Regie: John Wells | Duur: 121 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Verhitte familietoestanden in August: Osage County, een komisch drama naar het gelijknamige toneelstuk van Tracy Letts, die er in 2008 de Pulitzerprijs voor kreeg. Zowel Meryl Streep (Oscarnominatie voor Beste Actrice) als Julia Roberts (Beste Vrouwelijke Bijrol) zijn verpletterend goed, maar grepen naast het begeerde beeldje. Goed, dat kan natuurlijk. Maar een schrale 5.8 als metascore op IMDb? Nou ja zeg! Even wat rechtzetten.

Verdrietige omstandigheden dwingen de familie Weston tot een samenkomst in het huis van Violet Weston (Streep), in het snikhete Osage County (Oklahoma). Elk familielid neemt daarbij zijn of haar eigen emotionele bagage mee, waardoor bij het minste of geringste de vlam in de pan slaat. Gebekvecht en pijnlijke onthullingen zijn hierdoor aan de orde van de dag.

August: Osage County begint poëtisch, met fraaie shots van de Amerikaanse prairie en de gevoelige begintonen van Hinnom, TX, van de Amerikaanse indiefolkband Bon Iver. “Het leven is heel lang”, haalt Violets man Beverly schrijver T.S. Eliot aan, ter introductie van zijn misère. Die misère valt te begrijpen wanneer even later Violet het landelijke sfeertje bruusk de nek omdraait.

Streep speelt weergaloos in August: Osage County. Ze staat aan het hoofd van een rariteitenkabinet waarbij uw familie in het niet valt. Met Violet zet ze een kreng neer dat manipuleert, daarbij gewiekst gebruik makend van haar slachtofferrol. Immers, haar mond staat in de fik door de kanker, ze is verslaafd aan de pillen en haar Beverly is met de noorderzon vertrokken. Haar hersenen zijn behoorlijk aangevreten door al die medicatie, maar de kanker heeft haar tong kennelijk gespaard: aan de lopende band deelt ze sneren uit.

Ook Barbara (Roberts) is een enorme bitch. Ze is de enige van Violets drie dochters die haar moeder stevig van repliek dient, durft te dienen. Ze is net zo verzuurd als Violet (de vrouwen lijken op elkaar en botsen dus keihard), onder meer doordat ze in scheiding ligt met Bill (Ewan McGregor). Herinnert u zich haar lieve meisjestrekken in de zwijmelfilm Notting Hill uit 1999? Dat was leuk en aardig, maar wat ze nu laat zien is van absolute wereldklasse.

De rest van de cast doet nauwelijks onder voor Streep en Roberts. Zo is Margo Martindale geweldig als ‘fat-ass’ Mattie Fae (Violets zus). Haar man Charlie (Chris Cooper) is auteur van een schots en scheef, ronduit hilarisch dankwoord tijdens een ‘gezellig’ familiediner; de beste scène in de film. En ten slotte moeten ook Benedict Cumberbatch (als ‘Little Charles’) en Julianne Nicholson (als Ivy) genoemd worden: de twee sneeuwklokjes in het oorlogslandschap.

Bezielend spel, is dat niet meer sexy genoeg tegenwoordig? Staren we ons niet te veel blind op eindeloos geknok, de ene na de andere ontploffing en op ik weet niet hoeveel visuals? August: Osage County is cinema van de oude stempel wellicht, maar biedt spetterend entertainment, twee uur lang. Kan ik van veel superheldenfilms helaas niet zeggen. 5.8? 8.5 komt meer in de buurt.

 

 

 Regie: Tomas Alfredson | Duur: 114 minuten | Taal: Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

“Krijs als een varken. Toe dan.” Je hoort Oskar, maar het duurt een paar tellen eer je hem ook ziet. Dat wil zeggen, je ziet zijn spiegelbeeld. Cut. De actie verplaatst zich naar twee mensen in een taxi. Links in beeld een man. Pokdalig gezicht. Hij doet zijn bril af en glimlacht zacht richting het silhouet naast hem. Weer een cut en muziek die je een ongemakkelijk gevoel bezorgt. Welkom in de wondere wereld van Let the Right One In.

Wat niet te zien is, niet direct althans, prikkelt de zinnen. Let the Right One In leunt nadrukkelijk op dat gegeven. De film is een bizar sterke mix van drama, horror en puberliefde. Qua sfeer is hij dermate uniek dat je je afvraagt waarom men zich aan een remake heeft gewaagd. Let Me In (2010) mag dan van een behoorlijk niveau zijn, maar het Hollywoodproduct voegt niets toe aan het origineel.

Een buitenwijk van Stockholm, hartje winter. De 12-jarige Oskar (Kåre Hedebrant) raakt bevriend met Eli (Lina Leandersson), zijn kersverse buurmeisje dat een tikkeltje vreemd voor de dag komt. Vanaf dat moment neemt het aantal gruwelijke moorden in de nabije omgeving toe. Politie en bewoners hebben geen idee wie erachter zit, en ook Oskar vermoedt aanvankelijk niets.

Een vampierdrama zoals je nog nooit hebt gezien. Geen steracteurs, een allesbehalve bruisende setting (die overigens zeer functioneel is, daarover later meer) en nogal milde horrortoestanden. Er vloeit bloed, zeker, maar dat is bijzaak. Het verhaal draait voornamelijk om de context waarbinnen de twee buitenbeentjes Eli en Oskar elkaar ontmoeten.

Regisseur Tomas Alfredson kleurt deze context op magistrale wijze, bijgestaan door Hoyte van Hoytema, sprookjesverteller met de lens. Van niets maakt Van Hoytema alles. Zijn kadrering is uitgekiend, zijn cameravoering beheerst. Bijna sierlijk zelfs. Waardoor onder andere het decor, waar kraak noch smaak aan zit, tot een krachtig verhaalmotief wordt. Als voorbeeld het belegen buurtcafé waar men de sleur probeert te ontvluchten. Drinkend, paffend. Je proeft de tragiek.

Het tragische zit ‘m vooral in het feit dat iedereen zich eenzaam voelt, niet gezien. De schrandere Oskar, die bij zijn moeder woont, zijn vader weinig ziet en op school het mikpunt van pesterijen is. Zijn moeder, die teleurgesteld vaststelt dat haar zoon liever naar buiten gaat dan samen met haar tv kijkt. Zijn vader, die zijn hoofd laat hangen zodra er alcohol in het spel is. Eli, die moet doden om te overleven, en daar zichtbaar onder lijdt. Ook Conny, de baas onder de pestkoppen, is heel even alleen op de wereld wanneer z’n grote broer hem te grazen neemt. Zie de mens, in al zijn facetten; de film is een treffend college sociologie.

Wonderlijk schoon, wonderschoon: Let the Right One In scoort op elk onderdeel dubbele cijfers. De film komt enorm binnen door het betoverende camerawerk, het intelligente script, het authentieke acteerwerk en, niet te vergeten, door de meesterlijke soundtrack van Johan Söderqvist. Het geheel vormt een cinematografische hoogmis die enig in zijn soort is.

 Regie: Paul Dano | Duur: 105 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar 

Camera

Buiten beeld krijgt Jerry zijn ontslag. Op de achtergrond zijn twee mannenstemmen te horen, maar de camera is en blijft gericht op zijn zoon Joe (Ed Oxenbould), wiens expressie verraadt hoe laat het is. Vanaf dat moment weet je dat het verhaal vanuit zijn perspectief wordt verteld. Wildlife bewijst eens te meer dat weinig kan tippen aan goed drama.

De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Richard Ford uit 1990 en speelt zich af in Great Falls (Montana) in de jaren zestig. De aan Canada grenzende staat wordt geteisterd door bosbranden en de werkloze Jerry (Jake Gyllenhaal) voelt zich geroepen om bij de vrijwillige brandweer te gaan. Aangezien dat slecht betaalt, neemt zijn echtgenote Jeanette (Carey Mulligan) een job als zwemlerares. Tijdens Jerry’s afwezigheid begint ze een verhouding met een oudere man.

Sinds Prisoners (2013) ben ik gecharmeerd van de acteur Paul Dano, met Wildlife laat hij zien tevens een geboren filmmaker te zijn. Een man die gevoel legt in zijn werk. Dano: “It’s a film that is deeply depending on its cast.” Van de drie acteurs baart Oxenbould, die nog achttien moet worden, het meeste opzien. Een Australisch natuurtalent met (uiterlijk) trekjes van Dano. Door Joe’s ogen zien we hoe een modelgezin uiteenvalt. Eerst knijpt pap ertussenuit, waarna hij met groeiend ongeloof zijn mam aanschouwt. De gemiddelde puber zou zijn kont tegen de krib gooien. Echter, de 14-jarige knaap tracht juist het cement tussen de stenen te zijn. Dus neemt hij de taak van de man in huis op zich. Hij is het luisterend oor voor zijn aan escapisme ten prooi vallende ouders.

Een zo’n eerlijk mogelijke film maken, dat wilde Dano. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de camera. Netjes ‘binnen de lijntjes kleuren’ vereist een fluwelen touch. Dus “to not move the camera unless it meant something”, licht hij zijn keuze toe om, inderdaad, weinig met de camera te bewegen. Wat een zegen, wat een rust. Behalve frisse nieuwkomer Oxenbould is de Britse Carey Mulligan ontzettend goed als een huisvrouw die plotseling in een andere rol wordt gedwongen. Nogal schaamteloos geeft de dertiger zich over aan de welgestelde, krakkemikkige autodealer Warren, maar wroeging en onvrede fluiten haar terug. Dan staat Jerry op een dag weer voor de deur. Kort hierop, wanneer Joe zegt naar bed te gaan omdat hij de volgende dag gewoon naar school moet, volgt het meest veelzeggende shot van de film.

Wildlife. De titel verwijst naar documentaires waarin dierengedrag geobserveerd wordt. Via zuivere ziel Joe Brinson, die oordeelloos observeert, niets forceert en hoogstens probeert bij te sturen, leren we dat zijn ouders ook maar mensen van vlees en bloed zijn. Fraai spel en ongecompliceerd camerawerk staan aan de basis van een prachtig ingetogen, psychologisch gelaagd filmdrama. Paul Dano kan terugkijken op een uitstekend regiedebuut.

 Regie: David Lowery | Duur: 93 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Het maakt niet zoveel uit of hij de goeierik of slechterik speelt. Dat zal ongetwijfeld door zijn charme komen; die prikt immers door elke laag heen. Ik heb het over Robert Redford, met wie ik kennismaakte in Out of Africa (1985), de film die mijn destijds nog grasgroene innerlijk in lichterlaaie zette. Met The Old Man & the Gun sluit de 82-jarige acteur zijn indrukwekkende acteercarrière af. Een gedenkwaardig afscheid is het echter niet.

In The Old Man & the Gun vertolkt Redford Forrest Tucker, een bankovervaller die de pensioengerechtigde leeftijd al lang en breed is gepasseerd, maar de kneepjes van het vak nog niet is verleerd. Als hij in Jewel (Sissy Spacek) de vrouw van zijn dromen ontmoet, lijkt zijn leven compleet. Maar dat is buiten de jonge detective John Hunt (Casey Affleck) gerekend, die een klopjacht begint op Forrest en zijn handlangers.

Het snorrentijdperk, begin jaren 80 van de vorige eeuw. Forrest leidt een driekoppige roversbende. Alhoewel: van roversbende kun je amper spreken. Het kopstuk krijgt assistentie van leeftijdsgenoten Waller (Tom Waits) en Teddy (Danny Glover), maar om nu te zeggen dat de bejaardenbrigade echt tot de verbeelding spreekt, nou nee. Het verhaal is daarbij erg gericht op Forrest. Hij berooft solo (Waller en Teddy zijn feitelijk twee overbodige personages) en doet dat steevast met een vriendelijke glimlach op het gezicht. Het pistool dat hij steeds vluchtig tevoorschijn tovert, heeft vooral een symbolische betekenis.

Heel even dreigt de film leuk te worden, wanneer Redford en Affleck voor het eerst oog in oog staan met elkaar. Er volgt een aardige dialoog tussen de mannen (een van de weinige in de film), maar daar blijft het vervolgens bij. Want Hunt, op wie het leven zwaar drukt, gaat al snel door de knieën voor Forrest – hoe voorspelbaar. En ook Spacek geeft Redford nauwelijks tegengas. Beiden verdrinken van meet af aan in elkaars ogen. Twee oudjes die er lekker op los flirten; dat is nog het leukste aan The Old Man & the Gun.

Dat de kijker het nimmer moge vergeten: Robert Redford is een gentleman in optima forma. Maar The Old Man & the Gun, een misdaadkomedie die overigens op ware feiten is gebaseerd, kun je met de beste wil van de wereld geen eerbetoon aan de acteerlegende noemen. Suf plot, loom acteerwerk, loungemuziekje als soundtrack: de film heeft de amusementswaarde van een potje zomeravondvoetbal.

 

 Regie: Damien Chazelle | Duur: 141 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

De reis duurde slechts vier dagen, de voorbereiding kostte jaren. First Man vertelt wat voorafging aan wat velen zien als de meest historische gebeurtenis van de vorige eeuw. Op zondag 20 juli 1969, even na 20.17 uur UTC, ziet de wereld hoe astronaut Neil Armstrong als eerste mens op de maan landt. Zes uur en veertig minuten later zet hij voet op het maanoppervlak: “That’s one small step for (a) man, one giant leap for mankind.”

First Man, gebaseerd op het boek van James R. Hansen, gaat over dat chapiter in het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, en is toegespitst op Armstrong in de periode van 1961 tot 1969. Een welkome trendbreuk is dat de film geen lofzang is. Niet op Amerika, noch op NASA en haar dappere mannen die, Hollywoodiaanse producties piepen en kraken dikwijls onder dat euvel, ter meerdere glorie van de Stars en Stripes daar gaan “where no one has gone before”. Wat verder opvalt is dat de gespannen internationale verhoudingen op dat moment (de Koude Oorlog) een minimale rol spelen. Wel stipt de film de binnenlandse verontwaardiging aan: wat kost het eigenlijk om “witman” naar de maan te schieten? Kunnen die miljarden niet beter aan het collectief besteed worden?

Regisseur Damien Chazelle kiest dus voor relatief weinig ‘achtergrondruis’ in First Man. En hij werkte, in navolging van zijn met liefst zes Oscars bekroonde La La Land (2016), opnieuw samen met tweevoudig Oscargenomineerde Ryan Gosling. Het resultaat is een intiem portret. Ja, de verrichtingen van Armstrong en zijn kompanen zijn groots, maar het is alsof Chazelle die in een etalage plaatst. Van achter glas mogen we die verrichtingen zien, waarbij de focus op de mens en zijn emoties ligt, niet zozeer op zijn daden.

Van achter glas, maar wel door een vergrootglas. Hebt u Dunkirk (2017) gezien? Dan zal First Man u in zekere zin als een déjà-vu voorkomen. Het camerawerk is namelijk vergelijkbaar: onwaarschijnlijk goed. Meermaals bekruipt je de sensatie zélf in een ruimtecapsule te zitten, waar het trouwens niet prettig toeven was. Als sardientjes in een blik. En dan die technologie! Het blik werd nog net niet met plakband bij elkaar gehouden, maar veel scheelt het niet. Wat er in 50 jaar allemaal niet veranderd is. Onvoorstelbaar.

Behalve het camerawerk moet ook de cast genoemd worden. Een topcast met Ryan Gosling als de stoïcijnse Neil Armstrong aan het hoofd. “Hij is in de loop der tijd gekarakteriseerd als een teruggetrokken persoon. Maar dat was hij niet”, zegt Armstrongs oudste zoon Rick over zijn vader. Verre van stoïcijns is Neils vrouw Janet, uitstekend vertolkt door Claire Foy, bekend van haar rol als Queen Elizabeth II in de dramaserie The Crown. Terwijl Neil ‘gewoon’ met z’n werk bezig is, moet Janet haar zenuwen in bedwang zien te houden. Mark Armstrong: “Mijn moeder had alle zorgen, maar geen enkele controle.”

Aangedaan en met sterretjes in de ogen verlaat ik de bioscoopzaal: First Man is een fantastische biopic. Intens, oprecht. De film toont de zware, van de dood doortrokken aanloop naar het succes van de Apollo 11-missie. Nul sentiment, geen geromantiseer. Oké, op dat ene moment na dan. Het moment waardoor je kunt stellen dat Neil die slordige 385 duizend kilometer wellicht ook heeft moeten afleggen om het verlies van zijn dochtertje Karen een plek te kunnen geven.

 Regie: Bradley Cooper | Duur: 136 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

December 2011. Een markante dame schuift aan in de talkshow van Ellen DeGeneres. “Je moet gaan acteren”, zegt DeGeneres tegen haar. Met haar potsierlijke haardos en met glitters behangen wenkbrauwen lijkt ze niet van deze wereld te zijn. Is ze na een stuurfoutje per ongeluk met haar schip op onze aardbol beland? Nee hoor. We hebben hier te maken met Stefani Joanne Angelina Germanotta, kortweg Lady Gaga. Gewoon geboren in New York, in 1986. Zangeres, songwriter, pianiste. De ster in het muzikale romantische drama A Star Is Born, de derde remake van de gelijknamige film uit 1937.

A Star Is Born vertelt het verhaal van Jack (Bradley Cooper), een countryzanger in de herfst van zijn carrière. Na een optreden maakt hij in een kroeg kennis met zangeres-songwriter Ally (Lady Gaga), die haar hoop om het in de muziekbusiness te maken bijna heeft opgegeven. De twee worden verliefd op elkaar, maar terwijl Ally’s ster rijzende is, grijpt Jack steeds vaker naar de fles.

Gevestigde naam zet onzeker meisje in de spotlights. Je zou verwachten dat alle ogen dan op Ally zijn gericht, maar de meeste aandacht in herhalingsrecept nummer drie van deze showbizzsoap is opmerkelijk genoeg voor Jack. Nu maakt Bradley Cooper zijn regiedebuut en beschikt hij over een zeer behoorlijke zangstem, maar qua spel legt hij het af tegen Lady Gaga. Niet dat hij slecht acteert, maar Jack roept vooral in het tweede deel van de film irritatie op. Hij zuipt zich klem, laat zijn hoofd hangen en mompelt op den duur meer dan hij praat. Erg jammer dat zijn drankprobleem prominent aanwezig is. Een ware farce is de Grammy-scène waarbij meneer het in z’n broek doet. Nee, niet van het lachen.

Natuurlijk had Lady Gaga het brandpunt van de film moeten zijn. Gevoelig snuitje, mooie ogen, hijskraan van een neus: de androgyne megaster uit de muziekindustrie gaan we hopelijk vaker terugzien op het witte doek. Ze speelt haar eerste hoofdrol alsof Hollywood al jarenlang haar huiskamer is. Vloeiend, naturel. Dat A Star Is Born het aanzien meer dan waard is, komt door Lady Gaga. Overigens: niet alleen het aanzien waard, ook het aanhoren waard. Wat dacht u van het schitterende nummer ‘Shallow’ dat ze samen met Cooper zingt. Slik.

Gemengde gevoelens overheersen als de credits (met te stevige muziek eronder) over het scherm rollen. Aardige film, maar geen hoogvlieger. Daarvoor is het verhaal te uitgekauwd, zelfs wat overtrokken hier en daar. Meeleven met Ally of compassie opbrengen voor Jack? Tussen die twee bivakkeer je gevoelsmatig een groot gedeelte van de ruim twee uur. Moeilijk. Uitgebalanceerd is de film dus niet, waardoor Blik Op Film niet geheel meegaat in de vele loftuitingen voor A Star Is Born, en met drie sterren een toontje lager zingt.

 Regie: Sebastián Lelio | Duur: 114 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

De mens is het enige schepsel met een vrije keus. Een betrekkelijk gegeven, blijkt uit Disobedience waarin Oscarwinnares Rachel Weisz (Londen, 1970) oog in oog staat met de Canadese Rachel McAdams (The Notebook, 2004). Rachel versus Rachel. De actrices halen het beste in elkaar naar boven in Sebastián Lelio’s eerste Engelstalige film naar de gelijknamige roman van Naomi Alderman.

Ronit Krushka (Weisz) is een fotografe die woont en werkt in New York. Wanneer ze verneemt dat haar vader, een geliefd rabbijn, plots is overleden, keert ze terug naar de orthodox-joodse gemeenschap in Noord-Londen waaruit ze verbannen was. Het weerzien met haar jeugdvriendin Esti (McAdams) doet echter stof opwaaien binnen de besloten geloofsgemeenschap.

Eén keer eerder troffen Weisz en McAdams elkaar op de filmset, tijdens de opnames voor het niet erg geslaagde To the Wonder (2012). Disobedience is aanmerkelijk beter. De dynamiek tussen de dames is fantastisch, perfect authentiek. Vooral Weisz is een lust voor het oog. Het is alsof ze een pact met de klok is aangegaan; ze wordt alleen maar mooier. Naar haar kijken is heerlijk dwalen door een sprookjesbos. In Disobedience speelt ze Esti’s ‘bevrijder’, de katalysator binnen haar bewustwording. Maar weet Ronit ook zichzélf te bevrijden? Weisz, in gesprek met filmrecensent Peter Travers van Rolling Stone: “Are you really free if you’re running from where you’re from?”

Weinig frivoliteit in Esti’s leven. Arm kind. Geboren en getogen in een gemeenschap waar men elkaar continu in de gaten houdt, aan de bel trekt bij vermeend onraad. Disobedience is ook een film over stille revolte, aangezwengeld door verboden liefde. In vuur en vlam gezet door Ronit verandert muurbloempje Esti namelijk in een vrouw die haar vrijheid claimt. Gunt haar devote echtgenoot Dovid (Allessandro Nivola) haar die ook? De beoogd opvolger van rabbijn Krushka beantwoordt die vraag op meesterlijke wijze tijdens zijn installatierede. Lelio zet zo een kroon op een humaan drama waarin ook Nivola mooi, ingetogen spel laat zien.

Joden wensen elkaar toe dat ze 120 jaar oud mogen worden, verwijzend naar de leeftijd waarop Mozes stierf. Heel nobel, maar wat is een lang leven waard wanneer het je niet wordt toegestaan om je hart te volgen? Disobedience is krachtig, elegant, respectvol. Een drama om te zoenen over de essentie van vrijheid.

 

 Regie: John Hughes | Duur: 97 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

Ten tijde van The Breakfast Club zat de jeugd nog niet append op de fiets. Werd men nog niet volledig in beslag genomen door allerlei gadgets. The Breakfast Club is een komisch drama uit de jaren 80, toen de videorecorder de huiskamers veroverde en de Schotse popgroep Simple Minds haar hoogtijdagen vierde. Een ‘prehistorische’ film, maar met een thematiek van alle tijden.

Shermer High School, 24 maart 1984. Vijf leerlingen die elkaar niet kennen moeten voor straf een zaterdag doorbrengen in de bibliotheek van hun school. Van rector Richard Vernon (Paul Gleason) krijgen ze de opdracht zich schriftelijk en in doodse stilte te buigen over de kwestie ‘wie ben ik’. Een taak die het bonte gezelschap op geheel eigen wijze invult.

U voelt ‘m vast aankomen: van dat opstel komt weinig terecht. Toch schrijft het vijftal geschiedenis. Van enige groepscohesie is aanvankelijk geen sprake, maar onder leiding van de rebelse John (Judd Nelson) komen de vijf compleet verschillende persoonlijkheden langzaam tot elkaar. Waarbij ze onbedoeld geholpen worden door de gefrustreerde Vernon, in wie het kind morsdood is en die als gemeenschappelijke vijand voor de pubers fungeert.

Voortreffelijk acteerwerk maakt The Breakfast Club tot een zeer geslaagde tienerfilm. Ik noemde hem al: Judd Nelson als John Bender. Gangster, stoere bink, anarchist. Maar ook gevoelig. En schrander, wat blijkt uit de volzinnen die hij formuleert. Geniaal hoe hij zijn lotgenoten bespeelt, hen uit de tent lokt of tegen elkaar opzet. Ook zoekt hij voortdurend de confrontatie met Vernon. Daarmee oogst hij de stille bewondering van het keurige rijkeluismeisje Claire, erg goed gespeeld door Molly Ringwald. De interactie tussen de twee uitersten is om te zoenen.

Ook de drie andere antihelden kunnen er wat van: Emilio Estevez als het worsteltalent Andrew (‘Sporto’), Anthony Michael Hall als brave borst Brian en Ally Sheedy als de uit een gothicstrip weggelopen Allison. Wat een figuur, die Allison. Lange tijd zondert ze zich volledig af van de rest, maakt ze alleen maar piepgeluidjes of trekt ze rare bekken. Praten doet ze niet. Bijzonder grappig is de manier waarop mevrouw haar lunch prepareert.

Een saaie strafopdracht die uitloopt op een onvergetelijke ervaring: vijf jeugdige dissidenten onderwijzen zichzelf én elkaar in het met een vleugje romantiek overgoten The Breakfast Club, een pareltje waarvoor regisseur John Hughes in slechts twee dagen het script schreef, en dat met een formidabel kringgesprek eindigt. Vrienden voor het leven, zou ik zeggen. En ga jij lekker wieberen, Vernon!

 Regie: Alejandro González Iñárritu | Duur: 124 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Heeft de mens een vrije wil, of worden we geleid door een hogere macht? Regisseur Alejandro González Iñárritu (The Revenant, 2015) maakte met 21 Grams een hartverscheurend enigma rondom die kwestie. Snapt u er na twintig minuten nog steeds geen snars van? Eerlijk gezegd was ook deze filmveelvraat het spoor prettig bijster.

‘Faith’ en ‘Jesus Saves’. Die woorden prijken op de auto van Jack Jordan (Benicio Del Toro). “Jesus gave me that truck. And it’s He who gives and He who takes away.” Dat zal hij geweten hebben. Zijn adoratie van en dienstbaarheid jegens Onze-Lieve-Heer zijn later als sneeuw voor de zon verdwenen. “I did everything He asked me to do! I gave Him my life, and He betrayed me.”

Dat verraad hangt samen met een tragisch ongeluk waardoor drie mensen die elkaar niet kennen met elkaar verstrengeld raken. Het is dé gebeurtenis in de film, waarbij aangetekend moet worden dat 21 Grams niet zozeer om de feiten draait, als wel om de emotionele gevolgen ervan. Want door het ongeluk nemen de levens van de doodzieke wiskundeleraar Paul Rivers (Sean Penn), Christina Peck (Naomi Watts) en Jack een drastische wending.

“Sommige gebeurtenissen zijn onvermijdelijk, maar niet echt voorspelbaar,” stelt Iñárritu. Inderdaad dekt toeval niet ieder gebeuren. Dat gegeven is de rode draad van 21 Grams, waarin de factor tijd niet ter zake doet. Immers, lijkt de klok niet stil te staan wanneer zich plots iets zeer heftigs voordoet? Het verhaal steekt dan ook niet-chronologisch in elkaar. En juist dat maakt de film zo verhalend, zo intens. Pas aan het eind, wanneer de puzzel is gelegd, kun je de afzonderlijke stukjes labelen. De gekozen vertelwijze, van de hak op de tak, verheft het soapachtige plot tot iets buitengewoon krachtigs.

Het acteerwerk is daarbij meesterlijk. Jack – wat een schitterend doorleefde expressie heeft Del Toro toch – doet zich voor als een discipel. Maar de ex-bajesklant verkondigt zo geforceerd Jezus’ woord dat hij zijn naasten meer schade berokkent dan helpt. En dus wordt hij kiezelhard tot de orde geroepen. Na het ongeluk vreten spijt en woede hem op, om uiteindelijk in zelfdestructief gedrag te vervallen. Woedend en destructief is ook de ‘geamputeerde’ Christina. Watts laat zien een uitstekende actrice te zijn. Gelukkige huismoeder, hoopje ellende in shock, spuwende vulkaan: wat een power legt ze in elk van die rollen!

Eenentwintig gram. Naar men zegt het gewicht van onze ziel. Zo vederlicht is de rollercoaster 21 Grams absoluut niet. Sterker, het is een zwaargewicht binnen het dramagenre. Een film over schuld, vergiffenis en verlossing die aankomt als een mokerslag. Iñárritu: “Grote gebeurtenissen moeten we gewoon ondergaan.” Vrije wil? Nee, hoogstens een vrije keus.

 

 Regie: Wes Anderson | Duur: 101 minuten | Taal: Engels & Japans | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

Wes Anderson is de naam. Schilder onder de cineasten. Zijn films zijn feeëriek, ongrijpbaar, vaak ook een tikkeltje rauw. En vooral wonderbaarlijk fraai gestileerd. Denk aan Fantastic Mr. Fox (2009), Moonrise Kingdom (2012) of het knotsgekke The Grand Budapest Hotel (2014). Met zijn nieuwste creatie overtreft hij zichzelf nog maar eens: de stopmotionanimatiefilm Isle of Dogs doet je beslist als een ‘WAF’ (Wes Anderson-Fan) huiswaarts keren.

Isle of Dogs speelt zich af in het dystopische Megasaki, een stad in Japan. Na het uitroepen van de noodtoestand verbant de corrupte burgemeester Kobayashi alle honden in de stad naar een vuilnisstort, Trash Island genaamd. Ook Spots, de waakhond van Kobayashi’s 12-jarige pleegkind Atari, ontkomt niet aan het decreet. Maar Atari laat zich niet kennen en reist in een propellervliegtuigje af naar de troosteloze dumpplek. Geholpen door vijf honden begint hij vervolgens aan de zoektocht naar zijn trouwe viervoeter.

Anderson, tijdens de persconferentie op de Berlinale: “Ik wilde iets met hondjes op een vuilnisbelt en iets met Japan, vooral vanwege mijn liefde voor de films van Akira Kurosawa en de animatiefilms van Hayao Miyazaki.” Isle of Dogs is deels een hommage aan de twee meesters van de Japanse cinema. Het verhaal is simpel, maar van pure schoonheid; je ogen kunnen de beeldenpracht nauwelijks bijbenen. De stijl is Wes Anderson ten voeten uit. Eigenzinnige personages die op de bres springen voor rechtvaardigheid, veel gevoel voor symmetrie (frontale shots met het doelobject keurig in het midden van het beeld), houterige dialogen en een uitermate scherp oog voor detail. Wat dat laatste betreft: zelfs het ongedierte in de haren van de uitgemergelde honden is te zien, als je goed kijkt tenminste. Niets laat controlfreak Anderson aan het toeval over.

Bovendien heeft Isle of Dogs een sterstemmencast. U hoort onder anderen Edward Norton, Jeff Goldblum en Greta Gerwig. En Bill Murray natuurlijk, die in acht van Andersons negen films speelde. “We voelden ons echt jachthonden”, zegt Murray. “Het werd al gauw heel komisch. We keken elkaar aan met een blik van: hoe speel jij eigenlijk een hond? We probeerden elkaar voortdurend af te troeven in het niveau van hond.” Hoe uitstekend ze daarin zijn geslaagd, moet u echt gaan zien en horen in het beeldschone hondenleven dat Isle of Dogs is geworden.