaak aan zit, tot een krachtig verhaalmotief wordt. Als voorbeeld het belegen buurtcafé waar men de sleur probeert te ontvluchten. Drinkend, paffend. Je proeft de tragiek.

Het tragische zit ‘m vooral in het feit dat iedereen zich eenzaam voelt, niet gezien. De schrandere Oskar, die bij zijn moeder woont, zijn vader weinig ziet en op school het mikpunt van pesterijen is. Zijn moeder, die teleurgesteld vaststelt dat haar zoon liever naar buiten gaat dan samen met haar tv kijkt. Zijn vader, die zijn hoofd laat hangen zodra er alcohol in het spel is. Eli, die moet doden om te overleven, en daar zichtbaar onder lijdt. Ook Conny, de baas onder de pestkoppen, is heel even alleen op de wereld wanneer z’n grote broer hem te grazen neemt. Zie de mens, in al zijn facetten; de film is een treffend college sociologie.

Wonderlijk schoon, wonderschoon: Let the Right One In scoort op elk onderdeel dubbele cijfers. De film komt enorm binnen door het betoverende camerawerk, het intelligente script, het authentieke acteerwerk en, niet te vergeten, door de meesterlijke soundtrack van Johan Söderqvist. Het geheel vormt een cinematografische hoogmis die enig in zijn soort is.

 Regie: Paul Dano | Duur: 105 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar 

Camera

Buiten beeld krijgt Jerry zijn ontslag. Op de achtergrond zijn twee mannenstemmen te horen, maar de camera is en blijft gericht op zijn zoon Joe (Ed Oxenbould), wiens expressie verraadt hoe laat het is. Vanaf dat moment weet je dat het verhaal vanuit zijn perspectief wordt verteld. Wildlife bewijst eens te meer dat weinig kan tippen aan goed drama.

De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Richard Ford uit 1990 en speelt zich af in Great Falls (Montana) in de jaren zestig. De aan Canada grenzende staat wordt geteisterd door bosbranden en de werkloze Jerry (Jake Gyllenhaal) voelt zich geroepen om bij de vrijwillige brandweer te gaan. Aangezien dat slecht betaalt, neemt zijn echtgenote Jeanette (Carey Mulligan) een job als zwemlerares. Tijdens Jerry’s afwezigheid begint ze een verhouding met een oudere man.

Sinds Prisoners (2013) ben ik gecharmeerd van de acteur Paul Dano, met Wildlife laat hij zien tevens een geboren filmmaker te zijn. Een man die gevoel legt in zijn werk. Dano: “It’s a film that is deeply depending on its cast.” Van de drie acteurs baart Oxenbould, die nog achttien moet worden, het meeste opzien. Een Australisch natuurtalent met (uiterlijk) trekjes van Dano. Door Joe’s ogen zien we hoe een modelgezin uiteenvalt. Eerst knijpt pap ertussenuit, waarna hij met groeiend ongeloof zijn mam aanschouwt. De gemiddelde puber zou zijn kont tegen de krib gooien. Echter, de 14-jarige knaap tracht juist het cement tussen de stenen te zijn. Dus neemt hij de taak van de man in huis op zich. Hij is het luisterend oor voor zijn aan escapisme ten prooi vallende ouders.

Een zo’n eerlijk mogelijke film maken, dat wilde Dano. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de camera. Netjes ‘binnen de lijntjes kleuren’ vereist een fluwelen touch. Dus “to not move the camera unless it meant something”, licht hij zijn keuze toe om, inderdaad, weinig met de camera te bewegen. Wat een zegen, wat een rust. Behalve frisse nieuwkomer Oxenbould is de Britse Carey Mulligan ontzettend goed als een huisvrouw die plotseling in een andere rol wordt gedwongen. Nogal schaamteloos geeft de dertiger zich over aan de welgestelde, krakkemikkige autodealer Warren, maar wroeging en onvrede fluiten haar terug. Dan staat Jerry op een dag weer voor de deur. Kort hierop, wanneer Joe zegt naar bed te gaan omdat hij de volgende dag gewoon naar school moet, volgt het meest veelzeggende shot van de film.

Wildlife. De titel verwijst naar documentaires waarin dierengedrag geobserveerd wordt. Via zuivere ziel Joe Brinson, die oordeelloos observeert, niets forceert en hoogstens probeert bij te sturen, leren we dat zijn ouders ook maar mensen van vlees en bloed zijn. Fraai spel en ongecompliceerd camerawerk staan aan de basis van een prachtig ingetogen, psychologisch gelaagd filmdrama. Paul Dano kan terugkijken op een uitstekend regiedebuut.

 Regie: David Lowery | Duur: 93 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Het maakt niet zoveel uit of hij de goeierik of slechterik speelt. Dat zal ongetwijfeld door zijn charme komen; die prikt immers door elke laag heen. Ik heb het over Robert Redford, met wie ik kennismaakte in Out of Africa (1985), de film die mijn destijds nog grasgroene innerlijk in lichterlaaie zette. Met The Old Man & the Gun sluit de 82-jarige acteur zijn indrukwekkende acteercarrière af. Een gedenkwaardig afscheid is het echter niet.

In The Old Man & the Gun vertolkt Redford Forrest Tucker, een bankovervaller die de pensioengerechtigde leeftijd al lang en breed is gepasseerd, maar de kneepjes van het vak nog niet is verleerd. Als hij in Jewel (Sissy Spacek) de vrouw van zijn dromen ontmoet, lijkt zijn leven compleet. Maar dat is buiten de jonge detective John Hunt (Casey Affleck) gerekend, die een klopjacht begint op Forrest en zijn handlangers.

Het snorrentijdperk, begin jaren 80 van de vorige eeuw. Forrest leidt een driekoppige roversbende. Alhoewel: van roversbende kun je amper spreken. Het kopstuk krijgt assistentie van leeftijdsgenoten Waller (Tom Waits) en Teddy (Danny Glover), maar om nu te zeggen dat de bejaardenbrigade echt tot de verbeelding spreekt, nou nee. Het verhaal is daarbij erg gericht op Forrest. Hij berooft solo (Waller en Teddy zijn feitelijk twee overbodige personages) en doet dat steevast met een vriendelijke glimlach op het gezicht. Het pistool dat hij steeds vluchtig tevoorschijn tovert, heeft vooral een symbolische betekenis.

Heel even dreigt de film leuk te worden, wanneer Redford en Affleck voor het eerst oog in oog staan met elkaar. Er volgt een aardige dialoog tussen de mannen (een van de weinige in de film), maar daar blijft het vervolgens bij. Want Hunt, op wie het leven zwaar drukt, gaat al snel door de knieën voor Forrest – hoe voorspelbaar. En ook Spacek geeft Redford nauwelijks tegengas. Beiden verdrinken van meet af aan in elkaars ogen. Twee oudjes die er lekker op los flirten; dat is nog het leukste aan The Old Man & the Gun.

Dat de kijker het nimmer moge vergeten: Robert Redford is een gentleman in optima forma. Maar The Old Man & the Gun, een misdaadkomedie die overigens op ware feiten is gebaseerd, kun je met de beste wil van de wereld geen eerbetoon aan de acteerlegende noemen. Suf plot, loom acteerwerk, loungemuziekje als soundtrack: de film heeft de amusementswaarde van een potje zomeravondvoetbal.

 

 Regie: Damien Chazelle | Duur: 141 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

De reis duurde slechts vier dagen, de voorbereiding kostte jaren. First Man vertelt wat voorafging aan wat velen zien als de meest historische gebeurtenis van de vorige eeuw. Op zondag 20 juli 1969, even na 20.17 uur UTC, ziet de wereld hoe astronaut Neil Armstrong als eerste mens op de maan landt. Zes uur en veertig minuten later zet hij voet op het maanoppervlak: “That’s one small step for (a) man, one giant leap for mankind.”

First Man, gebaseerd op het boek van James R. Hansen, gaat over dat chapiter in het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, en is toegespitst op Armstrong in de periode van 1961 tot 1969. Een welkome trendbreuk is dat de film geen lofzang is. Niet op Amerika, noch op NASA en haar dappere mannen die, Hollywoodiaanse producties piepen en kraken dikwijls onder dat euvel, ter meerdere glorie van de Stars en Stripes daar gaan “where no one has gone before”. Wat verder opvalt is dat de gespannen internationale verhoudingen op dat moment (de Koude Oorlog) een minimale rol spelen. Wel stipt de film de binnenlandse verontwaardiging aan: wat kost het eigenlijk om “witman” naar de maan te schieten? Kunnen die miljarden niet beter aan het collectief besteed worden?

Regisseur Damien Chazelle kiest dus voor relatief weinig ‘achtergrondruis’ in First Man. En hij werkte, in navolging van zijn met liefst zes Oscars bekroonde La La Land (2016), opnieuw samen met tweevoudig Oscargenomineerde Ryan Gosling. Het resultaat is een intiem portret. Ja, de verrichtingen van Armstrong en zijn kompanen zijn groots, maar het is alsof Chazelle die in een etalage plaatst. Van achter glas mogen we die verrichtingen zien, waarbij de focus op de mens en zijn emoties ligt, niet zozeer op zijn daden.

Van achter glas, maar wel door een vergrootglas. Hebt u Dunkirk (2017) gezien? Dan zal First Man u in zekere zin als een déjà-vu voorkomen. Het camerawerk is namelijk vergelijkbaar: onwaarschijnlijk goed. Meermaals bekruipt je de sensatie zélf in een ruimtecapsule te zitten, waar het trouwens niet prettig toeven was. Als sardientjes in een blik. En dan die technologie! Het blik werd nog net niet met plakband bij elkaar gehouden, maar veel scheelt het niet. Wat er in 50 jaar allemaal niet veranderd is. Onvoorstelbaar.

Behalve het camerawerk moet ook de cast genoemd worden. Een topcast met Ryan Gosling als de stoïcijnse Neil Armstrong aan het hoofd. “Hij is in de loop der tijd gekarakteriseerd als een teruggetrokken persoon. Maar dat was hij niet”, zegt Armstrongs oudste zoon Rick over zijn vader. Verre van stoïcijns is Neils vrouw Janet, uitstekend vertolkt door Claire Foy, bekend van haar rol als Queen Elizabeth II in de dramaserie The Crown. Terwijl Neil ‘gewoon’ met z’n werk bezig is, moet Janet haar zenuwen in bedwang zien te houden. Mark Armstrong: “Mijn moeder had alle zorgen, maar geen enkele controle.”

Aangedaan en met sterretjes in de ogen verlaat ik de bioscoopzaal: First Man is een fantastische biopic. Intens, oprecht. De film toont de zware, van de dood doortrokken aanloop naar het succes van de Apollo 11-missie. Nul sentiment, geen geromantiseer. Oké, op dat ene moment na dan. Het moment waardoor je kunt stellen dat Neil die slordige 385 duizend kilometer wellicht ook heeft moeten afleggen om het verlies van zijn dochtertje Karen een plek te kunnen geven.

 Regie: Bradley Cooper | Duur: 136 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

December 2011. Een markante dame schuift aan in de talkshow van Ellen DeGeneres. “Je moet gaan acteren”, zegt DeGeneres tegen haar. Met haar potsierlijke haardos en met glitters behangen wenkbrauwen lijkt ze niet van deze wereld te zijn. Is ze na een stuurfoutje per ongeluk met haar schip op onze aardbol beland? Nee hoor. We hebben hier te maken met Stefani Joanne Angelina Germanotta, kortweg Lady Gaga. Gewoon geboren in New York, in 1986. Zangeres, songwriter, pianiste. De ster in het muzikale romantische drama A Star Is Born, de derde remake van de gelijknamige film uit 1937.

A Star Is Born vertelt het verhaal van Jack (Bradley Cooper), een countryzanger in de herfst van zijn carrière. Na een optreden maakt hij in een kroeg kennis met zangeres-songwriter Ally (Lady Gaga), die haar hoop om het in de muziekbusiness te maken bijna heeft opgegeven. De twee worden verliefd op elkaar, maar terwijl Ally’s ster rijzende is, grijpt Jack steeds vaker naar de fles.

Gevestigde naam zet onzeker meisje in de spotlights. Je zou verwachten dat alle ogen dan op Ally zijn gericht, maar de meeste aandacht in herhalingsrecept nummer drie van deze showbizzsoap is opmerkelijk genoeg voor Jack. Nu maakt Bradley Cooper zijn regiedebuut en beschikt hij over een zeer behoorlijke zangstem, maar qua spel legt hij het af tegen Lady Gaga. Niet dat hij slecht acteert, maar Jack roept vooral in het tweede deel van de film irritatie op. Hij zuipt zich klem, laat zijn hoofd hangen en mompelt op den duur meer dan hij praat. Erg jammer dat zijn drankprobleem prominent aanwezig is. Een ware farce is de Grammy-scène waarbij meneer het in z’n broek doet. Nee, niet van het lachen.

Natuurlijk had Lady Gaga het brandpunt van de film moeten zijn. Gevoelig snuitje, mooie ogen, hijskraan van een neus: de androgyne megaster uit de muziekindustrie gaan we hopelijk vaker terugzien op het witte doek. Ze speelt haar eerste hoofdrol alsof Hollywood al jarenlang haar huiskamer is. Vloeiend, naturel. Dat A Star Is Born het aanzien meer dan waard is, komt door Lady Gaga. Overigens: niet alleen het aanzien waard, ook het aanhoren waard. Wat dacht u van het schitterende nummer Shallow dat ze samen met Cooper zingt. Slik.

Gemengde gevoelens overheersen als de credits (met te stevige muziek eronder) over het scherm rollen. Aardige film, maar geen hoogvlieger. Daarvoor is het verhaal te uitgekauwd, zelfs wat overtrokken hier en daar. Meeleven met Ally of compassie opbrengen voor Jack? Tussen die twee bivakkeer je gevoelsmatig een groot gedeelte van de ruim twee uur. Moeilijk. Uitgebalanceerd is de film dus niet, waardoor Blik Op Film niet geheel meegaat in de vele loftuitingen voor A Star Is Born, en met drie sterren een toontje lager zingt.

 Regie: Sebastián Lelio | Duur: 114 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

De mens is het enige schepsel met een vrije keus. Een betrekkelijk gegeven, blijkt uit Disobedience waarin Oscarwinnares Rachel Weisz (Londen, 1970) oog in oog staat met de Canadese Rachel McAdams (The Notebook, 2004). Rachel versus Rachel. De actrices halen het beste in elkaar naar boven in Sebastián Lelio’s eerste Engelstalige film naar de gelijknamige roman van Naomi Alderman.

Ronit Krushka (Weisz) is een fotografe die woont en werkt in New York. Wanneer ze verneemt dat haar vader, een geliefd rabbijn, plots is overleden, keert ze terug naar de orthodox-joodse gemeenschap in Noord-Londen waaruit ze verbannen was. Het weerzien met haar jeugdvriendin Esti (McAdams) doet echter stof opwaaien binnen de besloten geloofsgemeenschap.

Eén keer eerder troffen Weisz en McAdams elkaar op de filmset, tijdens de opnames voor het niet erg geslaagde To the Wonder (2012). Disobedience is aanmerkelijk beter. De dynamiek tussen de dames is fantastisch, perfect authentiek. Vooral Weisz is een lust voor het oog. Het is alsof ze een pact met de klok is aangegaan; ze wordt alleen maar mooier. Naar haar kijken is heerlijk dwalen door een sprookjesbos. In Disobedience speelt ze Esti’s ‘bevrijder’, de katalysator binnen haar bewustwording. Maar weet Ronit ook zichzélf te bevrijden? Weisz, in gesprek met filmrecensent Peter Travers van Rolling Stone: “Are you really free if you’re running from where you’re from?”

Weinig frivoliteit in Esti’s leven. Arm kind. Geboren en getogen in een gemeenschap waar men elkaar continu in de gaten houdt, aan de bel trekt bij vermeend onraad. Disobedience is ook een film over stille revolte, aangezwengeld door verboden liefde. In vuur en vlam gezet door Ronit verandert muurbloempje Esti namelijk in een vrouw die haar vrijheid claimt. Gunt haar devote echtgenoot Dovid (Allessandro Nivola) haar die ook? De beoogd opvolger van rabbijn Krushka beantwoordt die vraag op meesterlijke wijze tijdens zijn installatierede. Lelio zet zo een kroon op een humaan drama waarin ook Nivola mooi, ingetogen spel laat zien.

Joden wensen elkaar toe dat ze 120 jaar oud mogen worden, verwijzend naar de leeftijd waarop Mozes stierf. Heel nobel, maar wat is een lang leven waard wanneer het je niet wordt toegestaan om je hart te volgen? Disobedience is krachtig, elegant, respectvol. Een drama om te zoenen over de essentie van vrijheid.