Regie: Phillip Noyce | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

De film The Deep (1970) kwam er uiteindelijk niet. De financiering verliep moeizaam, er waren technische problemen en toen tijdens de productie hoofdrolspeler Laurence Harvey overleed, hield regisseur Orson Welles het definitief voor gezien. Toch zou Charles Williams’ roman Dead Calm (1963) alsnog verfilmd worden, maar nu met Phillip Noyce aan het roer. De gelijknamige film betekende de doorbraak van actrice Nicole Kidman.

Kapitein John Ingram (Sam Neill) en zijn vrouw Rae (Kidman) maken een zeiltocht op de Stille Oceaan om de dood van hun zoontje te verwerken. Op zekere dag stuiten ze op een beschadigde schoener met slechts één overlevende: Hughie Warriner (Billy Zane). Het echtpaar neemt de zwaar overstuur zijnde drenkeling aan boord, waarna John poolshoogte gaat nemen op het zeilschip.

Beesten, baby’s en boten: die drie b’s kun je het best mijden, waarschuwt men op de filmacademie. Filmen op open water is de goden verzoeken, maar levert in het geval van Dead Calm een geweldige prent op. Geen genreklassieker, wel een huzarenstukje. Met name op technisch vlak, want de cameravoering van Dean Semler (Dances with Wolves, 1990) is ontzettend knap en werd door het Australian Film Institute als zodanig herkend (Best Achievement in Cinematography). Verder valt de fijne editing van Richard Francis-Bruce op en is de muziek van Graeme Revell, spooky en ritmisch met behoorlijk wat ‘deining’ erin, een schot in de roos.

Het verhaal zelf dan. Bij dageraad kondigt ‘zeehond’ Ben de malheur reeds aan: hij staat te blaffen op het dek. Tweeëndertig dagen lang, zo tekent Johns logboek op, is de zee ‘dead calm’. Maar na de onverwachte entree van Hughie (hij dringt zichzelf min of meer op) is het afgelopen met de sereniteit. Zane speelt een psychopaat. Een charmeur met een zachte kant, maar de adonis blijkt ook zeer licht ontvlambaar. En bovendien een complete dwaas, die onbezorgd staat te dansen op een ontspannen muziekje terwijl de bewusteloze Rae bijna van het schip kukelt. Een kolderieke scène waarin, ook nu weer, het weergaloze camerawerk opvalt.

Zane is erg goed, maar wat de pas 19-jarige (!) Nicole Kidman laat zien, is fabuleus. Terwijl John op de schoener de ene na de andere schokkende ontdekking doet, zit het roodharige spillebeentje opgescheept met een manipulatieve mafketel. Verdrietig, wanhopig, vol ongeloof. Maar ook gedreven door furie en berekenend: aan haar voortreffelijke invulling van een complexe rol in Dead Calm dankte Kidman haar casting voor de film Days of Thunder (1990).

Alle hens aan dek in Dead Calm, een zeer vakkundig gemaakte psychologische thriller die zich afspeelt in een tegenstrijdige setting: alle ruimte van de wereld, maar toch geen kant op kunnen. Kidman excelleert in een film die je op het puntje van de stoel houdt, en die deels diende als uitgangspunt voor het eveneens indrukwekkende All Is Lost (2013) van scenarist-regisseur J.C. Chandor.

 Regie: Corin Hardy | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Met The Nun heeft ze haar spin-off te pakken: de duivelse non uit The Conjuring 2 (2016) van horrorspecialist James Wan. De Australiër brak in 2004 door met Saw, een lowbudgetfilm die uitgroeide tot een lucratieve horrorfranchise. Met Dead Silence (2007) en Death Sentence (2007) gaf hij dat succes echter geen passend vervolg; beide films flopten. Maar Wan revancheerde zich met het alleraardigste The Conjuring (2013). En ook aan The Nun droeg hij zijn steentje bij, als schrijver en coproducer. Tevergeefs; de film is nauwelijks om aan te gluren.

Het is 1952. In de abdij van Sint-Carta (Roemenië) pleegt een jonge non onder mysterieuze omstandigheden zelfmoord. Het Vaticaan ontbiedt hierop eerwaarde Burke (Demián Bichir), die overigens geen smetteloos blazoen heeft. Met novice Irene (Taissa Farmiga) reist hij af naar de plek des onheils om de onderste steen boven te krijgen.

Aardedonkere vertrekken, prevelende nonnen, flikkerend kaarslicht, een verwaarloosd kerkhof, joekels van kraaien: The Nun leent zich niet echt voor knusse vakantiekiekjes. Tegelijkertijd is de spookachtige setting wel het enige goede element van de film. De rest? Oh My God. Bagger. Al na drie minuten weet je dat dit weer zo’n ‘van dik hout zaagt men planken-productie’ is. Waarom? Omdat het eerste lijk dan al een feit is. Lekker subtiel.

In het vervolg wordt het er niet beter op – understatement. Het plot heeft kop noch staart en het acteerwerk is ontzettend doorsnee. Alleen het optreden van Taissa Farmiga (de jongere zus van Vera Farmiga die Lorraine Warren speelt in de Conjuring-films) is nog enigszins het aanzien waard. Bichir daarentegen bakt weinig van zijn rol als geestelijke. Een spaghettiwestern, daar past-ie veel beter in. De dialogen missen iedere vorm van vernuft, fantasie. Clichés komen er voor in de plaats. “Wees voorzichtig, zuster.” Briljant advies. En nadat Burke door zuster Irene ternauwernood is bevrijd uit een doodskist, volgt de verpletterende conclusie dat er een “krachtig kwaad” actief is. Bibber.

“Finit hic, Deo.” Vrij vertaald: God eindigt hier. Die tekst staat in een houten deur gebrand. Je moet er toch niet aan dénken dat die deur ooit opengaat?! U begrijpt: hoe langer ik over The Nun nadenk, hoe meliger ik word. De Conjuring-franchise neemt plots een lachwekkende wending. Kan niet de bedoeling zijn als je juist de stuipen op het lijf gejaagd wil worden.

 

 Regie: John Krasinski | Duur: 90 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Ze geeft geen kik, Evelyn Abbott. Niet wanneer ze een kind baart, niet wanneer een spijker haar voet doorboort. Uiteraard kan ze het wel uitgillen halverwege A Quiet Place, maar dat zou ongenode gasten lokken. Als kijker ga je anderhalf uur lang ademloos mee in de leefregel die de Abbotts strikt moeten naleven. Doen ze dat niet, dan riskeren ze keihard voor de bijl te gaan.

A Quiet Place speelt zich af in een postapocalyptische wereld. Tot de overlevenden van de ramp behoren Lee Abbott (John Krasinski), zijn vrouw Evelyn (Emily Blunt) en hun drie kinderen. Ze moeten in absolute stilte leven omdat ze anders worden verslonden door geheimzinnige wezens die jagen op hun hoogontwikkelde gehoor.

Een omgevallen stoplicht, desolate straten en bomen die hun blad verliezen – de eerste paar shots in A Quiet Place zijn helaas ietwat aan de korte kant, maar goed. In een verlaten supermarkt is Evelyn op zoek naar medicatie voor hun zoontje Marcus (Noah Jupe). Wanneer het gezin vervolgens huiswaarts keert, gaat het gruwelijk mis. Had die klotebatterijen dan ook méégenomen, Lee!

De boeiende proloog zet de toon voor ouderwets nagelbijten. Niet zozeer door het aantal jump scares (die je telkens duidelijk ziet aankomen), maar meer doordat je vanaf de allereerste tel wordt meegezogen in de staat van angst waarin het gezin verkeert. Stel je voor continu alert te moeten zijn. Te moeten letten op elke beweging die je maakt, op elk geluid dat daaruit voortvloeit.

Dat strakke korset wordt ijzersterk verbeeld door het kwartet acteurs. Vooral de twee actrices vallen op: de 15-jarige en dove Millicent Simmonds (Wonderstruck, 2017) is subliem als het pubermeisje Regan dat zichzelf, in het vervolg van de film, de tragedie uit de eerste scène verwijt. En Blunt, die overigens getrouwd is met acteur-regisseur John Krasinski, levert al helemaal een tour de force af. Met name de badkuipscène is regelrecht Oscarmateriaal.

De camera is oog, oor en tong tegelijk in Krasinski’s intense horrordebuut A Quiet Place. De decibelmeter slaat nauwelijks uit, de spanningsmeter des te meer. De film verplicht elke bioscoopganger om muisstil te zijn. Consumeer dus niet, voor één keer alstublieft. Niets zo irritant als de terreur die popcorn heet.

 Regie: David F. Sandberg | Duur: 109 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Annabelle: Creation speelt zich af voor de gebeurtenissen in de film Annabelle (2014), de spin-off van The Conjuring uit 2013 van James Wan. De prequel scoort aanzienlijk beter dan zijn nauwelijks om aan te gluren voorganger. Een wisseling van de wacht zou mede de oorzaak kunnen zijn: niet John R. Leonetti maar de Zweed David F. Sandberg is de regisseur van dienst.

Twaalf jaar na de tragische dood van hun dochtertje stellen een poppenmaker en zijn vrouw hun huis open voor een non en een aantal meisjes uit het plaatselijke weeshuis dat zijn deuren sluit. Al snel krijgen ze te maken met Annabelle, de bezeten creatie van de poppenmaker.

De film is nog geen vijf minuten oud, of de eerste hartverzakking is al een feit. Maar het echte gebibber begint als een van de meisjes Annabelle uit een kast bevrijdt. Tja, dan heb je de poppen aan het dansen. Deuren die vanzelf dichtslaan, piep- en kraakgeluiden, flikkerende lampen; het klassieke horrorrepertoire wordt weer kwistig aangeboord. Daarbij beweegt de camera lekker loom door het afgelegen boerenhuis, en zijn de kadrering en belichting feilloos.

Zeer goed is het optreden van Talitha Bateman als Janice, die vanwege polio slecht ter been is. Het brave kind valt buiten de groep, maar heeft in Linda (Lulu Wilson) een solidair maatje. De nieuwsgierige Janice is de eerste die onraad ruikt in het huis en op onderzoek gaat. Dat komt de jonge dame duur te staan, ondanks dat het overigens niet de pop zelf is die haar het leven zuur maakt. Wie dan wel de bron van alle terreur is? Nou, hadden de poppenmaker en zijn vrouw maar nooit hogere machten aangeroepen.

Met Annabelle: Creation, de vierde film in The Conjuring-reeks, bevestigt Sandberg dat zijn prima speelfilmdebuut Lights Out (2016) geen toevalstreffer was. Weliswaar is het aantal schrikeffecten op den duur niet meer te tellen en treedt hierdoor enige mate van verzadiging op, maar voor de rest is de film een hartig griezelhapje dat niet te versmaden is.

 Regie: Mike Flanagan | Duur: 97 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Before I Wake mag dan de tag ‘horror’ hebben, hij bezorgt je geen slapeloze nachten. Dit komt vooral omdat het monster in de film kinderlijk onschuldig oogt. Ander dissonantje: het einde is aan de zoetsappige kant.

Nachtelijk gewoel blijft de kijker dus bespaard, de 8-jarige Cody Morgan (Jacob Tremblay) echter niet. In dat gegeven schuilt het aardige plot van de film. Het pleegkindje van Jessie (Kate Bosworth) en Mark (Thomas Jane) bezit namelijk een speciale gave die zich ‘s nachts openbaart. Mits hij slaapt.

Regisseur Mike Flanagan (Oculus, 2013) past een veelgebruikte truc toe: hij begint het verhaal ‘in media res’ (ergens in het midden). Een man houdt, staande in Cody’s slaapkamer, een pistool op hem gericht. “I am sorry, Cody”, snikt hij. In het vervolg van de film uit Cody meermaals dezelfde woorden jegens Jessie en Mark. Na het traumatische verlies van hun zoontje Sean hoopt het stel met de adoptie van Cody een nieuw leven te beginnen. Maar hun wond blijkt nog niet geheeld.

Bosworth en Jane spelen beiden goed, Jacob Tremblay (bekend van het drama Room, 2015) nog beter. De dromen van de beleefde Cody komen uit en vormen tevens – aardig bedacht – de katalysator binnen het verwerkingsproces van met name Jessie. Geen probleem zolang het fijne dromen betreft, minder leuk bij nachtmerries. Dat die nachtmerries zelfs dodelijk kunnen zijn, weerhoudt Jessie er niet van het knaapje te gebruiken om zelf te helen, wat op den duur een wig drijft tussen haar en Mark. Jammer dat Flanagan dit plotlijntje te weinig kleur geeft; hun dynamiek had wat pittiger gemogen.

De kracht van Before I Wake is dat hij geen evidente zwaktes kent. Acteerwerk, cameravoering, belichting en montage zijn alle van goed niveau. De zwakte is dat hij evenmin echt spektakel biedt. Een degelijk gemaakte fantasiefilm tijdens welke je, dankzij een paar enge momenten, niet wegdroomt. Gelukkig maar.

 Regie: Jaume Collet-Serra | Duur: 86 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Een survivaldrama in een waterrijke setting, hebben we dat niet eerder gezien? Ja, in Cast Away (2000), Open Water (2003) en All Is Lost (2013). The Shallows heeft een beetje van alle drie, maar doet het meest denken aan het ongeëvenaarde Jaws uit 1975. Dit vanwege de gehaaide ‘tegenspeler’ van hoofdpersoon Nancy (Blake Lively).

Het begin van The Shallows is net een Bounty-reclame. Om uw geheugen op te frissen: in deze tv-commercial uit de jaren 80 en 90 doet een appetijtelijke dame zich op een tropische plek tegoed aan kokos in melkchocolade. Laat die lekkernij weg en je hebt twee ingrediënten van The Shallows te pakken. Nancy hoopt namelijk ongestoord te kunnen surfen in een afgelegen baai. Dat surfen gaat haar aardig af, maar helaas blijft ze één golf te lang.

Films met slechts één locatie (in dit geval het wonderschone Lord Howe-eiland), één personage en een kaarsrecht plot vragen om iets extra’s. Dat extra’s brengt Blake Lively (1987). Ze komt voor als dromerige zeemeermin wier vredige mindset bruusk omslaat in ontreddering wanneer een witte haai haar van haar surfplank beukt. Weg stukje paradijs op aarde. Via een dode walvis belandt ze op een rots op zo’n 200 meter van het strand. Vervolgens is een aanzienlijk deel van de film gewijd aan een kat-en-muisspel: terwijl de roofvis haar geen moment uit het oog verliest, gaat de potige Nancy het gevecht aan. Met haar verwondingen, het water en haar plaaggeest. Complimenten aan Lively die fysiek een topprestatie levert en een statische situatie spannend weet te houden.

Filmen op zee is ontzettend moeilijk. De kracht van het permanent bewegende water, het grillige weer en technische mankementen dreven de crew van The Shallows tot een uiterste krachtsinspanning. Maar van deze belemmeringen is absoluut niets te zien in deze realistische thriller, waarin de kijker zich bovendien kan vergapen aan de zeer geslaagde CGI (Computer-Generated Imagery).

The Shallows

 Regie: Ridley Scott | Duur: 116 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

Alien werd gemengd ontvangen, maar zou uitgroeien tot een klassieker. De film sleepte maar liefst 19 nominaties en 17 prijzen in de wacht, waaronder de Oscar voor de Beste Effecten. Die onderscheiding was mede te danken aan het voortreffelijke werk van de Zwitserse graficus en beeldhouwer Hans Rudolf Giger, de geestelijk vader van het afzichtelijke wezen in de film.

Het commerciële ruimtevoertuig Nostromo is met een lading erts onderweg naar de aarde. Nadat de zeven bemanningsleden uit een winterslaap zijn ontwaakt, blijkt dat het schip tijdens hun ‘afwezigheid’ de koers heeft bijgesteld en ze zich in een uithoek van het heelal bevinden. Oorzaak is de interceptie van een signaal dat zich elke twaalf seconden herhaalt. Een SOS wellicht? Gezagvoerder Dallas (Tom Skerritt) besluit om erop af te gaan.

Het verhaal fascineert vanaf de allereerste tel. Onder de begintitels (draai het volume flink open) horen we een obscure mengelmoes van avant-gardistische tonen. Erna volgt een rondleiding door het schip. De nauwe gangpaden, symmetrische vormen en het spookachtige buizenstelsel hadden niet misstaan in een hedendaagse griezelfilm. Dat geldt helemaal voor het krankzinnige gevaarte dat de crew aantreft op de plek waar het signaal vandaan komt. Het revolutionaire design komt volledig tot zijn recht door de juiste belichting en het indringende camerawerk (elk shot is functioneel).

Regisseur Ridley Scott neemt daarnaast uitgebreid de tijd om de spanning op te voeren. Pas na een uur, als het buitenaardse gedrocht voor het eerst opdoemt, wordt het echt billenknijpen. Vanaf dat moment zien we ook de kwaliteiten van actrice Sigourney Weaver (1949) als Ellen Ripley die, tegen het einde van de film, de medeveroorzaker van alle ellende voor ‘bitch’ uitmaakt. Op de vraag wie dat kreng dan is, luidt het cryptische antwoord: Hal 9000.

Weliswaar is Alien geen ruimte-epos zoals 2001: A Space Odyssey (1968) maar voor de rest herbergt hij alle elementen van een meesterwerk. De film betekende een enorme stimulans voor het sciencefiction- en horrorgenre en is een absolute must see voor liefhebbers hiervan. Visueel een tien, bloedstollend en met een plotwending die je niet ziet aankomen.

Alien

 Regie: Dan Trachtenberg | Duur: 103 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Wat als je ergens vastzat en je verteld wordt dat het buiten levensgevaarlijk is, om dan te ontdekken dat het binnen doodeng is? Even Apeldoorn bellen? Zet dat maar uit je hoofd.

10 Cloverfield Lane opent met hoofdpersonage Michelle (Mary Elizabeth Winstead) die driftig een paar spullen verzamelt. Meteen grijpt de muziek van filmcomponist Bear McCreary je bij de keel. Even later zien we Michelle in haar auto zitten. Vervolgens voert regisseur Dan Trachtenberg de spanning op door met licht te spelen: bij duisternis staat de jonge dame moederziel alleen bij een tankstation wanneer de koplampen van een naderende vrachtwagen in beeld komen. Nog geen twee minuten later is het onheil geschied.

De eerste dialoog, na bijna 10 minuten, is er een tussen Michelle en Howard (John Goodman) in een ondergrondse bunker. Michelle denkt ontvoerd te zijn, terwijl Howard beweert haar juist gered te hebben van een apocalyptische aanval. Zijn mening wordt gedeeld door een derde aanwezige: Emmett (John Gallagher Jr.). Overtuigend acteerwerk, het claustrofobe decor, de uitstekende belichting, geraffineerd camerawerk en een piekfijne montage maken van 10 Cloverfield Lane een thriller om U tegen te zeggen. Vooral Winstead is een openbaring. De Frans aandoende actrice speelt een pittige Michelle die coûte que coûte wil ontsnappen. Ze heeft niet veel tekst, maar haar mimiek en motoriek zijn uitstekend. Goodman is daarbij niet de clichéslechterik, maar een vaderlijke doomsday-prepper waar, zo blijkt gaandeweg, een steekje bij los zit. Elk woord dat hij uitspreekt heeft lading. En voor het welkome vleugje humor zorgt Gallagher Jr.

Is 10 Cloverfield Lane een alienfilm à la Cloverfield (2008)? “Nee”, zegt producer J.J. Abrams terecht. “Het monster is menselijk en huist in dezelfde ruimte als Michelle.” Het verhaal, verteld vanuit één perspectief, boeit van de eerste tot de laatste seconde en kent een verrassende ontknoping. Complimenten voor de pas 35-jarige Dan Trachtenberg die met 10 Cloverfield Lane zijn debuut maakt. Een regisseur om in de gaten te houden, zo trefzeker is zijn werk.

10 Cloverfield Lane

 Regie: Jonathan Glazer | Duur: 108 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

Zwarte haren, vuurrode lippen, grijsgroene ogen, lange benen: in Under the Skin is Scarlett Johansson een prettige verschijning. En dan gaat ze ook nog eens uit de kleren! De actrice speelt een dame die in de straten van het grauwe Glasgow eenzame mannen verleidt. Voor een gezellig drankje of vleselijk genot?

De film begint met vreemde, cirkelvormige objecten in een donkere ruimte. Tegelijkertijd horen we Johansson Engelse woorden uitspreken. Een man op een motorfiets komt in beeld. Hij stopt, verdwijnt in de duisternis en keert terug met het lichaam van een vrouw. Johansson kleedt de vrouw uit en trekt de kleren zelf aan. Dan vertrekt een ruimteschip vanaf het dak van een wolkenkrabber. Kort hierop stapt Johansson in een witte bestelbus, en even later baant ze zich een weg door een druk winkelcentrum. Welkom op de aarde.

Een blik op de mens, door de ogen van alienvrouw Johansson (een naam heeft ze niet in de film). Eerst observeert en kopieert ze gedrag. Vervolgens versiert ze mannen en lokt hen mee om zo haar honger te kunnen stillen. Maar tijdens haar missie leert ze ook wat humaniteit inhoudt. Zo ziet ze hoe een surfer een vrouw in nood probeert te redden en helpen omstanders haar overeind nadat ze is gestruikeld.

Deze en andere indrukken zetten een proces van bewustwording in gang. En van transformatie: langzaam ontwikkelt de emotieloze femme fatale menselijke trekjes. Kijk goed naar haar expressie wanneer ze een man met een ernstig misvormd gelaat het hof maakt. Een fantastische scène die de kern van de film raakt, namelijk het feit dat onze schoonheidszin sterk op de buitenkant is gericht.

Under the Skin kluistert je aan de buis. De film, gebaseerd op de gelijknamige roman van Michel Faber, herinnert visueel en qua sfeer aan het meesterwerk 2001: A Space Odyssey (1968). Er zijn weinig dialogen, de belichting is donker en de soundtrack van de Britse componiste Mica Levi is een revelatie, alhoewel hij niet prettig in het gehoor ligt. Wapen u met fantasie, geduld en een scherp oog tijdens deze unieke cultfilm waarin ‘Miss Universe’ op excursie gaat.

Under the Skin

 Regie: Adam MacDonald | Duur: 92 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Vanaf enige hoogte in een bos zakt de camera gestaag tot ongeveer een meter boven de grond. Minimalistische muziek gaat over in steeds luider gezoem van vliegen. Cut. Een man stapt uit een lift, met in beide handen een rugzak. Dat hij de lift naar beneden heeft genomen, is symbolisch voor het vervolg van Backcountry.

De film is gebaseerd op gebeurtenissen die zich in september 2005 afspeelden in de Canadese provincie Ontario. Alex (Jeff Roop) en zijn vriendin Jenn (Missy Peregrym) vertrekken op een kampeertrip door de wildernis. Buitenmens Alex wil zijn geliefde Blackfoot Trail laten zien, en vooral het beeldschone meer waaromheen dit pad loopt. Maar wat begint als een idylle, eindigt in een nachtmerrie: ze verdwalen en komen terecht in het territorium van een agressieve zwarte beer.

De kracht van Backcountry zit hem in de goede cameravoering (handheld) en de scherpe montage. Door de vele close-ups is het vrijwel onmogelijk om níét in de huid van de personages te kruipen. Het acteerwerk is daarbij dik in orde. Jeff Roop speelt de zelfverzekerde Alex die zijn vriendin op sleeptouw neemt. Missy Peregrym is erg goed als de gevatte, maar ook wat bevreesde Jenn. Wanneer het duo vreemde vogel Brad (Eric Balfour) tegen het lijf loopt, krijgt hun saamhorigheid een eerste knauw. De dagen erna stapelen de ongunstige voortekens zich op. Irritatie, vertwijfeling en uiteindelijk doodsangst doen de verhoudingen kantelen: in het tweede gedeelte van de film neemt Jenn de regie van Alex over. Bloedstollend is de confrontatie met de beer die, erg slim, lang uit beeld blijft. Pas na 48 minuten hoor je hem voor het eerst aan hun tent snuffelen.

Een stads koppeltje dat van een koude kermis thuiskomt: de survivalthriller Backcountry heeft een bescheiden cast en een eenvoudig plot. Maar technisch gezien steekt hij beregoed in elkaar. Regisseur Adam MacDonald verdient dan ook lof voor zijn eerste speelfilm die negentig minuten lang boeit. Als je tenminste het lef hebt om te blijven kijken.

Backcountry