Regie: Mark Pellington | Duur: 119 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

“We are not allowed to know”. Met die constatering slaat Alexander Leek de spijker op zijn kop in het boeiende The Mothman Prophecies. De film is losjes gebaseerd op de bizarre gebeurtenissen waar de Amerikaanse journalist John A. Keel over berichtte in zijn gelijknamige roman uit 1975. Bent u klaar voor een ritje op de vleugels van het occulte?

De vrouw van journalist John Klein (Richard Gere) komt op mysterieuze wijze om het leven. Haar woorden (“You didn’t see it, did you?”) laten hem in het vervolg maar niet los. Twee jaar later is hij voor een interview op weg naar Richmond (Virginia), maar belandt hij in het plaatsje Point Pleasant (West Virginia). Daar wordt hem beetje bij beetje duidelijk wat zijn vrouw gezien moet hebben.

Heerlijk, dit soort spooky stuff. De Amerikaanse filmpers is echter verdeeld, wat blijkt uit de ‘metascore’ van 5.2 op IMDb. Onbegrijpelijk. Maar kijk je vervolgens naar het gemiddelde van de bijna 75 duizend ‘user ratings’, dan staat er een 6.4. Eens te meer is het geluid van Jan met de pet een stuk positiever dan dat van de kritische geesten, die er verstand van zouden moeten hebben. Ahum. Ik sluit me in dit geval aan bij alle Jannen.

Want The Mothman Prophecies scoort over de hele linie een ruime voldoende. En dat ondanks Richard Gere, waar ik geen fan van ben. Hij is mij te glad en eigenlijk alleen geschikt als hij een man van aanzien mag neerzetten. Zoals advocaat Martin Veil in het ondergewaardeerde rechtbankdrama Primal Fear uit 1996. Of de topverslaggever van The Washington Post die hij in The Mothman Prophecies vertolkt. Typisch trouwens dat die krant toen erg te spreken was over deze film.

Het vuurwerk komt dus niet direct van Gere. Drie andere acteurs vallen wel op: Laura Linney als de sceptische politieagente Connie, Alan Bates als voormalig ‘ghostbuster’ Alexander Leek (fijn rolletje) en vooral Will Patton als Gordon, de man via wie het merkwaardige wezen uit de film op den duur een gezicht, een naam en zelfs een stem krijgt. Met dat gezicht kan ik leven, de rest had wat mij betreft niet gehoeven. Laat het mysterie lekker een mysterie blijven.

The Mothman Prophecies gaat over zaken die zich onttrekken aan de menselijke waarneming. Wat Mark Pellington (Arlington Road, 1999) goed heeft begrepen, is dat een thriller pas die naam mag dragen indien hij ook technisch slim in elkaar steekt. Pellington speelt behendig met licht en kleur; let bijvoorbeeld op de dominantie van de kleur rood. En mocht je hier en daar moeten wegkijken omdat je anders geen nagels meer overhoudt, spits dan je oren: de tintelende soundtrack en geraffineerde geluidseffecten zijn namelijk niet te missen.

 Regie: Robert Eggers | Duur: 109 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Robert Eggers’ The Lighthouse is een freakshow die de kijker terugwerpt in de tijd. Willem Dafoe en Robert Pattinson schitteren in een film die ook technisch gezien ontzettend knap in elkaar steekt. Het beeldformaat springt het meest in het oog. The Lighthouse heeft namelijk een aspect ratio (beeldverhouding, de verhouding tussen de breedte en lengte) van 1,19:1. Een bijna vierkant beeld dus. Tel daarbij op dat de 35 mm-film in zwart-wit is geschoten, en je begrijpt waardoor The Lighthouse je doet ervaren hoe cinema er ruim een eeuw geleden uit zag.

Het verhaal speelt zich dan ook in die tijd af, zo rond 1890. Twee mannen, de ervaren vuurtorenwachter Thomas Wake (Dafoe) en voormalig houthakker Ephraim Winslow (Pattinson), zitten vier weken lang met elkaar opgescheept in een oord waar je echt niet wilt zijn: op een kaal, in permanent grijs gehuld eilandje voor de kust van New Engeland, in het uiterste noordoosten van de VS.

Waar houdt de fantasie op en begint de gekte? Na The Witch (2015) nodigt Eggers je in zijn tweede film opnieuw uit die vraag te beantwoorden. Zoek het lekker zelf uit, luidt zijn boodschap. Hij verschaft slechts het kader, door je op te sluiten in een soort visuele gevangenis. De scherpe begrenzing van het vierkante beeld voelt alsof je in een blokkendoos wordt gestopt. De zwartwitte schakeringen symboliseren daarbij de psychische gesteldheid van de twee mannen. De leegte vreet aan hen, stompt hen af. De afwezigheid van kleur prikkelt de fantasie van de kijker. En diens zintuigen. Het onvoorstelbaar ranzige voer, pannen vol urine waar drollen in drijven, zweet- en alcohollucht en een Thomas die aldoor scheten laat. Gadverdamme, wat is alles verschrikkelijk vies in The Lighthouse!

Het uniforme ‘blokkendoosbeeld’ werkt verdrukkend, en dus ga je op zoek naar een escape. Die is er niet, ervaren ook de twee tot elkaar veroordeelden, die elkaar slechts pruimen na overmatig drankgebruik. Schitterend hoe Ephraim en Thomas met elkaar op de vuist gaan. Eerst voornamelijk verbaal, later ook fysiek. De waanzinnige Thomas (een magistrale Dafoe) produceert de ene woordenwaterval na de andere en zadelt de kwetsbare Ephraim op met alle rotklusjes in en rondom de vuurtoren. En o wee als die zich durft te bemoeien met het licht; dat summum is louter en alleen gereserveerd voor Thomas.

Maar de introverte, seksueel hunkerende Ephraim – het is via hem dat Eggers zijn fantasie carte blanche geeft – laat zich dat niet zomaar ontzeggen. Significant in dat opzicht is de scène waarin hij zijn opgekropte woede koelt op een zeemeeuw; na dat kantelpunt zoekt hij steeds nadrukkelijker de confrontatie met de bazige Thomas. Aldus baant hij zich een weg naar het verlossende licht, naar dat gelukzalige ‘orgasme’ waarmee de film eindigt. Fantasie en gekte zijn dan definitief één.

Psychologische horror in een van drank doordrenkte zwijnenstal. Waarbij het geschal van de misthoorn, niet weg te denken in de film, fungeert als het refrein der waanzin. Misschien laat de fijnbesnaarde filmliefhebber The Lighthouse, een nachtmerrie voor een claustrofoob, beter aan zich voorbij gaan. Maar voor hen met een beetje eelt op de filmziel: zorg dat je deze fascinerende prent hebt gezien.

 

 Regie: James Gray | Duur: 123 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

Maanpiraten die met scherp schieten en een bloeddorstige aap die een ruimtelab op stelten zet. Niet voor niets concludeert astronaut Roy McBride in Ad Astra dat de mens van het heelal net zo’n bende maakt als van “the big blue marble”. Jammerlijk bovendien is dat Ad Astra nogal zweeft. Uiteraard omdat het sf-drama het eindeloze niets als setting heeft, maar vooral omdat de goede bedoelingen van regisseur James Gray uitmonden in een potpourriplot.

Een flitsend begin heeft Ad Astra wel. Roy (Brad Pitt) is bezig met werkzaamheden aan een ‘ruimtespeld’, een kilometers hoge, met het aardoppervlak verbonden smalle toren. Wanneer deze getroffen wordt door The Surge (De Piek, een geheimzinnige elektrische puls), moet hij lossen en zijn meerdere erkennen in de zwaartekracht. De Piek blijkt van Neptunus te komen, de planeet waar ooit zijn voor dood aangenomen vader Clifford (Tommy Lee Jones) de leiding had over het zogenaamde Lima Project. Is het een SOS van zijn vader? Zou hij dan toch nog in leven zijn? Gerekruteerd door kolonel Pruitt (Donald Sutherland) begint Roy aan een missie naar de rand van ons zonnestelsel.

Het is de nabije toekomst, een era van “conflict and hope”, leren de openingstitels. Tja, welk tijdperk is dat niet? Van positivisme of hoop is echter geen sprake in Ad Astra; de film ademt een en al zwaarmoedigheid. Exemplarisch daarvoor is Roy, de ietwat autistische zoon van de pionier waar zijn verdwenen vader voor doorgaat. Roy is geen prater en de meeste van zijn overpeinzingen komen dan ook via de voice-over tot ons. Het instrument neemt Pitt eigenlijk het werk uit handen; een fonkelende ster is hij in deze film in ieder geval niet. Het helpt ook niet dat zijn personage flets is. En blijft. Monotoon stemgeluid, stoïcijnse expressie, statische motoriek.

Wat betreft het trio sidekicks van formaat in Ad Astra (Donald Sutherland, Tommy Lee Jones en Liv Tyler): ook zij brengen niet de broodnodige schwung. Sutherland wekt de indruk naar het bejaardentehuis te verlangen en Tylers duit in het zakje is zo minimaal dat, mocht je de zaal even verlaten omdat je naar de wc moet, je haar melkwitte snoetje zou kunnen mislopen. Tommy Lee Jones ten slotte speelt een enorme zuurpruim die amper ontdooit als hij, vele jaren later, ineens oog in oog staat met zijn zoon. Het slot van Ad Astra raakt kant noch wal. Melodrama.

Pover spel en doodlopende verhaallijnen. Waarom versteent kapitein Tanner als de daling naar Mars wordt ingezet? Geen idee. Wat behelst het Lima Project precies? Geen idee. Wie of wat veroorzaakt nou die stroomstoten? Geen idee. Strakke visuals en een paar acteerkanonnen dichten niet per se alle gaten, laat dat duidelijk zijn. Treur echter niet: Hoyte van Hoytema is de cameraman van dienst en de soundtrack is erg oké. Toch nog twee sterren aan een grijs firmament.

 Regie: Ari Aster | Duur: 147 minuten | Taal: Engels & Zweeds | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Alsof je stoned door een pretpark slalomt. Zo voelt Midsommar aan, de nieuwe film van regisseur Ari Aster, die in zijn jeugdjaren van menig videotheek de horrorsectie ‘plunderde’, en wiens gezinsdrama Hereditary (2018) lovend werd ontvangen. Over Midsommar zijn de meningen nogal verdeeld: de een vindt hem weerzinwekkend, een ander briljant. Aster: “Ik hoop dat mijn film de mensen enigszins in verwarring achterlaat.”

Dani (Florence Pugh) en haar vriend Christian (Jack Reynor) bezoeken in het Noord-Zweedse Hälsingland een midzomerfestival. Al snel blijkt dat de organisatoren van de feestelijkheden er bizarre gebruiken en wonderlijk ceremonieel vertoon op nahouden. Hun verblijf aldaar heeft vooral impact op Dani, die kort voor de happening haar zus en ouders heeft verloren.

Wat je ook van Midsommar vindt, de meeste kijkers zullen onderschrijven dat Aster je behoorlijk bij de neus neemt. De film begint met de tragedie die hoofdrolspeelster Dani te slikken krijgt. Haar bipolaire zus pleegt zelfmoord en betrekt pap en mam in haar wanhoopsdaad. Een indringende opening tijdens welke Florence Pugh laat zien over uitzonderlijk veel talent te beschikken.

Na dat heftige begin volgt een relatief rustig gedeelte. Daarbij wel aantekenend dat je het voortdurend voelt borrelen in je maag. Zo’n ongemakkelijk, sudderend gevoel. Dat ongemakkelijke heeft te maken met het feit dat de relatie tussen Dani en Christian op sterven na dood is. Er gaat een enorme zwaarte van hen uit, individueel en als koppel. Hoe komen we in godsnaam van elkaar af?

Het openluchtfestijn lijkt de reddingsboei voor hun geërodeerde liefde, maar ook de zuivere lucht en het ongerepte groen baten niet. Sterker, eenmaal aangekomen opent zich een nieuw universum voor Dani en wordt de afstand tussen haar en Christian alleen maar groter. Het is ook vanaf dan dat Midsommar een bizarre wending neemt. Cinematograaf Pawel Pogorzelski kondigt die wending aan op het moment dat de vriendengroep het festivalterrein nadert: het beeld maakt als het ware een salto – klaar voor de trip van je leven? Het zwierige camerawerk (Pogorzelski strooit met perspectieven) is uitmuntend.

Wonderbaarlijk goed is tevens de nog jonge Pugh (1996) als de zachtaardige, kwetsbare Dani, die liever zelf lijdt dan haar omgeving te kwetsen. Ze ondergaat een transformatie in Midsommar die eindigt in een allesbevrijdende glimlach. Beeld en muziek (het schitterende Fire Temple) zetten je tijdens die slotscène in vuur en vlam. Let verder ook op haar handen. Heel knap hoe ze daarmee speelt, hoe die elkaar opzoeken in een poging de balans te bewaren. Een Oscarnominatie voor haar performance, dat kan toch niet anders?

Break-upfilm meets folkhorror. Ari Asters Midsommar is een duidelijke verwijzing naar The Wicker Man (1973) van Robin Hardy, het magnum opus van een subgenre dat eind jaren 60 en begin jaren 70 in de lift zat. Een film die de keerzijde van de hippiescene verbeeldt, waar de zoektocht naar het goddelijke ontaardt in satanische rites, sektarisch geweld en, uiteindelijk, complete hysterie.

Vil de Dwaas. De Voorouderlijke Boom. Rubi Radr. En niet te vergeten: Attestupan. Midsommar is een belevenis waarbij een ritje in een Efteling-attractie zoiets is als koekhappen op een kinderfeestje. Weerzinwekkende of juist briljante cinema? Beide, met de nadruk op dat laatste. Een meesterlijke mindfuck die verstilt en verstikt. Gaat dat zien, gaat dat zien.

 Regie: Corin Hardy | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Met The Nun heeft ze haar spin-off te pakken: de duivelse non uit The Conjuring 2 (2016) van horrorspecialist James Wan. De Australiër brak in 2004 door met Saw, een lowbudgetfilm die uitgroeide tot een lucratieve horrorfranchise. Met Dead Silence (2007) en Death Sentence (2007) gaf hij dat succes echter geen passend vervolg; beide films flopten. Maar Wan revancheerde zich met het alleraardigste The Conjuring (2013). En ook aan The Nun droeg hij zijn steentje bij, als schrijver en coproducer. Tevergeefs; de film is nauwelijks om aan te gluren.

Het is 1952. In de abdij van Sint-Carta (Roemenië) pleegt een jonge non onder mysterieuze omstandigheden zelfmoord. Het Vaticaan ontbiedt hierop eerwaarde Burke (Demián Bichir), die overigens geen smetteloos blazoen heeft. Met novice Irene (Taissa Farmiga) reist hij af naar de plek des onheils om de onderste steen boven te krijgen.

Aardedonkere vertrekken, prevelende nonnen, flikkerend kaarslicht, een verwaarloosd kerkhof, joekels van kraaien: The Nun leent zich niet echt voor knusse vakantiekiekjes. Tegelijkertijd is de spookachtige setting wel het enige goede element van de film. De rest? Oh My God. Bagger. Al na drie minuten weet je dat dit weer zo’n van-dik-hout-zaagt-men-planken-productie is. Waarom? Omdat het eerste lijk dan al een feit is. Lekker subtiel.

In het vervolg wordt het er niet beter op – understatement. Het plot heeft kop noch staart en het acteerwerk is ontzettend doorsnee. Alleen het optreden van Taissa Farmiga (de jongere zus van Vera Farmiga die Lorraine Warren speelt in de Conjuring-films) is nog enigszins het aanzien waard. Bichir daarentegen bakt weinig van zijn rol als geestelijke. Een spaghettiwestern, daar past-ie veel beter in. De dialogen missen iedere vorm van vernuft, fantasie. Clichés komen er voor in de plaats. “Wees voorzichtig, zuster.” Briljant advies. En nadat Burke door zuster Irene ternauwernood is bevrijd uit een doodskist, volgt de verpletterende conclusie dat er een “krachtig kwaad” actief is. Bibber.

“Finit hic, Deo.” Vrij vertaald: God eindigt hier. Die tekst staat in een houten deur gebrand. Je moet er toch niet aan dénken dat die deur ooit opengaat?! U begrijpt: hoe langer ik over The Nun nadenk, hoe meliger ik word. De Conjuring-franchise neemt plots een lachwekkende wending. Kan niet de bedoeling zijn als je juist de stuipen op het lijf gejaagd wil worden.

 

 Regie: Ildikó Enyedi | Duur: 116 minuten | Taal: Hongaars | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Half februari gaat de 68ste Berlinale van start. Als die een film zoals On Body and Soul van de Hongaarse regisseur Ildikó Enyedi op de rol heeft staan, is het filmfestival bij voorbaat al geslaagd. “Een klein meesterwerk”, oordeelde de NRC. Laat dat bijvoeglijk naamwoord maar weg.

In het beste geval gaat seks gepaard met liefde. Heel vaak echter blijft die goddelijke symbiose een fata morgana. Misschien wel omdat de mens juist zo op het vleselijke is gericht. Seks als de bekroning van wederzijdse liefde tussen twee mensen is natuurlijk prachtig, maar On Body and Soul gaat allereerst over de connectie op zielsniveau.

Mária (Alexandra Borbély) is werkzaam als kwaliteitscontroleur in een abattoir. Ze valt op omdat ze zich extreem afzondert van haar collega’s; alleen financieel directeur Endre (Géza Morcsányide) zoekt toenadering en weet enigszins tot haar door te dringen. Stilletjes groeit er een band tussen de twee, die verdiept wanneer ze ontdekken dat ze ’s nachts hetzelfde dromen.

Die ontdekking zit door heel de film verweven. Al in het begin zien we hoe een bok (mannetjeshert) zijn oog laat vallen op een hinde, waarmee meteen de link naar de karakters en het plot is gelegd. Want de eveneens introverte Endre tast de autistische Mária, doodsbang als ze is voor fysiek contact, behoedzaam af. De solisten zijn net twee aliens die elkaar de liefde influisteren. Respectvol, geduldig, gracieus. En die liefde wortelt diep, triggert de angst en verscheurt je in geval van afwijzing. “Het is alsof ik doodga. Ik hou zoveel van je”, zegt Endre pal na Maria’s wanhoopsdaad.

Zo zuiver hun liefde, zo wreed het decor waarbinnen zij gestalte krijgt. De beelden in het slachthuis – over vleselijk gesproken – liegen er niet om en contrasteren enorm met de subtiliteiten tussen Mária en Endre, met de sneeuwwitte biotoop van de herten. Een geniale vondst van Enyedi om het verhaal in een dergelijk tweeslachtig en daardoor surrealistisch aandoend kader te plaatsen.

De mens is meer dan alleen vlees en botten, zo laten de sensitieve Mária en Endre zien. Scenario, spel, camerawerk en montage zijn alle weergaloos. On Body and Soul brengt de kijker in hemelse sferen; voert je naar de niet-fysieke dimensie van de liefde. Waardoor dit romantisch drama míjlenver boven vele genregenoten uittorent.

 Regie: Ridley Scott | Duur: 132 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

De inmiddels 88-jarige Christopher Plummer vervangt enfant terrible Kevin Spacey in All the Money in the World. De reshoots (22 scènes in totaal) duurden acht dagen en kostten 10 miljoen dollar. Nog meer productieleed: toen Angelina Jolie en Nathalie Portman bedankten voor de eer om de moeder van John Paul Getty III te spelen, werd Michelle Williams gecast. Of het nu aan de rommelige aanloop ligt of niet, Ridley Scotts film is er een om snel te vergeten.

Oliemagnaat Jean Paul Getty (Plummer) is de rijkste man ter wereld. Wanneer in de zomer van 1973 zijn kleinzoon in Rome wordt gekidnapt door de Italiaanse maffia, eist men 17 miljoen dollar losgeld. Maar de miljardair weigert ook maar één cent te betalen, waarna de familie het afgesneden oor van de jongen ontvangt. Wanhopig om zoonlief te redden, besluit zijn moeder Gail om zelf te onderhandelen met de ontvoerders. Bijgestaan door ex-spion Fletcher Chase (Mark Wahlberg) moet Gail alle zeilen bijzetten om hem te bevrijden.

“Don’t move or we kill you.” Zucht. Het is de zoveelste frase in een misdaaddrama dat geen moment de hooggespannen verwachtingen waarmaakt. Het acteerwerk scoort een zesje. Michelle Williams legt weliswaar gif in haar spel, maar Plummer acteert op de automatische rollator. Pardon, piloot. Hij zet een stierlijk vervelende man neer die geilt op materie en macht, de hele film door. Daarbij onderhouden hij en Gail een moeizame verstandhouding. Waarom?, zo vraag je je af. Als opa’s halsstarrigheid voortkomt uit een vete tussen de twee, dan had ik graag geweten hoe de vork precies in de steel zit. Ten slotte is ook Wahlbergs optreden flauwtjes. Chase is dienaar van Getty en steunpilaar voor de radeloze Gail, maar de intermediair heeft de bravoure van een brave aktetasman.

Plichtmatig spel, futloos script. Zeventien miljoen wordt zeven miljoen, wordt vier miljoen. Echt geloofwaardig zijn de ‘rapitori’ dus niet. En wanneer het lichaam van Getty junior wordt gevonden, blijkt hij het niet te zijn – je meent het! Had scenarist David Scarpa maar een intelligente draai gegeven aan John Pearsons boek, of voor een boeiende ontknoping gekozen. Niets van dat alles: All the Money in the World is verspilde moeite. En weggegooid geld.

 

 

 Regie: Yorgos Lanthimos | Duur: 121 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Dé manier om een film te beginnen? Kijk naar het fantasydrama The Fall uit 2006, dat opent met het tweede deel uit de zevende symfonie van Beethoven. In The Killing of a Sacred Deer kiest regisseur Yorgos Lanthimos voor een vergelijkbare ouverture: u hoort Stabat Mater D. 383 van Franz Schubert, en direct weet je dat je voor een tragedie bent vertrokken.

In The Killing of a Sacred Deer speelt Colin Farrell de charismatische hartchirurg Steven Murphy die met zijn vrouw Anna (Nicole Kidman) en hun twee kinderen (Kim en Bob) een zorgeloos bestaan leidt. Dat bestaan wordt echter in toenemende mate ontwricht door de 16-jarige Martin (Barry Keoghan) met wie Steven bevriend is.

Hij lijkt zo sympathiek, Martin. Steven legt hem aanvankelijk in de watten, maar wanneer de knul zich meer en meer aan hem opdringt, neemt zijn irritatie hand over hand toe. Uiteindelijk komt de aap uit de mouw: “It’s the only thing I can think of that’s close to justice”, zegt Martin op zeker moment tegen Anna, nadat Bob en Kim door mysterieuze verlammingsverschijnselen zijn geveld.

Keoghan is eng goed als splijtzwam van een keurig gezin. Door zijn licht voorovergebogen lichaamshouding, wazige oogopslag en lijzige stem heeft hij iets onpeilbaars. Als het eindelijk tot Steven doordringt dat Martin een vloek over hem heeft uitgesproken, resteert hem niets anders dan boete te doen voor zijn zonden. Een soort Russische roulette in gezinsverband volgt; typisch Lanthimos om voor zo’n absurd-komische apotheose te kiezen.

Behalve het acteerwerk is ook Lanthimos’ filmstijl bijzonder sterk. Merk vooral het camerawerk op. Frontale close-ups worden afgewisseld met die van zowel ‘onder de zeespiegel’ (kikvorsperspectief) als erboven (vogelperspectief). Ook zoomt de camera dikwijls tergend langzaam in en uit. En wat de muziek betreft: de veelal hoge en grillige akkoorden bezorgen je een uiterst unheimisch gevoel.

Er was eens een man die dagelijks over leven en dood beschikte, totdat Artemis hem genadeloos terugfloot. Artemis? Ja, want het virtuoze The Killing of a Sacred Deer volgt in hoofdlijnen het verhaal Iphigeneia in Aulis van de Griekse tragediedichter Euripides. Nooit van gehoord? Laat deze memorabele prent dan een aanleiding zijn om uw kennis van klassiekers op te vijzelen.

 Regie: Dorota Kobiela & Hugh Welchman | Duur: 94 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar 

Camera

Zijn leven was kort en turbulent, zijn dood een mysterie. De in Zundert geboren kunstschilder Vincent van Gogh (1853) blies op 29 juli 1890 zijn laatste adem uit. Pleegde hij zelfmoord omdat hij ruzie had met zijn jongere broer Theo? Of was het een schreeuw om aandacht van een man die snakte naar erkenning? Was het eigenlijk wel zelfmoord? Kijk naar Loving Vincent.

De film speelt zich een jaar na zijn dood af. De met Van Gogh bevriende postbode Joseph Roulin stuurt zijn zoon Armand (Douglas Booth) eropuit om Vincents laatste brief aan Theo te overhandigen. Eindpunt van zijn reis is Van Goghs sterfplaats Auvers-sur-Oise (nabij Parijs), waar Armand tal van dorpelingen treft met elk hun eigen verhaal over de schilder.

Loving Vincent won de publieksprijs op het Internationale Animatie Filmfestival in Annecy. Niet voor niets: de eerste compleet geschilderde film ooit oogt uitzonderlijk fraai. Liefst 125 schilders zijn verantwoordelijk voor de bijna 67.000 frames waaruit de film is opgebouwd. Waarbij men originele elementen heeft toegevoegd uit 77 van Van Goghs schilderijen. Daarnaast werden de acteurs in de film nageschilderd en vervolgens geanimeerd. De stijl van de meester komt zo tot leven.

Een zuivere biografie is Loving Vincent niet. Meer een detective over Van Goghs tragische einde, aangevuld met brokjes informatie over de jeugdjaren van de laatbloeier, zijn talent en carrièrepad. Bovendien was Vincent (Robert Gulaczyk) lang niet zo aimabel als sommige flashbacks doen geloven. Sterker nog: hij was een enorme lastpak voor zijn omgeving. Dat is althans de conclusie van Steven Naifeh en Gregory White Smith. In hun boek uit 2011 rekent het vermaarde Amerikaanse biografenduo keihard af met, zoals kunstcriticus Rutger Pontzen zegt, “het troetelkind van de Nederlandse schilderkunst”.

Van Gogh was een mens waarin een groot vuur woedde, laat daar geen twijfel over bestaan. Maar “niemand komt zich er ooit aan warmen”, jammerde hij in een van zijn vele brieven aan Theo. Hoe het precies kwam dat hij als een geplaagd genie door het leven ging, komt te weinig uit de verf in Loving Vincent, dat tevens een charmant loopje met de werkelijkheid neemt. Het zijn krassen op een kleurrijk eerbetoon aan de postimpressionist die, postuum, tot de vader van de moderne kunst werd uitgeroepen.

Loving Vincent

 Regie: Taylor Sheridan | Duur: 107 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Sensationeel was de bijdrage van Taylor Sheridan aan Sicario (2015) en Hell or High Water (2016). Beide prijswinnende misdaaddrama’s waarvoor hij het scenario schreef. En voor Wind River, zijn tweede film als regisseur, klom hij opnieuw in de pen. “Als ik boos word, begin ik te schrijven.”

Wind River speelt zich af in het gelijknamige indianenreservaat in Wyoming. Hoofdpersoon is de doorgewinterde jachtopziener Cory Lambert (Jeremy Renner) die op een dag het bevroren lijk van een tienermeisje vindt. De FBI zet hierop de onervaren agente Jane Banner (Elizabeth Olsen) op de zaak. Eenmaal ter plekke stelt ze vast dat er sprake is van moord, en opent ze samen met Cory de jacht op de daders.

Wind River is het slotstuk van Sheridans frontier-drieluik. Drie films die zich situeren in een wetteloos stuk niemandsland. “Hier overleef je of geef je het op”, zegt Cory, wiens vondst in de sneeuw een wond openrijt. Jeremy Renner, wat een acteur. Waaghals in The Hurt Locker (2008), wetenschapper in Arrival (2016) en nu, blijkens zijn verdrietige mimiek, een geamputeerde ziel. Maar opmerkelijk genoeg ook de zachtheid zelve. Sterk hoe hij die twee eigenschappen verenigt. Mooi is ook de groeiende band tussen hem en Jane. De stadse dame (een kranige Olsen) beseft nauwelijks in welke beerput ze terecht is gekomen. Maar net als FBI-agente Kate in Sicario recht ze de rug en toont ze zich een professional.

Wind River grijpt je aan, is mooi gefilmd, maar overweldigt minder dan Sicario en Hell or High Water. Dat is niet zozeer te wijten aan het plot, als wel aan twee andere zaken: de gemiddelde shotlengte houdt niet over (veel cuts, dus veel onrust) en de soundtrack stelt nogal teleur. Ja, het menselijk lijden in het godvergeten reservaat is onmiskenbaar. Maar opdat drama echt door merg en been gaat, moet de muziek van een zwaarder kaliber zijn.

Misdaadthrillers als eyeopeners voor maatschappelijke misère. Met het harde Wind River kaart Sheridan de problematiek aan van de als paria’s levende indianen. “Als er een inheems-Amerikaanse vrouw verdwijnt, wordt dat niet geregistreerd”, is de onthutsende mededeling aan het eind van de film. Inderdaad om woedend van te worden.