Regie: Ari Aster | Duur: 147 minuten | Taal: Engels & Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Alsof je stoned door een pretpark slalomt. Zo voelt Midsommar aan, de nieuwe film van regisseur Ari Aster, die in zijn jeugdjaren van menig videotheek de horrorsectie ‘plunderde’, en wiens gezinsdrama Hereditary (2018) lovend werd ontvangen. Over Midsommar zijn de meningen nogal verdeeld: de een vindt hem weerzinwekkend, een ander briljant. Aster: “Ik hoop dat mijn film de mensen enigszins in verwarring achterlaat.”

Dani (Florence Pugh) en haar vriend Christian (Jack Reynor) bezoeken in het Noord-Zweedse Hälsingland een midzomerfestival. Al snel blijkt dat de organisatoren van de feestelijkheden er bizarre gebruiken en wonderlijk ceremonieel vertoon op nahouden. Hun verblijf aldaar heeft vooral impact op Dani, die kort voor de happening haar zus en ouders heeft verloren.

Wat je ook van Midsommar vindt, de meeste kijkers zullen onderschrijven dat Aster je behoorlijk bij de neus neemt. De film begint met de tragedie die hoofdrolspeelster Dani te slikken krijgt. Haar bipolaire zus pleegt zelfmoord en betrekt pap en mam in haar wanhoopsdaad. Een indringende opening tijdens welke Florence Pugh laat zien over uitzonderlijk veel talent te beschikken.

Na dat heftige begin volgt een relatief rustig gedeelte. Daarbij wel aantekenend dat je het voortdurend voelt borrelen in je maag. Zo’n ongemakkelijk, sudderend gevoel. Dat ongemakkelijke heeft te maken met het feit dat de relatie tussen Dani en Christian op sterven na dood is. Er gaat een enorme zwaarte van hen uit, individueel en als koppel. Hoe komen we in godsnaam van elkaar af?

Het openluchtfestijn lijkt de reddingsboei voor hun geërodeerde liefde, maar ook de zuivere lucht en het ongerepte groen baten niet. Sterker, eenmaal aangekomen opent zich een nieuw universum voor Dani en wordt de afstand tussen haar en Christian alleen maar groter. Het is ook vanaf dan dat Midsommar een bizarre wending neemt. Cinematograaf Pawel Pogorzelski kondigt die wending aan op het moment dat de vriendengroep het festivalterrein nadert: het beeld maakt als het ware een salto – klaar voor de trip van je leven? Het zwierige camerawerk (Pogorzelski strooit met perspectieven) is uitmuntend.

Wonderbaarlijk goed is tevens de nog jonge Pugh (1996) als de zachtaardige, kwetsbare Dani, die liever zelf lijdt dan haar omgeving te kwetsen. Ze ondergaat een transformatie in Midsommar die eindigt in een allesbevrijdende glimlach. Beeld en muziek (het schitterende Fire Temple) zetten je tijdens die slotscène in vuur en vlam. Let verder ook op haar handen. Heel knap hoe ze daarmee speelt, hoe die elkaar opzoeken in een poging de balans te bewaren. Een Oscarnominatie voor haar performance, dat kan toch niet anders?

Break-upfilm meets folkhorror. Ari Asters Midsommar is een duidelijke verwijzing naar The Wicker Man (1973) van Robin Hardy, het magnum opus van een subgenre dat eind jaren 60 en begin jaren 70 in de lift zat. Een film die de keerzijde van de hippiescene verbeeldt, waar de zoektocht naar het goddelijke ontaardt in satanische rites, sektarisch geweld en, uiteindelijk, complete hysterie.

Vil de Dwaas. De Voorouderlijke Boom. Rubi Radr. En niet te vergeten: Attestupan. Midsommar is een belevenis waarbij een ritje in een Efteling-attractie zoiets is als koekhappen op een kinderfeestje. Weerzinwekkende of juist briljante cinema? Beide, met de nadruk op dat laatste. Een meesterlijke mindfuck die verstilt en verstikt. Gaat dat zien, gaat dat zien.

 Regie: Alexandre Aja | Duur: 87 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Crawl speelt zich voor een groot deel af in een kruipruimte van een in Florida gelegen huis. Een bijzondere setting voor een film en een zeer ongewone setting voor Florida, omdat huizen met een kelder er zeldzaam zijn. De Amerikaanse staat ligt namelijk op zeeniveau en bovendien bestaat de ondergrond vooral uit zand.

Een orkaan van categorie 5 koerst pal op Florida af. Haley (Kaya Scodelario) negeert echter het evacuatiealarm en gaat op zoek naar haar vader Dave (Barry Pepper), die ze telefonisch niet te pakken krijgt. Uiteindelijk treft ze hem gewond en bewusteloos aan in de kelder van zijn huis. Al snel wordt duidelijk dat het wassende water niet hun grootste probleem is.

Gezellige boel, daar in Florida. Hitte, muggen, orkanen en – o jee, wat kruipt en kronkelt daar nou? – reptielen. Monsters met een waffel waar een bus in past en met schubben waar Godzilla jaloers op zou worden. Dus nee, geen beestjes voor in een kooitje op de vensterbank. De krokodillen in Crawl zijn uiterst angstaanjagend, maar hebben wel nadrukkelijk de computer als wieg; het is een veeg teken dat krokodil 1 er vriendjes op nahoudt die volmaakt identiek aan hem zijn.

Een ander dingetje is de vrolijke muziek onder de aftiteling. See You Later, Alligator is ongetwijfeld grappig bedoeld, maar volstrekt niet in lijn met wat je zojuist gezien hebt. Want Crawl is vooral bloedstollend. En steekt, op een paar schoonheidsfoutjes na, goed in elkaar. In positieve zin vallen twee dingen op: het zeer volwassen spel van Maze Runner-meid Kaya Scodelario (enorm gegroeid als actrice), en de montage; je schrikt je hier en daar het apelazarus!

Nadeel is dan weer dat regisseur Alexandre Aja een Amerikaanse rampenfilm-traditie voortzet. Op het moment dat mensen het water aan de lippen staat (in Crawl is dat ook letterlijk het geval), vervallen we in sentimenteel gedoe. Zo heeft Dave plots de behoefte om familieperikelen te bespreken die de kloof tussen hem en Haley even moeten dichten. Los van zijn beroerde timing wil ik vaderlief bij deze adviseren dat voortaan lekker bij een knapperend haardvuur te doen, en niet terwijl je in een ranzig hol achtervolgd wordt door happend gespuis.

Een paar minnetjes dus, maar de plussen wegen zwaarder. Crawl is geen kraker van jewelste, maar gewoon degelijk gemaakt, zeer vermakelijk kijkvoer waar je verder niet te veel achter moet zoeken. Zet je verstand op nul en beleef een ondergrondse plons die je niet snel zult vergeten.

 

 

 Regie: Tomas Alfredson | Duur: 114 minuten | Taal: Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

“Krijs als een varken. Toe dan.” Je hoort Oskar, maar het duurt een paar tellen eer je hem ook ziet. Dat wil zeggen, je ziet zijn spiegelbeeld. Cut. De actie verplaatst zich naar twee mensen in een taxi. Links in beeld een man. Pokdalig gezicht. Hij doet zijn bril af en glimlacht zacht richting het silhouet naast hem. Weer een cut en muziek die je een ongemakkelijk gevoel bezorgt. Welkom in de wondere wereld van Let the Right One In.

Wat niet te zien is, niet direct althans, prikkelt de zinnen. Let the Right One In leunt nadrukkelijk op dat gegeven. De film is een bizar sterke mix van drama, horror en puberliefde. Qua sfeer is hij dermate uniek dat je je afvraagt waarom men zich aan een remake heeft gewaagd. Let Me In (2010) mag dan van een behoorlijk niveau zijn, maar het Hollywoodproduct voegt niets toe aan het origineel.

Een buitenwijk van Stockholm, hartje winter. De 12-jarige Oskar (Kåre Hedebrant) raakt bevriend met Eli (Lina Leandersson), zijn kersverse buurmeisje dat een tikkeltje vreemd voor de dag komt. Vanaf dat moment neemt het aantal gruwelijke moorden in de nabije omgeving toe. Politie en bewoners hebben geen idee wie erachter zit, en ook Oskar vermoedt aanvankelijk niets.

Een vampierdrama zoals je nog nooit hebt gezien. Geen steracteurs, een allesbehalve bruisende setting (die overigens zeer functioneel is, daarover later meer) en nogal milde horrortoestanden. Er vloeit bloed, zeker, maar dat is bijzaak. Het verhaal draait voornamelijk om de context waarbinnen de twee buitenbeentjes Eli en Oskar elkaar ontmoeten.

Regisseur Tomas Alfredson kleurt deze context op magistrale wijze, bijgestaan door Hoyte van Hoytema, sprookjesverteller met de lens. Van niets maakt Van Hoytema alles. Zijn kadrering is uitgekiend, zijn cameravoering beheerst. Bijna sierlijk zelfs. Waardoor onder andere het decor, waar kraak noch smaak aan zit, tot een krachtig verhaalmotief wordt. Als voorbeeld het belegen buurtcafé waar men de sleur probeert te ontvluchten. Drinkend, paffend. Je proeft de tragiek.

Het tragische zit ‘m vooral in het feit dat iedereen zich eenzaam voelt, niet gezien. De schrandere Oskar, die bij zijn moeder woont, zijn vader weinig ziet en op school het mikpunt van pesterijen is. Zijn moeder, die teleurgesteld vaststelt dat haar zoon liever naar buiten gaat dan samen met haar tv kijkt. Zijn vader, die zijn hoofd laat hangen zodra er alcohol in het spel is. Eli, die moet doden om te overleven, en daar zichtbaar onder lijdt. Ook Conny, de baas onder de pestkoppen, is heel even alleen op de wereld wanneer z’n grote broer hem te grazen neemt. Zie de mens, in al zijn facetten; de film is een treffend college sociologie.

Wonderlijk schoon, wonderschoon: Let the Right One In scoort op elk onderdeel dubbele cijfers. De film komt enorm binnen door het betoverende camerawerk, het intelligente script, het authentieke acteerwerk en, niet te vergeten, door de meesterlijke soundtrack van Johan Söderqvist. Het geheel vormt een cinematografische hoogmis die enig in zijn soort is.

 Regie: Phillip Noyce | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

De film The Deep (1970) kwam er uiteindelijk niet. De financiering verliep moeizaam, er waren technische problemen en toen tijdens de productie hoofdrolspeler Laurence Harvey overleed, hield regisseur Orson Welles het definitief voor gezien. Toch zou Charles Williams’ roman Dead Calm (1963) alsnog verfilmd worden, maar nu met Phillip Noyce aan het roer. De gelijknamige film betekende de doorbraak van actrice Nicole Kidman.

Kapitein John Ingram (Sam Neill) en zijn vrouw Rae (Kidman) maken een zeiltocht op de Stille Oceaan om de dood van hun zoontje te verwerken. Op zekere dag stuiten ze op een beschadigde schoener met slechts één overlevende: Hughie Warriner (Billy Zane). Het echtpaar neemt de zwaar overstuur zijnde drenkeling aan boord, waarna John poolshoogte gaat nemen op het zeilschip.

Beesten, baby’s en boten: die drie b’s kun je het best mijden, waarschuwt men op de filmacademie. Filmen op open water is de goden verzoeken, maar levert in het geval van Dead Calm een geweldige prent op. Geen genreklassieker, wel een huzarenstukje. Met name op technisch vlak, want de cameravoering van Dean Semler (Dances with Wolves, 1990) is ontzettend knap en werd door het Australian Film Institute als zodanig herkend (Best Achievement in Cinematography). Verder valt de fijne editing van Richard Francis-Bruce op en is de muziek van Graeme Revell, spooky en ritmisch met behoorlijk wat ‘deining’ erin, een schot in de roos.

Het verhaal zelf dan. Bij dageraad kondigt ‘zeehond’ Ben de malheur reeds aan: hij staat te blaffen op het dek. Tweeëndertig dagen lang, zo tekent Johns logboek op, is de zee ‘dead calm’. Maar na de onverwachte entree van Hughie (hij dringt zichzelf min of meer op) is het afgelopen met de sereniteit. Zane speelt een psychopaat. Een charmeur met een zachte kant, maar de adonis blijkt ook zeer licht ontvlambaar. En bovendien een complete dwaas, die onbezorgd staat te dansen op een ontspannen muziekje terwijl de bewusteloze Rae bijna van het schip kukelt. Een kolderieke scène waarin, ook nu weer, het weergaloze camerawerk opvalt.

Zane is erg goed, maar wat de pas 19-jarige (!) Nicole Kidman laat zien, is fabuleus. Terwijl John op de schoener de ene na de andere schokkende ontdekking doet, zit het roodharige spillebeentje opgescheept met een manipulatieve mafketel. Verdrietig, wanhopig, vol ongeloof. Maar ook gedreven door furie en berekenend: aan haar voortreffelijke invulling van een complexe rol in Dead Calm dankte Kidman haar casting voor de film Days of Thunder (1990).

Alle hens aan dek in Dead Calm, een zeer vakkundig gemaakte psychologische thriller die zich afspeelt in een tegenstrijdige setting: alle ruimte van de wereld, maar toch geen kant op kunnen. Kidman excelleert in een film die je op het puntje van de stoel houdt, en die deels diende als uitgangspunt voor het eveneens indrukwekkende All Is Lost (2013) van scenarist-regisseur J.C. Chandor.

 Regie: Corin Hardy | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Met The Nun heeft ze haar spin-off te pakken: de duivelse non uit The Conjuring 2 (2016) van horrorspecialist James Wan. De Australiër brak in 2004 door met Saw, een lowbudgetfilm die uitgroeide tot een lucratieve horrorfranchise. Met Dead Silence (2007) en Death Sentence (2007) gaf hij dat succes echter geen passend vervolg; beide films flopten. Maar Wan revancheerde zich met het alleraardigste The Conjuring (2013). En ook aan The Nun droeg hij zijn steentje bij, als schrijver en coproducer. Tevergeefs; de film is nauwelijks om aan te gluren.

Het is 1952. In de abdij van Sint-Carta (Roemenië) pleegt een jonge non onder mysterieuze omstandigheden zelfmoord. Het Vaticaan ontbiedt hierop eerwaarde Burke (Demián Bichir), die overigens geen smetteloos blazoen heeft. Met novice Irene (Taissa Farmiga) reist hij af naar de plek des onheils om de onderste steen boven te krijgen.

Aardedonkere vertrekken, prevelende nonnen, flikkerend kaarslicht, een verwaarloosd kerkhof, joekels van kraaien: The Nun leent zich niet echt voor knusse vakantiekiekjes. Tegelijkertijd is de spookachtige setting wel het enige goede element van de film. De rest? Oh My God. Bagger. Al na drie minuten weet je dat dit weer zo’n van-dik-hout-zaagt-men-planken-productie is. Waarom? Omdat het eerste lijk dan al een feit is. Lekker subtiel.

In het vervolg wordt het er niet beter op – understatement. Het plot heeft kop noch staart en het acteerwerk is ontzettend doorsnee. Alleen het optreden van Taissa Farmiga (de jongere zus van Vera Farmiga die Lorraine Warren speelt in de Conjuring-films) is nog enigszins het aanzien waard. Bichir daarentegen bakt weinig van zijn rol als geestelijke. Een spaghettiwestern, daar past-ie veel beter in. De dialogen missen iedere vorm van vernuft, fantasie. Clichés komen er voor in de plaats. “Wees voorzichtig, zuster.” Briljant advies. En nadat Burke door zuster Irene ternauwernood is bevrijd uit een doodskist, volgt de verpletterende conclusie dat er een “krachtig kwaad” actief is. Bibber.

“Finit hic, Deo.” Vrij vertaald: God eindigt hier. Die tekst staat in een houten deur gebrand. Je moet er toch niet aan dénken dat die deur ooit opengaat?! U begrijpt: hoe langer ik over The Nun nadenk, hoe meliger ik word. De Conjuring-franchise neemt plots een lachwekkende wending. Kan niet de bedoeling zijn als je juist de stuipen op het lijf gejaagd wil worden.

 

 Regie: John Krasinski | Duur: 90 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Ze geeft geen kik, Evelyn Abbott. Niet wanneer ze een kind baart, niet wanneer een spijker haar voet doorboort. Uiteraard kan ze het wel uitgillen halverwege A Quiet Place, maar dat zou ongenode gasten lokken. Als kijker ga je anderhalf uur lang ademloos mee in de leefregel die de Abbotts strikt moeten naleven. Doen ze dat niet, dan riskeren ze keihard voor de bijl te gaan.

A Quiet Place speelt zich af in een postapocalyptische wereld. Tot de overlevenden van de ramp behoren Lee Abbott (John Krasinski), zijn vrouw Evelyn (Emily Blunt) en hun drie kinderen. Ze moeten in absolute stilte leven omdat ze anders worden verslonden door geheimzinnige wezens die jagen op hun hoogontwikkelde gehoor.

Een omgevallen stoplicht, desolate straten en bomen die hun blad verliezen – de eerste paar shots in A Quiet Place zijn helaas ietwat aan de korte kant, maar goed. In een verlaten supermarkt is Evelyn op zoek naar medicatie voor hun zoontje Marcus (Noah Jupe). Wanneer het gezin vervolgens huiswaarts keert, gaat het gruwelijk mis. Had die klotebatterijen dan ook méégenomen, Lee!

De boeiende proloog zet de toon voor ouderwets nagelbijten. Niet zozeer door het aantal jump scares (die je telkens duidelijk ziet aankomen), maar meer doordat je vanaf de allereerste tel wordt meegezogen in de staat van angst waarin het gezin verkeert. Stel je voor continu alert te moeten zijn. Te moeten letten op elke beweging die je maakt, op elk geluid dat daaruit voortvloeit.

Dat strakke korset wordt ijzersterk verbeeld door het kwartet acteurs. Vooral de twee actrices vallen op: de 15-jarige en dove Millicent Simmonds (Wonderstruck, 2017) is subliem als het pubermeisje Regan dat zichzelf, in het vervolg van de film, de tragedie uit de eerste scène verwijt. En Blunt, die overigens getrouwd is met acteur-regisseur John Krasinski, levert al helemaal een tour de force af. Met name de badkuipscène is regelrecht Oscarmateriaal.

De camera is oog, oor en tong tegelijk in Krasinski’s intense horrordebuut A Quiet Place. De decibelmeter slaat nauwelijks uit, de spanningsmeter des te meer. De film verplicht elke bioscoopganger om muisstil te zijn. Consumeer dus niet, voor één keer alstublieft. Niets zo irritant als de terreur die popcorn heet.

 Regie: David F. Sandberg | Duur: 109 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Annabelle: Creation speelt zich af voor de gebeurtenissen in de film Annabelle (2014), de spin-off van The Conjuring uit 2013 van James Wan. De prequel scoort aanzienlijk beter dan zijn nauwelijks om aan te gluren voorganger. Een wisseling van de wacht zou mede de oorzaak kunnen zijn: niet John R. Leonetti maar de Zweed David F. Sandberg is de regisseur van dienst.

Twaalf jaar na de tragische dood van hun dochtertje stellen een poppenmaker en zijn vrouw hun huis open voor een non en een aantal meisjes uit het plaatselijke weeshuis dat zijn deuren sluit. Al snel krijgen ze te maken met Annabelle, de bezeten creatie van de poppenmaker.

De film is nog geen vijf minuten oud, of de eerste hartverzakking is al een feit. Maar het echte gebibber begint als een van de meisjes Annabelle uit een kast bevrijdt. Tja, dan heb je de poppen aan het dansen. Deuren die vanzelf dichtslaan, piep- en kraakgeluiden, flikkerende lampen; het klassieke horrorrepertoire wordt weer kwistig aangeboord. Daarbij beweegt de camera lekker loom door het afgelegen boerenhuis, en zijn de kadrering en belichting feilloos.

Zeer goed is het optreden van Talitha Bateman als Janice, die vanwege polio slecht ter been is. Het brave kind valt buiten de groep, maar heeft in Linda (Lulu Wilson) een solidair maatje. De nieuwsgierige Janice is de eerste die onraad ruikt in het huis en op onderzoek gaat. Dat komt de jonge dame duur te staan, ondanks dat het overigens niet de pop zelf is die haar het leven zuur maakt. Wie dan wel de bron van alle terreur is? Nou, hadden de poppenmaker en zijn vrouw maar nooit hogere machten aangeroepen.

Met Annabelle: Creation, de vierde film in The Conjuring-reeks, bevestigt Sandberg dat zijn prima speelfilmdebuut Lights Out (2016) geen toevalstreffer was. Weliswaar is het aantal schrikeffecten op den duur niet meer te tellen en treedt hierdoor enige mate van verzadiging op, maar voor de rest is de film een hartig griezelhapje dat niet te versmaden is.

 Regie: Mike Flanagan | Duur: 97 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Before I Wake mag dan de tag ‘horror’ hebben, hij bezorgt je geen slapeloze nachten. Dit komt vooral omdat het monster in de film kinderlijk onschuldig oogt. Ander dissonantje: het einde is aan de zoetsappige kant.

Nachtelijk gewoel blijft de kijker dus bespaard, de 8-jarige Cody Morgan (Jacob Tremblay) echter niet. In dat gegeven schuilt het aardige plot van de film. Het pleegkindje van Jessie (Kate Bosworth) en Mark (Thomas Jane) bezit namelijk een speciale gave die zich ‘s nachts openbaart. Mits hij slaapt.

Regisseur Mike Flanagan (Oculus, 2013) past een veelgebruikte truc toe: hij begint het verhaal ‘in media res’ (ergens in het midden). Een man houdt, staande in Cody’s slaapkamer, een pistool op hem gericht. “I am sorry, Cody”, snikt hij. In het vervolg van de film uit Cody meermaals dezelfde woorden jegens Jessie en Mark. Na het traumatische verlies van hun zoontje Sean hoopt het stel met de adoptie van Cody een nieuw leven te beginnen. Maar hun wond blijkt nog niet geheeld.

Bosworth en Jane spelen beiden goed, Jacob Tremblay (bekend van het drama Room, 2015) nog beter. De dromen van de beleefde Cody komen uit en vormen tevens – aardig bedacht – de katalysator binnen het verwerkingsproces van met name Jessie. Geen probleem zolang het fijne dromen betreft, minder leuk bij nachtmerries. Dat die nachtmerries zelfs dodelijk kunnen zijn, weerhoudt Jessie er niet van het knaapje te gebruiken om zelf te helen, wat op den duur een wig drijft tussen haar en Mark. Jammer dat Flanagan dit plotlijntje te weinig kleur geeft; hun dynamiek had wat pittiger gemogen.

De kracht van Before I Wake is dat hij geen evidente zwaktes kent. Acteerwerk, cameravoering, belichting en montage zijn alle van goed niveau. De zwakte is dat hij evenmin echt spektakel biedt. Een degelijk gemaakte fantasiefilm tijdens welke je, dankzij een paar enge momenten, niet wegdroomt. Gelukkig maar.

 Regie: Jaume Collet-Serra | Duur: 86 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Een survivaldrama in een waterrijke setting, hebben we dat niet eerder gezien? Ja, in Cast Away (2000), Open Water (2003) en All Is Lost (2013). The Shallows heeft een beetje van alle drie, maar doet het meest denken aan het ongeëvenaarde Jaws uit 1975. Dit vanwege de gehaaide ‘tegenspeler’ van hoofdpersoon Nancy (Blake Lively).

Het begin van The Shallows is net een Bounty-reclame. Om uw geheugen op te frissen: in deze tv-commercial uit de jaren 80 en 90 doet een appetijtelijke dame zich op een tropische plek tegoed aan kokos in melkchocolade. Laat die lekkernij weg en je hebt twee ingrediënten van The Shallows te pakken. Nancy hoopt namelijk ongestoord te kunnen surfen in een afgelegen baai. Dat surfen gaat haar aardig af, maar helaas blijft ze één golf te lang.

Films met slechts één locatie (in dit geval het wonderschone Lord Howe-eiland), één personage en een kaarsrecht plot vragen om iets extra’s. Dat extra’s brengt Blake Lively (1987). Ze komt voor als dromerige zeemeermin wier vredige mindset bruusk omslaat in ontreddering wanneer een witte haai haar van haar surfplank beukt. Weg stukje paradijs op aarde. Via een dode walvis belandt ze op een rots op zo’n 200 meter van het strand. Vervolgens is een aanzienlijk deel van de film gewijd aan een kat-en-muisspel: terwijl de roofvis haar geen moment uit het oog verliest, gaat de potige Nancy het gevecht aan. Met haar verwondingen, het water en haar plaaggeest. Complimenten aan Lively die fysiek een topprestatie levert en een statische situatie spannend weet te houden.

Filmen op zee is ontzettend moeilijk. De kracht van het permanent bewegende water, het grillige weer en technische mankementen dreven de crew van The Shallows tot een uiterste krachtsinspanning. Maar van deze belemmeringen is absoluut niets te zien in deze realistische thriller, waarin de kijker zich bovendien kan vergapen aan de zeer geslaagde CGI (Computer-Generated Imagery).

The Shallows

 Regie: Ridley Scott | Duur: 116 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

Alien werd gemengd ontvangen, maar zou uitgroeien tot een klassieker. De film sleepte maar liefst 19 nominaties en 17 prijzen in de wacht, waaronder de Oscar voor de Beste Effecten. Die onderscheiding was mede te danken aan het voortreffelijke werk van de Zwitserse graficus en beeldhouwer Hans Rudolf Giger, de geestelijk vader van het afzichtelijke wezen in de film.

Het commerciële ruimtevoertuig Nostromo is met een lading erts onderweg naar de aarde. Nadat de zeven bemanningsleden uit een winterslaap zijn ontwaakt, blijkt dat het schip tijdens hun ‘afwezigheid’ de koers heeft bijgesteld en ze zich in een uithoek van het heelal bevinden. Oorzaak is de interceptie van een signaal dat zich elke twaalf seconden herhaalt. Een SOS wellicht? Gezagvoerder Dallas (Tom Skerritt) besluit om erop af te gaan.

Het verhaal fascineert vanaf de allereerste tel. Onder de begintitels (draai het volume flink open) horen we een obscure mengelmoes van avant-gardistische tonen. Erna volgt een rondleiding door het schip. De nauwe gangpaden, symmetrische vormen en het spookachtige buizenstelsel hadden niet misstaan in een hedendaagse griezelfilm. Dat geldt helemaal voor het krankzinnige gevaarte dat de crew aantreft op de plek waar het signaal vandaan komt. Het revolutionaire design komt volledig tot zijn recht door de juiste belichting en het indringende camerawerk (elk shot is functioneel).

Regisseur Ridley Scott neemt daarnaast uitgebreid de tijd om de spanning op te voeren. Pas na een uur, als het buitenaardse gedrocht voor het eerst opdoemt, wordt het echt billenknijpen. Vanaf dat moment zien we ook de kwaliteiten van actrice Sigourney Weaver (1949) als Ellen Ripley die, tegen het einde van de film, de medeveroorzaker van alle ellende voor ‘bitch’ uitmaakt. Op de vraag wie dat kreng dan is, luidt het cryptische antwoord: Hal 9000.

Weliswaar is Alien geen ruimte-epos zoals 2001: A Space Odyssey (1968) maar voor de rest herbergt hij alle elementen van een meesterwerk. De film betekende een enorme stimulans voor het sciencefiction- en horrorgenre en is een absolute must see voor liefhebbers hiervan. Visueel een tien, bloedstollend en met een plotwending die je niet ziet aankomen.

Alien