Regie: Ari Aster | Duur: 147 minuten | Taal: Engels & Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Alsof je stoned door een pretpark slalomt. Zo voelt Midsommar aan, de nieuwe film van regisseur Ari Aster, die in zijn jeugdjaren van menig videotheek de horrorsectie ‘plunderde’, en wiens gezinsdrama Hereditary (2018) lovend werd ontvangen. Over Midsommar zijn de meningen nogal verdeeld: de een vindt hem weerzinwekkend, een ander briljant. Aster: “Ik hoop dat mijn film de mensen enigszins in verwarring achterlaat.”

Dani (Florence Pugh) en haar vriend Christian (Jack Reynor) bezoeken in het Noord-Zweedse Hälsingland een midzomerfestival. Al snel blijkt dat de organisatoren van de feestelijkheden er bizarre gebruiken en wonderlijk ceremonieel vertoon op nahouden. Hun verblijf aldaar heeft vooral impact op Dani, die kort voor de happening haar zus en ouders heeft verloren.

Wat je ook van Midsommar vindt, de meeste kijkers zullen onderschrijven dat Aster je behoorlijk bij de neus neemt. De film begint met de tragedie die hoofdrolspeelster Dani te slikken krijgt. Haar bipolaire zus pleegt zelfmoord en betrekt pap en mam in haar wanhoopsdaad. Een indringende opening tijdens welke Florence Pugh laat zien over uitzonderlijk veel talent te beschikken.

Na dat heftige begin volgt een relatief rustig gedeelte. Daarbij wel aantekenend dat je het voortdurend voelt borrelen in je maag. Zo’n ongemakkelijk, sudderend gevoel. Dat ongemakkelijke heeft te maken met het feit dat de relatie tussen Dani en Christian op sterven na dood is. Er gaat een enorme zwaarte van hen uit, individueel en als koppel. Hoe komen we in godsnaam van elkaar af?

Het openluchtfestijn lijkt de reddingsboei voor hun geërodeerde liefde, maar ook de zuivere lucht en het ongerepte groen baten niet. Sterker, eenmaal aangekomen opent zich een nieuw universum voor Dani en wordt de afstand tussen haar en Christian alleen maar groter. Het is ook vanaf dan dat Midsommar een bizarre wending neemt. Cinematograaf Pawel Pogorzelski kondigt die wending aan op het moment dat de vriendengroep het festivalterrein nadert: het beeld maakt als het ware een salto – klaar voor de trip van je leven? Het zwierige camerawerk (Pogorzelski strooit met perspectieven) is uitmuntend.

Wonderbaarlijk goed is tevens de nog jonge Pugh (1996) als de zachtaardige, kwetsbare Dani, die liever zelf lijdt dan haar omgeving te kwetsen. Ze ondergaat een transformatie in Midsommar die eindigt in een allesbevrijdende glimlach. Beeld en muziek (het schitterende Fire Temple) zetten je tijdens die slotscène in vuur en vlam. Let verder ook op haar handen. Heel knap hoe ze daarmee speelt, hoe die elkaar opzoeken in een poging de balans te bewaren. Een Oscarnominatie voor haar performance, dat kan toch niet anders?

Break-upfilm meets folkhorror. Ari Asters Midsommar is een duidelijke verwijzing naar The Wicker Man (1973) van Robin Hardy, het magnum opus van een subgenre dat eind jaren 60 en begin jaren 70 in de lift zat. Een film die de keerzijde van de hippiescene verbeeldt, waar de zoektocht naar het goddelijke ontaardt in satanische rites, sektarisch geweld en, uiteindelijk, complete hysterie.

Vil de Dwaas. De Voorouderlijke Boom. Rubi Radr. En niet te vergeten: Attestupan. Midsommar is een belevenis waarbij een ritje in een Efteling-attractie zoiets is als koekhappen op een kinderfeestje. Weerzinwekkende of juist briljante cinema? Beide, met de nadruk op dat laatste. Een meesterlijke mindfuck die verstilt en verstikt. Gaat dat zien, gaat dat zien.

 Regie: Corin Hardy | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Met The Nun heeft ze haar spin-off te pakken: de duivelse non uit The Conjuring 2 (2016) van horrorspecialist James Wan. De Australiër brak in 2004 door met Saw, een lowbudgetfilm die uitgroeide tot een lucratieve horrorfranchise. Met Dead Silence (2007) en Death Sentence (2007) gaf hij dat succes echter geen passend vervolg; beide films flopten. Maar Wan revancheerde zich met het alleraardigste The Conjuring (2013). En ook aan The Nun droeg hij zijn steentje bij, als schrijver en coproducer. Tevergeefs; de film is nauwelijks om aan te gluren.

Het is 1952. In de abdij van Sint-Carta (Roemenië) pleegt een jonge non onder mysterieuze omstandigheden zelfmoord. Het Vaticaan ontbiedt hierop eerwaarde Burke (Demián Bichir), die overigens geen smetteloos blazoen heeft. Met novice Irene (Taissa Farmiga) reist hij af naar de plek des onheils om de onderste steen boven te krijgen.

Aardedonkere vertrekken, prevelende nonnen, flikkerend kaarslicht, een verwaarloosd kerkhof, joekels van kraaien: The Nun leent zich niet echt voor knusse vakantiekiekjes. Tegelijkertijd is de spookachtige setting wel het enige goede element van de film. De rest? Oh My God. Bagger. Al na drie minuten weet je dat dit weer zo’n ‘van dik hout zaagt men planken-productie’ is. Waarom? Omdat het eerste lijk dan al een feit is. Lekker subtiel.

In het vervolg wordt het er niet beter op – understatement. Het plot heeft kop noch staart en het acteerwerk is ontzettend doorsnee. Alleen het optreden van Taissa Farmiga (de jongere zus van Vera Farmiga die Lorraine Warren speelt in de Conjuring-films) is nog enigszins het aanzien waard. Bichir daarentegen bakt weinig van zijn rol als geestelijke. Een spaghettiwestern, daar past-ie veel beter in. De dialogen missen iedere vorm van vernuft, fantasie. Clichés komen er voor in de plaats. “Wees voorzichtig, zuster.” Briljant advies. En nadat Burke door zuster Irene ternauwernood is bevrijd uit een doodskist, volgt de verpletterende conclusie dat er een “krachtig kwaad” actief is. Bibber.

“Finit hic, Deo.” Vrij vertaald: God eindigt hier. Die tekst staat in een houten deur gebrand. Je moet er toch niet aan dénken dat die deur ooit opengaat?! U begrijpt: hoe langer ik over The Nun nadenk, hoe meliger ik word. De Conjuring-franchise neemt plots een lachwekkende wending. Kan niet de bedoeling zijn als je juist de stuipen op het lijf gejaagd wil worden.

 

 Regie: John Krasinski | Duur: 90 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Ze geeft geen kik, Evelyn Abbott. Niet wanneer ze een kind baart, niet wanneer een spijker haar voet doorboort. Uiteraard kan ze het wel uitgillen halverwege A Quiet Place, maar dat zou ongenode gasten lokken. Als kijker ga je anderhalf uur lang ademloos mee in de leefregel die de Abbotts strikt moeten naleven. Doen ze dat niet, dan riskeren ze keihard voor de bijl te gaan.

A Quiet Place speelt zich af in een postapocalyptische wereld. Tot de overlevenden van de ramp behoren Lee Abbott (John Krasinski), zijn vrouw Evelyn (Emily Blunt) en hun drie kinderen. Ze moeten in absolute stilte leven omdat ze anders worden verslonden door geheimzinnige wezens die jagen op hun hoogontwikkelde gehoor.

Een omgevallen stoplicht, desolate straten en bomen die hun blad verliezen – de eerste paar shots in A Quiet Place zijn helaas ietwat aan de korte kant, maar goed. In een verlaten supermarkt is Evelyn op zoek naar medicatie voor hun zoontje Marcus (Noah Jupe). Wanneer het gezin vervolgens huiswaarts keert, gaat het gruwelijk mis. Had die klotebatterijen dan ook méégenomen, Lee!

De boeiende proloog zet de toon voor ouderwets nagelbijten. Niet zozeer door het aantal jump scares (die je telkens duidelijk ziet aankomen), maar meer doordat je vanaf de allereerste tel wordt meegezogen in de staat van angst waarin het gezin verkeert. Stel je voor continu alert te moeten zijn. Te moeten letten op elke beweging die je maakt, op elk geluid dat daaruit voortvloeit.

Dat strakke korset wordt ijzersterk verbeeld door het kwartet acteurs. Vooral de twee actrices vallen op: de 15-jarige en dove Millicent Simmonds (Wonderstruck, 2017) is subliem als het pubermeisje Regan dat zichzelf, in het vervolg van de film, de tragedie uit de eerste scène verwijt. En Blunt, die overigens getrouwd is met acteur-regisseur John Krasinski, levert al helemaal een tour de force af. Met name de badkuipscène is regelrecht Oscarmateriaal.

De camera is oog, oor en tong tegelijk in Krasinski’s intense horrordebuut A Quiet Place. De decibelmeter slaat nauwelijks uit, de spanningsmeter des te meer. De film verplicht elke bioscoopganger om muisstil te zijn. Consumeer dus niet, voor één keer alstublieft. Niets zo irritant als de terreur die popcorn heet.

 Regie: Ridley Scott | Duur: 132 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

De inmiddels 88-jarige Christopher Plummer vervangt enfant terrible Kevin Spacey in All the Money in the World. De reshoots (22 scènes in totaal) duurden acht dagen en kostten 10 miljoen dollar. Nog meer productieleed: toen Angelina Jolie en Nathalie Portman bedankten voor de eer om de moeder van John Paul Getty III te spelen, werd Michelle Williams gecast. Of het nu aan de rommelige aanloop ligt of niet, Ridley Scotts film is er een om snel te vergeten.

Oliemagnaat Jean Paul Getty (Plummer) is de rijkste man ter wereld. Wanneer in de zomer van 1973 zijn kleinzoon in Rome wordt gekidnapt door de Italiaanse maffia, eist men 17 miljoen dollar losgeld. Maar de miljardair weigert ook maar één cent te betalen, waarna de familie het afgesneden oor van de jongen ontvangt. Wanhopig om zoonlief te redden, besluit zijn moeder Gail om zelf te onderhandelen met de ontvoerders. Bijgestaan door ex-spion Fletcher Chase (Mark Wahlberg) moet Gail alle zeilen bijzetten om hem te bevrijden.

“Don’t move or we kill you.” Zucht. Het is de zoveelste frase in een misdaaddrama dat geen moment de hooggespannen verwachtingen waarmaakt. Het acteerwerk scoort een zesje. Michelle Williams legt weliswaar gif in haar spel, maar Plummer acteert op de automatische rollator. Pardon, piloot. Hij zet een stierlijk vervelende man neer die geilt op materie en macht, de hele film door. Daarbij onderhouden hij en Gail een moeizame verstandhouding. Waarom?, zo vraag je je af. Als opa’s halsstarrigheid voortkomt uit een vete tussen de twee, dan had ik graag geweten hoe de vork precies in de steel zit. Ten slotte is ook Wahlbergs optreden flauwtjes. Chase is dienaar van Getty en steunpilaar voor de radeloze Gail, maar de intermediair heeft de bravoure van een brave aktetasman.

Plichtmatig spel, futloos script. Zeventien miljoen wordt zeven miljoen, wordt vier miljoen. Echt geloofwaardig zijn de ‘rapitori’ dus niet. En wanneer het lichaam van Getty junior wordt gevonden, blijkt hij het niet te zijn – je meent het! Had scenarist David Scarpa maar een intelligente draai gegeven aan John Pearsons boek, of voor een boeiende ontknoping gekozen. Niets van dat alles: All the Money in the World is verspilde moeite. En weggegooid geld.

 

 

 Regie: Yorgos Lanthimos | Duur: 121 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Dé manier om een film te beginnen? Kijk naar het fantasydrama The Fall uit 2006, dat opent met het tweede deel uit de zevende symfonie van Beethoven. In The Killing of a Sacred Deer kiest regisseur Yorgos Lanthimos voor een vergelijkbare ouverture: u hoort Stabat Mater D. 383 van Franz Schubert, en direct weet je dat je voor een tragedie bent vertrokken.

In The Killing of a Sacred Deer speelt Colin Farrell de charismatische hartchirurg Steven Murphy die met zijn vrouw Anna (Nicole Kidman) en hun twee kinderen (Kim en Bob) een zorgeloos bestaan leidt. Dat bestaan wordt echter in toenemende mate ontwricht door de 16-jarige Martin (Barry Keoghan) met wie Steven bevriend is.

Hij lijkt zo sympathiek, Martin. Steven legt hem aanvankelijk in de watten, maar wanneer de knul zich meer en meer aan hem opdringt, neemt zijn irritatie hand over hand toe. Uiteindelijk komt de aap uit de mouw: “It’s the only thing I can think of that’s close to justice”, zegt Martin op zeker moment tegen Anna, nadat Bob en Kim door mysterieuze verlammingsverschijnselen zijn geveld.

Keoghan is eng goed als splijtzwam van een keurig gezin. Door zijn licht voorovergebogen lichaamshouding, wazige oogopslag en lijzige stem heeft hij iets onpeilbaars. Als het eindelijk tot Steven doordringt dat Martin een vloek over hem heeft uitgesproken, resteert hem niets anders dan boete te doen voor zijn zonden. Een soort Russische roulette in gezinsverband volgt; typisch Lanthimos om voor zo’n absurd-komische apotheose te kiezen.

Behalve het acteerwerk is ook Lanthimos’ filmstijl bijzonder sterk. Merk vooral het camerawerk op. Frontale close-ups worden afgewisseld met die van zowel ‘onder de zeespiegel’ (kikvorsperspectief) als erboven (vogelperspectief). Ook zoomt de camera dikwijls tergend langzaam in en uit. En wat de muziek betreft: de veelal hoge en grillige akkoorden bezorgen je een uiterst unheimisch gevoel.

Er was eens een man die dagelijks over leven en dood beschikte, totdat Artemis hem genadeloos terugfloot. Artemis? Ja, want het virtuoze The Killing of a Sacred Deer volgt in hoofdlijnen het verhaal Iphigeneia in Aulis van de Griekse tragediedichter Euripides. Nooit van gehoord? Laat deze memorabele prent dan een aanleiding zijn om uw kennis van klassiekers op te vijzelen.

 Regie: Dorota Kobiela & Hugh Welchman | Duur: 94 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar 

Camera

Zijn leven was kort en turbulent, zijn dood een mysterie. De in Zundert geboren kunstschilder Vincent van Gogh (1853) blies op 29 juli 1890 zijn laatste adem uit. Pleegde hij zelfmoord omdat hij ruzie had met zijn jongere broer Theo? Of was het een schreeuw om aandacht van een man die snakte naar erkenning? Was het eigenlijk wel zelfmoord? Kijk naar Loving Vincent.

De film speelt zich een jaar na zijn dood af. De met Van Gogh bevriende postbode Joseph Roulin stuurt zijn zoon Armand (Douglas Booth) eropuit om Vincents laatste brief aan Theo te overhandigen. Eindpunt van zijn reis is Van Goghs sterfplaats Auvers-sur-Oise (nabij Parijs), waar Armand tal van dorpelingen treft met elk hun eigen verhaal over de schilder.

Loving Vincent won de publieksprijs op het Internationale Animatie Filmfestival in Annecy. Niet voor niets: de eerste compleet geschilderde film ooit oogt uitzonderlijk fraai. Liefst 125 schilders zijn verantwoordelijk voor de bijna 67.000 frames waaruit de film is opgebouwd. Waarbij men originele elementen heeft toegevoegd uit 77 van Van Goghs schilderijen. Daarnaast werden de acteurs in de film nageschilderd en vervolgens geanimeerd. De stijl van de meester komt zo tot leven.

Een zuivere biografie is Loving Vincent niet. Meer een detective over Van Goghs tragische einde, aangevuld met brokjes informatie over de jeugdjaren van de laatbloeier, zijn talent en carrièrepad. Bovendien was Vincent (Robert Gulaczyk) lang niet zo aimabel als sommige flashbacks doen geloven. Sterker nog: hij was een enorme lastpak voor zijn omgeving. Dat is althans de conclusie van Steven Naifeh en Gregory White Smith. In hun boek uit 2011 rekent het vermaarde Amerikaanse biografenduo keihard af met, zoals kunstcriticus Rutger Pontzen zegt, “het troetelkind van de Nederlandse schilderkunst”.

Van Gogh was een mens waarin een groot vuur woedde, laat daar geen twijfel over bestaan. Maar “niemand komt zich er ooit aan warmen”, jammerde hij in een van zijn vele brieven aan Theo. Hoe het precies kwam dat hij als een geplaagd genie door het leven ging, komt te weinig uit de verf in Loving Vincent, dat tevens een charmant loopje met de werkelijkheid neemt. Het zijn krassen op een kleurrijk eerbetoon aan de postimpressionist die, postuum, tot de vader van de moderne kunst werd uitgeroepen.

Loving Vincent

 Regie: Taylor Sheridan | Duur: 107 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Sensationeel was de bijdrage van Taylor Sheridan aan Sicario (2015) en Hell or High Water (2016). Beide prijswinnende misdaaddrama’s waarvoor hij het scenario schreef. En voor Wind River, zijn tweede film als regisseur, klom hij opnieuw in de pen. “Als ik boos word, begin ik te schrijven.”

Wind River speelt zich af in het gelijknamige indianenreservaat in Wyoming. Hoofdpersoon is de doorgewinterde jachtopziener Cory Lambert (Jeremy Renner) die op een dag het bevroren lijk van een tienermeisje vindt. De FBI zet hierop de onervaren agente Jane Banner (Elizabeth Olsen) op de zaak. Eenmaal ter plekke stelt ze vast dat er sprake is van moord, en opent ze samen met Cory de jacht op de daders.

Wind River is het slotstuk van Sheridans frontier-drieluik. Drie films die zich situeren in een wetteloos stuk niemandsland. “Hier overleef je of geef je het op”, zegt Cory, wiens vondst in de sneeuw een wond openrijt. Jeremy Renner, wat een acteur. Waaghals in The Hurt Locker (2008), wetenschapper in Arrival (2016) en nu, blijkens zijn verdrietige mimiek, een geamputeerde ziel. Maar opmerkelijk genoeg ook de zachtheid zelve. Sterk hoe hij die twee eigenschappen verenigt. Mooi is ook de groeiende band tussen hem en Jane. De stadse dame (een kranige Olsen) beseft nauwelijks in welke beerput ze terecht is gekomen. Maar net als FBI-agente Kate in Sicario recht ze de rug en toont ze zich een professional.

Wind River grijpt je aan, is mooi gefilmd, maar overweldigt minder dan Sicario en Hell or High Water. Dat is niet zozeer te wijten aan het plot, als wel aan twee andere zaken: de gemiddelde shotlengte houdt niet over (veel cuts, dus veel onrust) en de soundtrack stelt nogal teleur. Ja, het menselijk lijden in het godvergeten reservaat is onmiskenbaar. Maar opdat drama echt door merg en been gaat, moet de muziek van een zwaarder kaliber zijn.

Misdaadthrillers als eyeopeners voor maatschappelijke misère. Met het harde Wind River kaart Sheridan de problematiek aan van de als paria’s levende indianen. “Als er een inheems-Amerikaanse vrouw verdwijnt, wordt dat niet geregistreerd”, is de onthutsende mededeling aan het eind van de film. Inderdaad om woedend van te worden.

 Regie: David F. Sandberg | Duur: 109 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Annabelle: Creation speelt zich af voor de gebeurtenissen in de film Annabelle (2014), de spin-off van The Conjuring uit 2013 van James Wan. De prequel scoort aanzienlijk beter dan zijn nauwelijks om aan te gluren voorganger. Een wisseling van de wacht zou mede de oorzaak kunnen zijn: niet John R. Leonetti maar de Zweed David F. Sandberg is de regisseur van dienst.

Twaalf jaar na de tragische dood van hun dochtertje stellen een poppenmaker en zijn vrouw hun huis open voor een non en een aantal meisjes uit het plaatselijke weeshuis dat zijn deuren sluit. Al snel krijgen ze te maken met Annabelle, de bezeten creatie van de poppenmaker.

De film is nog geen vijf minuten oud, of de eerste hartverzakking is al een feit. Maar het echte gebibber begint als een van de meisjes Annabelle uit een kast bevrijdt. Tja, dan heb je de poppen aan het dansen. Deuren die vanzelf dichtslaan, piep- en kraakgeluiden, flikkerende lampen; het klassieke horrorrepertoire wordt weer kwistig aangeboord. Daarbij beweegt de camera lekker loom door het afgelegen boerenhuis, en zijn de kadrering en belichting feilloos.

Zeer goed is het optreden van Talitha Bateman als Janice, die vanwege polio slecht ter been is. Het brave kind valt buiten de groep, maar heeft in Linda (Lulu Wilson) een solidair maatje. De nieuwsgierige Janice is de eerste die onraad ruikt in het huis en op onderzoek gaat. Dat komt de jonge dame duur te staan, ondanks dat het overigens niet de pop zelf is die haar het leven zuur maakt. Wie dan wel de bron van alle terreur is? Nou, hadden de poppenmaker en zijn vrouw maar nooit hogere machten aangeroepen.

Met Annabelle: Creation, de vierde film in The Conjuring-reeks, bevestigt Sandberg dat zijn prima speelfilmdebuut Lights Out (2016) geen toevalstreffer was. Weliswaar is het aantal schrikeffecten op den duur niet meer te tellen en treedt hierdoor enige mate van verzadiging op, maar voor de rest is de film een hartig griezelhapje dat niet te versmaden is.

 Regie: Pedro Almodóvar | Duur: 99 minuten | Taal: Spaans | Kijkwijzer: 6 jaar

Camera

Daags voordat hoofdpersoon Julieta (Emma Suárez) met haar geliefde Lorenzo naar Portugal verkast, komt ze in haar woonplaats Madrid Beatriz tegen, ooit de hartsvriendin van haar dochter Antía. Beatriz vertelt haar dat ze Antía in Noord-Italië is tegengekomen. Dat nieuws hakt er flink in bij Julieta die al 12 jaar niets meer van haar enige kind heeft vernomen. Hierop besluit ze een openhartige brief aan Antía te schrijven.

Julieta’s brief zet een lange flashback in gang. Haar pijn zit diep en wortelt in het onvermogen om het plotselinge vertrek van haar dochter te begrijpen. Dat vertrek hangt samen met de noodlottige dood van haar echtgenoot en Antía’s vader Xoan (Daniel Grao). Dat ze hierover nooit echt met Antía (toen nog puber) heeft gepraat, en zich daar voor schaamt, is tot daaraan toe. Spijtiger is dat in deze status-quo geen verandering komt, omdat Julieta’s verwoede pogingen om met Antía in contact te komen vruchteloos blijven. Het gevolg is dat de personages de mond vol hebben over van alles en nog wat, maar ze praten meestal over de ander in plaats van mét de ander.

De gammele kapstok telt een paar fraaie kledingstukken, dat wel. Het acteerwerk, camerawerk en de belichting zijn ruim voldoende. Van de jonge Julieta (Adriana Ugarte) druipt de sensualiteit af; Emma Suárez is sterk als een door hartezeer verscheurde moeder. Verder vallen nog twee dingen op. Ten eerste het gebrek aan enige vorm van humor en daarnaast de dominante rol van de muziek. Niet zozeer de muziek zelf, als wel de frequentie waarmee deze wordt ingezet. Om bloednerveus van te worden.

Uit oud zeer geboren stilte tussen mensen, familieleden voorop, is fnuikend. Zeker als die stilte schreeuwt om doorbroken te worden. Maar doorbroken wordt ze helaas niet in het esthetisch geslaagde maar gortdroge Julieta, een Spaans drama over klassieke thema’s als gemis, spijt en schuld. Aangezien de dialogen peper ontberen en het verhaal zonder ontknoping blijft, sterft de nieuwste film van regisseur Pedro Almodóvar in schoonheid.

 Regie: Denis Villeneuve | Duur: 116 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

Tijdens de opnames voor de misdaadknaller Prisoners (2013) werd regisseur Denis Villeneuve geattendeerd op Story of Your Life, een novelle van de Amerikaanse sciencefictionschrijver Ted Chiang. Met de film Arrival, gebaseerd op Chiangs verhaal, gaat Villeneuves lang gekoesterde droom om een SF-film te maken eindelijk in vervulling. En het moet gezegd: een beter debuut had de Canadees zich niet kunnen wensen.

Op twaalf plekken in de wereld landen gigantische gevaartes die qua vorm het midden houden tussen een banaan en een schelp. Paniek alom natuurlijk. Hierop schakelen de Amerikaanse autoriteiten de hoog aangeschreven taalkundige Louise Banks (Amy Adams) in. Samen met natuurkundige Ian Donnelly (Jeremy Renner) moet zij zien te achterhalen waar de aliens vandaan komen en waarom ze de aarde aandoen.

“Memory is a strange thing. It doesn’t work like I thought it did. We are so bound by time. By its order.” De eerste scène leert dat Louise haar dochtertje Hannah heeft verloren. Het is geen toeval dat Hannah een palindroom is, een woord waarin de letters symmetrisch zijn gerangschikt. In het verlengde hiervan is het evenmin toeval dat de cirkel, symbool van oneindigheid, een voorname rol speelt in de film. In meerdere opzichten. Zo vertoont de openingsscène duidelijk parallellen met de slotscène. En keert de cirkel steeds terug in de visuele communicatie van de ruimtewezens. Knappe koppen Louise en Ian bijten zich lange tijd stuk op hun raadselachtige uitingen en motieven. Daarbij werken ze onder grote druk: niet alleen voelen ze de hete adem van kolonel Weber (een prima Forest Whitaker) in de nek, ook dreigt de situatie militair te escaleren.

Arrival is een hoogwaardige synthese van twee verhaallijnen waarin de kijker het fenomeen tijd beziet door de ogen van Louise. Haar ‘gesprekken’ met de mysterieuze gasten werpen nieuw licht op het concept dat de mens puur lineair benadert. Het delicate plot, een fantastische Amy Adams, de poëtische cinematografie en de weergaloze muziek van Jóhann Jóhannsson (een betekenisloze mix van zang, slagwerk en elektronische geluiden) zijn de attracties in deze boeiende breinbreker. Zonder enige twijfel behoort Denis Villeneuve tot de meest complete filmmakers van – hoor ze eens lachen daarboven! – deze tijd.

Arrival