Regie: Debra Granik | Duur: 109 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar

Camera

Mijn pen stokt tijdens Leave No Trace. Na de film blijf ik prettig verdoofd achter en staart nagenoeg wit papier mij aan. Terug op aarde reflecteer ik hardop: ze gaan door voor hulpbehoevend omdat ze dakloos zijn, maar voelen zich er juist thuis. Ze zíjn er thuis. Hoe anders is die andere realiteit? Het functionele hart van onze beschaving genoemd. Een biotoop opgetrokken uit staal, asfalt en beton. Bevolkt door krioelende eilandjes die anticiperen op een serieuze nekhernia omdat ze getrouwd zijn met hun smartphone.

In Leave No Trace maken we kennis met Will (Ben Foster) en de 13-jarige Tom (Thomasin McKenzie). Vader en dochter. Ze wonen in de periferie van de Brave New World: het Forest Park van Portland (Oregon), een uitgestrekt natuurreservaat in het noordwesten van de VS. Op een dag worden ze ontdekt door een jogger, waarna de autoriteiten voor hen op zoek gaan naar andere huisvesting.

Leave No Trace is een film met een voorgeschiedenis. In 2004 las schrijver Peter Rock namelijk in de krant over een vader (Frank) en diens dochter (Ruth) die hun jarenlange verblijf in het bewuste park abrupt beëindigd zagen worden. Vijf jaar later publiceerde Rock zijn roman My Abandonment. Het verhaal greep de Amerikaanse regisseur Debra Granik (1963) bij de keel, geïntrigeerd als ze is door mensen die ‘off the grid’ leven.

Ook oorlogsveteraan Will treft dat lot. Granik is begaan met de militairen die ooit, in oorlogstijd, als nationale helden door het leven gingen om erna een bestaan in de marge te leiden. Arm, afgedankt en niet zelden zwaar aan de medicatie. Kijk naar haar documentaire Stray Dog uit 2014. Wat doet het beeld of geluid van een helikopter met je als je in Vietnam, Irak of Afghanistan hebt gediend en terugkeert met een posttraumatische stressstoornis?

Het verklaart Wills vluchtgedrag, zijn non-conformisme. Is Moeder Natuur dan niet de meest helende omgeving die je je kunt wensen? Ja, fluistert Granik ons op fluwelen wijze in. Het openingsshot is meteen al een plaatje; de eerste slok uit een volle kelk groen, de overheersende kleur in Leave No Trace. Kleur van het hart. Van het in harmonie leven met elkaar en de omgeving, zoals vader en dochter dat doen. Zelf vuur maken, eten zoeken of water opvangen. Een boek lezen. Een potje schaken. De sterretjes in Toms ogen als ze naast het bospad een fonkelend halskettinkje ziet liggen. Geluk halen uit de meest simpele dingen.

Valt er, behalve jongeren die selfies maken – wat een debiel gedoe, deelt Granik haar verwondering met ons –, dan niets positiefs te melden over die andere realiteit? Gelukkig wel. Neem de twee maatschappelijk werkers die Will en Tom begeleiden richting een nieuwe start. Ze doen dat uiterst liefdevol. Neem pastoor Spencer die eerst zijn toehoorders in de zaal aanspoort om elkaar te begroeten, en vervolgens met trots de ‘For His Glory Dance Troop’ aankondigt. Wat volgt is vertederend. En ook een beetje hilarisch. Wat zijn mensen toch schattige wezens.

“We can still think our own thoughts”, relativeert Will de totaal nieuwe situatie waarin het onafscheidelijke duo na de verhuizing is beland. Maar die situatie fungeert als splijtzwam. Vooral sociaal gezien gaat er voor Tom namelijk een wereld open, terwijl Will doodongelukkig is. Behalve dat Leave No Trace existentialistische thema’s aankaart, krijgt de film vanaf dan ook steeds nadrukkelijker een coming-of-age-element. Gaat Tom haar eigen weg en laat Will haar gaan? Dat proces der ‘ontkoppeling’ vangt Granik in een scène waarbij je even moet slikken. Een tien voor het acteerwerk en zonder twijfel het hoogtepunt van een sereen filmdrama dat zijn sporen nalaat.

Ter nagedachtenis aan
Philip Engelen 
1938 – 2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *